740
28

Directeur Both ENDS

Daniëlle Hirsch is directeur van Both ENDS. Door ze te verbinden met nationale en internationale beleidmakers, wetenschappers en met andere organisaties, ondersteunt Both ENDS duurzame initiatieven die lokale gemeenschappen in ontwikkelingslanden zelf ondernemen ter bestrijding van armoede en ter verbetering van hun leefomgeving.

Groene praatjes vullen geen gaatjes

In het echte leven is bijna niemand bereid de echte waarde van natuur neer te tellen  

Een aantal dagen geleden hoorde ik een treurig bericht uit Ecuador. Het heeft te maken met een vraag waar we in Nederland ook vaak mee worstelen: wat is de werkelijke prijs van natuur?

Wat was er in Ecuador aan de hand? In het Yasuni natuurgebied, een ongerept, paradijselijk gebied in het Amazonewoud, was menselijke activiteit tot nu toe uitgebannen. De internationale gemeenschap beloofde daarvoor, onder de paraplu van de VN, een enorm bedrag (tot 2,7 miljard Euro) te betalen. Maar de internationale gemeenschap kwam haar afspraken niet na en het initiatief levert Ecuador veel minder op dan de olie onder het woud waard is.

President Correa zegt nu niet anders te kunnen dan het initiatief stop te zetten; hij moet de begroting rond krijgen. Hij besluit nu toch om olieboringen in het Yasuni-woud toe te staan. Goed voor de schatkist, slecht voor de natuur. Wie weet veranderen Chevron en andere oliemaatschappijen dit prachtige stuk van de Amazone in een paar jaar in een nieuwe Nigerdelta…

Als milieueconoom loop ik al 25 jaar op tegen het enorme verschil tussen de theorie van de ‘economische waarde van de natuur’ en de praktijk. In het echte leven is bijna niemand bereid de echte waarde van natuur neer te tellen. Het initiatief uit Ecuador gaf mij dan ook een sprankje hoop. Hoop dat de die  groene economie’, waarin men wél bereid is te betalen voor waardevolle ecosystemen, toch mogelijk zou zijn. De ervaring in Yasuni laat helaas zien dat er meer nodig is dan studies en mooie woorden tijdens Rio+20 of het World Economic Forum om die verandering teweeg te brengen.

De theorie van de Groene Economie zoals die tegenwoordig tot in de hoogste kringen wordt uitgedragen, heeft twee cruciale zwakke punten:

In de huidige wereldmarkt kan de natuur niet concurreren met producten en diensten uit de reële economie. Een eindeloze reeks rapporten, zoals het veelgeprezen TEEB-rapport, rekent de theoretische waarde van natuur voor ons uit, maar die waarde is in ons economisch handelen niet relevant. Kijk naar Yasuni; we betalen nog steeds liever harde euro’s voor de olie in de grond dan voor het bos en het water erboven.

Een tweede  zwakke stee van de Groene Economie is het geloof dat duurzaam ondernemerschap vanzelf zou ontstaan. Maar ondernemers kunnen pas verdienen aan groene activiteiten als die rendabel zijn. We zullen dus een markt moeten creëren waarin duurzaamheid inderdaad kan concurreren met niet-duurzame activiteiten. Overheden zijn hierin onmisbaar. Op dit moment trekken ze zich steeds verder terug en zijn ze niet bereid vervuilers te laten betalen en duurzaamheid te belonen. Alleen als overheden dat wel gaan doen, zal de omslag naar een echte groene economie kunnen plaatsvinden.

Wat in Ecuador gebeurt is doodzonde; een president voelt zich in de kou gezet door de internationale gemeenschap die ‘groen vooral door een ander wil laten doen’. En wij staan erbij en kijken er naar, sterker nog, we helpen hier in Nederland een handje mee door te blijven inzetten op fossiele brandstoffen en niet-duurzame productiemethoden. Het is tijd om de kennis die we hebben over de waarde van natuur om te zetten in gezond economisch beleid, zodat het groen van Yasuni meer oplevert dan het zwart eronder!

Volg Danielle Hirsch ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (28)