16.355
252

publicist

Auteur van 'Het onbehagen van de man', eind 2009 verschenen bij uitgeverij Augustus. Dylan van Rijsbergen (1975) groeide op in Roden en Groningen. Vervolgens studeerde hij Alfa-informatica met Geschiedenis als thuisvak aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dylan raakte verdwaald in het bedrijfsleven tijdens de internetzeepbel en werkte op een blauwe maandag zelfs bij WorldOnline. Daarna kwam hij weer bij zijn positieven en besloot bij het bestuursorgaan van de NOS te gaan werken. Daar werkt hij nog steeds (al heet het daar nu NPO), als manager productontwikkeling bij de internetafdeling. Omdat het werk bij een internetafdeling voor Dylan op zichzelf niet vervullend genoeg was, raakte hij in 2004 naast zijn werk betrokken bij de oprichting van de linkse denktank Waterland, waarvan hij in het bestuur zit en redacteur is van de e-krant Waterstof. In 2006 maakte Dylan toch maar zijn opleiding Geschiedenis af aan de Universiteit van Amsterdam, de stad waar hij inmiddels naartoe is verhuisd. Vlak voordat hij zijn bul ophaalt, begint hij met een eigen weblog als alternatieve uitlaatklep voor zijn ideeën en schrijfsels naast Waterstof. Dylan schrijft de laatste tijd vooral over onderwerpen op het snijvlak van politiek en levensstijl. Zo publiceerde hij veel over seksualiteit (hij was onder meer een van de auteurs van het Slow Sex-manifest), over drugs en drugsbeleid en over groen voedsel (slow food). Zie ook: www.dylanvanrijsbergen.nl

Grieken, het lijken wel vrouwen

Dylan van Rijsbergen over de manier waarop de gevestigde macht zijn tegenstanders buitenspel zet

In een column in de Correspondent beschrijft Jesse Frederik op wat voor oppervlakkige manier in de Nederlandse media over Griekenland geschreven wordt. Zo vond Volkskrant-redacteur Kustaw Bessems het blijkbaar zinvol om een hele BNR-column op te hangen aan het feit dat de Griekse premier Alexis Tsipras er tijdens een interview ‘totaal ontspannen’ bij zat (en trok daar vergaande conclusies uit). Die nadruk op uiterlijkheden is natuurlijk hier en in het buitenland een opvallend fenomeen: de Grieken worden geanalyseerd op hun kledingstijl (zoals de voormalig minister van Financien Varoufakis), hun privé-leven (de vrouw van Varoufakis, zijn motor) of worden domweg weggezet als vervelende marginale zeurpieten, zonder op hun argumenten in te gaan. Het lijken wel vrouwen.

Het is opvallend hoezeer de bewoordingen waarmee de opstandige Grieken door de stukjesschrijvers worden weggezet overeenkomen met de woorden die doorgaans door mannen boven in de pikorde gebruikt worden om vrouwen op hun plek te zetten, om hen niet serieus te nemen en hen uiteindelijk het zwijgen op te leggen.

Waar een ‘echte man’ geen uiterlijk heeft, geen privé-leven, geen gevoel, maar wel verstand en argumenten, is een vrouw vooral een lichaam, is een vrouw haar hormonen, haar seksualiteit, haar emotie, haar gezin, haar kinderen, haar man. Wat de stukjesschrijvers dus doen is dat zij de rebelse Grieken feminiseren. Dat is in een patriarchale maatschappij hetzelfde als hen vernederen, hen monddood te maken. Het is het uitoefenen van macht door inhoudelijke argumentatie te negeren en je tegenstander te objectiveren.

Hetzelfde discours wordt ook gebruikt om andere groepen uit te sluiten. Opvallend bijvoorbeeld is de wijze waarop sommige witte Nederlanders proberen zwarte mensen die kritiek hebben op het racistische karakter van de Nederlandse folklorefiguur Zwarte Piet, weg te zetten op basis van hun uiterlijk, hun emoties (die altijd overdreven zouden zijn) of goedkope psychologische analyses. In het antiracistische en het feministische denken wordt gebruik gemaakt van het begrip privilege. Iemand die wit is, of die man is, heeft privileges die vooral naar voren komen in die dingen waar die geen last van heeft. Een wit persoon wordt minder snel aangehouden door de politie, naar een man wordt beter geluisterd en hij wordt minder snel afgerekend op zijn uiterlijk. Als we kijken naar wat er met de Grieken gebeurt is er dan ook sprake van privilege?

Het uiterlijk van Jeroen Dijsselbloem
In ieder geval wordt over het uiterlijk en het gezinsleven van Jeroen Dijsselbloem of Wolfgang Schauble veel minder geschreven. Wat is het privilege dat deze mannen wel hebben en de Grieken niet? Je zou het West-Europees of Noord-Europees privilege kunnen noemen. Maar dat klopt niet helemaal, want de voorgangers van Tsipras en Varoufakis (zoals Antonis Samaras) werden nooit zo uitgebreid op hun uiterlijk afgerekend. Het is eerder het uitgesproken linkse standpunt van de politici van Syriza, dat afwijkt van de conventies, dat hen tot outsiders maakt van de Europese hoofdlijn. Wat Dijsselbloem en Schauble dus hebben is een politiek-centristisch privilege, die samengaat met een blindheid en onbegrip voor de meningen van diegenen die proberen buiten de gebaande paden te denken. Vaak ook omdat ze niet anders kunnen, omdat ze, zoals de Grieken, binnen het bestaande neoliberale denken geen mogelijkheden voor zichzelf meer zien.

Het hoefijzermodel
Dat centristisch-privilege is een vreemd soort bij-effect van het links-rechts denken, in het bijzonder het in de politieke theorie veel gebruikte hoefijzermodel. Daarin zijn links en rechts niet in een rechte lijn tegenover elkaar gesteld, maar is de lijn gekromd als een hoefijzer, waarbij ‘extreem links’ en ‘extreem rechts’ naar elkaar toe neigen. De ‘bovenkant’ van het hoefijzer (het politieke midden) vormt dan het verstand en alles wat daaronder ligt, ‘de emotie’ (heethoofden die blijkbaar zo kunnen overspringen van links naar rechts of andersom). Problematisch aan het hoefijzermodel is dat het een vooroordeel bevat vanuit het midden. Het hoefijzermodel ‘privilegieert’ het midden als de plek waar het verstand heerst.

Zo denken partijen als bijvoorbeeld D66 ook over zichzelf: als verstandige, pragmatische mensen van het politieke centrum. Daarbuiten heerst de emotie, het buikgevoel en de ideologisch gedreven irrationaliteit. Dat dit niet zo is – sterker nog dat het politieke midden tot extreme zaken in staat is, of dat er verstandige ideeën kunnen bestaan aan de extreme zijden van het spectrum – is in een hoefijzermodel niet denkbaar. Daarom bedacht de Britse denker Tariq Ali recentelijk de term ‘the extreme centre’ om aan te geven dat juist het midden tot zeer irrationeel gedrag in staat is. Neem nou alleen al de Irak-oorlog, waarvoor de aanleiding (massavernietigingswapens) later verzonnen bleek en waar Groot-Brittannië onder de centrische Labour-leider Tony Blair midden in zat.

Ook in de crisis rond Griekenland lijkt het politieke midden in alle opzichten door irrationele motieven gedreven. Steeds meer economen, zelfs het IMF zelf, geven bijvoorbeeld aan dat Griekenland er zonder schuldkwijtschelding (zogenaamde ‘haircuts’) nooit bovenop zal komen. Toch worden de Grieken, die dus in feite rationeel en democratisch handelen, op bovengenoemde wijze gekarikaturiseerd en niet serieus genomen. Het is kwalijk dat veel stukjesschrijvers, zoals Kustaw Bessems, hier aan meedoen. Jesse Frederiks’ conclusie, dat dit soort stukjes vooral makkelijk te schrijven zijn vind ik dan ook veel te mild. Het is niet alleen gemak, hier is sprake van een doelbewuste strategie van het politieke centrum om niet op de argumenten van de uitdagers in te gaan. Dit is de manier waarop de gevestigde macht zijn tegenstanders buitenspel zet. 

De Correspondent: Deze column gaat niet over de vrouw van Varoufakis (openbaar, gedeeld door Dylan van Rijsbergen)

Dylan van Rijsbergen schreef Het Onbehagen van de Man.  

Volg Dylan via Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (252)