1.185
39

Oorlogsverslaggever De Pers

Arnold Karskens kreeg de afgelopen vijfentwintig jaar bekendheid als een van Nederlands beste en volhardendste oorlogsverslaggevers. Hij werkte voor Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-zenders en is nu oorlogsverslaggever voor dagblad De Pers.
Karskens is auteur van onder andere: Pleisters op de ogen, over de geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo. In oktober 2009 verscheen ‘Rebellen met een Reden’, verhalen over idealistische Nederlanders in de oorlog.
http://www.arnoldkarskens.com/

Groeten uit Tripoli 2

Waarom er ook Libiërs zijn die achter Khadaffi staan

De Libische leider Muammar Khadaffi ligt zwaar onder vuur. Maar hij heeft wel degelijk een achterban. Bij tandarts Mohamed (32) gaat het patriottisme deze dagen meer aan het hart dan klagende patiënten. “Ik ben alleen open voor noodgevallen.” Overdag overtuigt de slanke man in zwart pak en dunne snor buitenlanders van ‘het grote onrecht’ dat Libië wordt aangedaan, zegt hij lopend over het centraal gelegen Groene Plein van Tripoli. Aan de witte gevels hangen op lange banieren beeltenissen van Khadaffi. We zijn een dag op stap.

Loswerkman Adel Omar (48), gehuld in een vervuilde zwarte jas, wat hem het imago geeft van een zwerver, vertelt ons waarom hij de grote roerganger steunt. “Hier slaapt niemand met een lege maag of op straat. Ook al heb je geen geld. Het is niet zoals in Egypte of Tunesië.” De tandarts knikt bevestigend. Dat eenderde van de volwassen mannelijke bevolking geen vast inkomen heeft, zegt niets. “In andere landen sterf je van de honger omdat niemand je wat geeft. Niemand leeft hier van de vuilnishoop.” Nergens in Afrika ligt het inkomen per hoofd van de bevolking hoger; bijna 10.000 dollar, goed voor plaats 53 op de wereldranglijst.

Het ontbreken van criminaliteit, verrassend voor een grote Afrikaanse stad met ruim een miljoen inwoners, komt ook op het credit van de regering. Die stabiliteit die soms met harde hand wordt geforceerd, maakt Khadaffi niet een gevreesd maar eerder een gewaardeerd leider, is zijn stelling. Zonder hem breekt de anarchie uit, dat is zeker. De tandarts: “Hier zijn geen terroristische aanslagen. Als er iets gebeurd, dan is het iemand die een ruit inslaat. Meestal is het dan een buitenlander.” Openlijke kritiek is spaarzaam. Een oude man leunend op een stok: “Ik kan niet demonstreren op mijn leeftijd van 83.” Meer wil en durft hij niet kwijt. Een zilversmid zegt met mededogen: “Het is hoe dan ook ons bloed dat vloeit. Allemaal Libiërs.” Bij de sterke koffie en zoetigheden, vertelt tandarts Mohamed dat de buitenwereld een verkeerd beeld heeft van Libië. “We zijn geen verdeeld stammenland. Ik ben van een Berber en Khadaffi is een Arabier. Maar ik sta achter hem.”

Hij weidt uit dat politiek nooit zijn interesse had, tot de anti-regeringsrellen half februari. In zijn straat staken tien jongeren onder de 20 jaar, plus een volwassene die instructies gaf, autobanden in brand. “Ze zeiden dat het was om de troepen van Khadaffi tegen te houden. Toen de politie kwam, schreeuwden ze ‘huurlingen’. Maar de agenten zeiden: ‘Onzin, luister naar ons accent. Jullie vernielen dit land en joegen de jongeren weg. Ze arresteerden ze zelfs niet. Maar de buitenlandse media hadden het over bommen en lijken.”

Vooral die vernielingen stuitten de jonge ondernemer tegen de borst. “Wie doet dat met zijn vaderland?” Hij zoekt naar een woord dat de situatie omschrijft in de 7 miljoen zielen tellende woestijnstaat. “We hebben geen burgeroorlog. We hebben problemen.” De kwaaie genius achter de opstand kan hij niet aanwijzen, wel de reden: “Onze olie.” Libië is het twaalfde olieproducerende land ter wereld.

Deze foto nam ik op het Groene Plein van demonstranten. Zwaaien met vlaggen en het scanderen van leuzen is een nationaal tijdverdrijf, zo lijkt het als je door de stad rijdt.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Arnold Karskens

Geef een reactie

Laatste reacties (39)