1.061
0

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Groeien

Het is de intimiteit die me soms bang maakt. Op een dag moet Job ergens anders wonen

Ik vroeg aan Jobs vader of hij ‘m ook had gezien, die dikke haar. “Daar let ik niet op”, mompelde hij. Ik wist genoeg en vroeg niet verder. Inmiddels zijn het er zeker vijf of zes. De haren zijn donker en stug. Haren zoals ik ze ook heb. Iedereen die Jobs luier verschoont, moet ze gezien hebben. Allemaal vegen we onveranderd zijn billen af met een vochtig doekje, uit een verpakking met een foto van een baby erop.

Job – elf – is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt

Soms inspecteer ik zijn oksel. Armpje omhoog. Niks. Ik steek mijn neus erin. Job ruikt nog hetzelfde. Lief en zoet. Op zijn wangen glinstert doorzichtig dons. Als vanouds. Het fluwelen vachtje tussen zijn hoekige schouderbladen zit er ook nog.

Er zullen weinig ouders zijn die hun kinderen van zo dichtbij zien groeien als wij. Elke dag ligt Job in zijn blootje voor ons op een grote commode. We kleden hem aan, draaien hem om, trekken zijn korset aan, draaien hem terug, knippen zijn nagels, wassen zijn handen, kammen zijn haren, poetsen zijn tanden, tillen hem op en zeggen “wat ben je mooi”.

Soms praat hij terug. “Mama nieuwe jurk aan.” Hij ziet ons ook. Als mijn gezicht zo dicht bij het zijne is, kan hij mijn rimpels tellen. Voelen zelfs, met zijn zachte vingertoppen. Maar ik denk niet dat hij denkt hé, ze wordt ouder. Hij denkt: ze is er. Omdat ze er altijd is.

Het is die intimiteit die me soms bang maakt. Op een dag, jongen, moet je ergens anders wonen, denk ik dan. Deze elf jaar vlogen voorbij, morgen zijn we elf jaar verder.

“Ik wil niet dat we elkaar niet meer durven loslaten”, zeg ik tegen de gehandicaptenadviseur van MEE die we thuis hebben uitgenodigd. Jobs vader kijkt naar zijn schoenen. “Ik ben heel erg”, zegt hij. Waarmee hij bedoelt: ik hou meer van mijn zoon dan wie ook en niemand kan beter voor hem zorgen dan ik. Was hij een vrouw, dan zou hij nu huilen.

Doorpakken, denk ik. “Dus zoeken we een logeerhuis. Job moet er langzaam aan wennen dat het ergens anders ook fijn is. Dat wennen mag tien jaar duren.” Of twintig, hoor ik Bart denken. Hij zegt: “Job zou er eerst eens een middagje naartoe kunnen…”

De adviseur heeft het begrepen en gaat een en ander uitzoeken. In het donker verlaat hij ons huis. Wij blijven zitten op onze royale rode gezinsbank en kijken naar de babyfooncamera. Job slaapt rustig. Op het schermpje lijkt hij gelukkig nog heel klein.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Job gaat viral

    November 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (0)