3.734
36

Journalist en Griekenland-deskundige

Ingeborg Beugel studeerde geschiedenis aan de VU en maakte documentaires voor IKON en NCRV. Ze is journalist, voormalig correspondent en Griekenland-deskundige.
1983-1995 Balkan correspondent, based in Greece voor schrijvende pers in Nederland en radio/tv van de Publieke Omroep
1995-2002 KRO Netwerk verslaggever, reportages in hele wereld
2002-2011 documentairemaakster bij IKON ('Srebrenica:Ongehoord!', 6-delige serie 'FAMILIETROTS' over de Tokkies, 12-delige serie 'Geloof,Seks&(Wan)hoop' I en II)
2011 - nu free lance journalist, publicist, lezingen en optredens als Griekenland-deskundige, documentaire over de overgang 'Het Gaat Over' in productie (NCRV, Dokument), een boek over de Griekse crisis en een roman 'Total Facelift', die beide eind 2013 bij Nijgh&Ditmar uitkomen.

Grunberg verlaagt zich tot Telegraaf en GeenStijl verslaggever

De Volkskrantcolumnist gaat naar de verkeerde Griekse stad

Arnon Grunberg schrijft prachtige romans. Van zijn journalistieke verhalen uit Irak en Afghanistan heb ik genoten. Waarschijnlijk omdat ik weinig van die landen weet. Bij het lezen van zijn stuk uit Griekenland vorige week zaterdag – vandaag komt het tweede – kreeg ik kromme tenen. Omdat ik dat land toevallig wel goed ken.

Zoals hij vanaf 2006 naar Afghanistan en Irak is afgereisd om ‘aanwezige oorlogen’ te bezoeken en te doorgronden, zo ‘moest’ hij nu naar Griekenland op zoek naar het epicentrum van de Europese crisis. Griekenland, niet als baarmoeder van de westerse beschaving, maar als embryo van de Europese crisis. Hij vertrok niet zozeer naar Hellas om te proberen de crisis te begrijpen (?), maar ‘om na te gaan hoe het er daar nou aan toe ging’. Hij had immers de meest afschuwelijke artikelen gelezen over Griekenland – Afrikaanse toestanden, verwoesting en ontwrichting, bijna burgeroorlog – en verlangde kennelijk naar empirische bevestiging.

De Grote Schrijver besloot niét naar Athene, maar naar Thessaloniki, de tweede stad van Griekenland, af te reizen. Daar had hij goed over nagedacht: ‘Vaak zijn dergelijke steden interessanter dan de hoofdstad, al was het maar vanwege het sluimerende minderwaardigheidscomplex dat daar kan worden aangetroffen. De hoofdstad geeft toch een ietwat vertekend beeld (…); als de waarheid onthuld wordt, dan in de periferie.’

Gebrek aan logica – dat ik dat ooit over Grunberg zou durven schrijven … –  en vooral onwetendheid.

Wat voor waarde een ‘sluimerend minderwaardigheidscomplex van een tweede stad’ heeft in een queeste naar de waarheid achter een crisis in een heel land, is mij een raadsel. Als iets een vertekend beeld zou kunnen geven, is het dat wel. Daar komt bij dat de bewoners van Thessaloniki van alles hebben, maar geen minderwaardigheidscomplex. Integendeel. Ze voelen zich beter en zijn beter af, in alle opzichten, dan Atheners. Die laatsten onderschrijven dat van harte, waardoor een eventueel minderwaardigheidscomplex van Thessaloniki-bewoners geen enkele reden van bestaan heeft.

Nee, het was iets dat De Schrijver zomaar,vanachter zijn bureau, met instemming van de Volkskrant, in Nederland had bedacht.

Maar dat is niet alles. Thessaloniki telt ongeveer een miljoen inwoners, Athene inmiddels bijna zes miljoen, in een land van twaalf miljoen. Met andere woorden: eerst heb je Athene, met bijna de helft van alle Grieken, dan een hele tijd niets, en dan Thessaloniki op een uitzonderlijke ‘tweede plaats’. De ellende is pijnlijk zichtbaar in Athene als je weet waar je naar toe moet – ik hou mijn hart vast voor Arnon áls ie daar ooit aankomt – en bijna onzichtbaar in Thessaloniki. Afgezien van het aantal inwoners en illegale immigranten in Athene: waarom? Thessaloniki is de poort naar Oost Europa, er wordt dwars tegen de crisis in levendig handel gedreven met voormalig Joegoslavië en Bulgarije.

Welnu, daar komt onze verslaggever dan ook achter.
Al bij het eerste interview.
Oeps.

Onze ontdekkingsreiziger begint zijn reportage na allerlei misplaatste filosofische overpeinzingen over ‘eerste en tweede steden’ op het vliegveld van Thessaloniki. Van een aantal passagiers, waaronder hijzelf, is de bagage niet aangekomen. (Zoals altijd, niet de fout van de Grieken, maar van JFK of Schiphol, hetgeen hij vergeet te vermelden.) Tot zijn verwondering zijn de Grieken niet melancholiek, woedend of gefrustreerd. Hij begrijpt uiteraard niet wat ze zeggen, maar die non-verbale gemoedelijkheid verbaast hem. Over vooroordelen gesproken. Zelf is hij veel meer opgefokt. Is hij meer Grieks dan de Grieken?, denk je dan. Toen ik de eerste keer in Griekenland kwam, dacht ik dat iedereen voortdurend ruzie maakte. Fout. Grieken discussiëren gepassioneerd. Hoe meer vreugde, hoe meer interesse in het onderwerp, des te meer ‘ruzie’. Wanneer Grieken écht heel boos zijn, zeggen ze heel subdued de meest verschrikkelijke dingen. (Ik generaliseer. Ik geef toe, soms ook geheel niet, dan spat het verbale geweld er van af. Maar die algemene-deler-tegenstelling heb ik altijd opmerkelijk gevonden.) Maar ja, of zijn lotgenoten nu werkelijk kwaad of juist niet waren, dat ontging onze reiziger, die geen woord Grieks spreekt en nog geen tolk had op de vlieghaven.

Vervolgens schrijft Grunberg dat hij in het centrum van Thessaloniki tijdens kerstmis overvolle cafés en restaurants aantreft en later zelfs een afgeladen casino. (En ja, beste Arnon, gokspelen neemt toe in tijden van crisis …)  Zijn  eerste indruk is die van een ‘vreugdevolle stad’. En alle vrouwen ‘zagen er verzorgd uit’. (Dat deed me denken aan Sarajevo in oorlogstijd: vrouwen strompelden dwars door sniper-alley’s met hoge hakken en zelfgefabriceerde rouge van gemalen bakstenen, met hun laatste mascara en prachtig opgestoken haar naar ondergrondse muziek-  of theater voorstellingen. Ja, die zagen er ook ‘verzorgd’ uit…)

Daarmee verlaagt hij zich tot de eerste beste Telegraaf en GeenStijl verslaggever, die verlekkerd dat soort onnozele dingen riepen, toen ze midden in de crisiszomer de chicste of meest toeristische buurt van Athene bezochten. In Nederland zie je ook niets van een crisis en voedselbanken als je naar de PC Hooftstraat gaat.
En dan heeft onze globetrotter een intens gesprek met iemand van een ‘sociale groepering’.
Grunberg: ‘Altijd een goed idee om eerst met de sociale groeperingen contact te zoeken.’

Hear, hear.
De lezer wordt getrakteerd op een eindeloos relaas van een linkse activist die – terecht – uit de doeken doet hoezeer de Griekse politieke en industriële elite door en door corrupt is.
Maar dat wisten we al.

Ondanks de uiterst gebrekkige berichtgeving in de Nederlandse media over ‘hoe het er nou werkelijk aan toe gaat’ in Griekenland is dát nu juist wel een van de weinige dingen die ad nauseam – terecht – is doorgedrongen tot de Nederlandse nieuwsconsument. Van Arnon Grunberg verwacht je dat hij niet het makkelijke en meer dan bekende gefulmineer van een anti-elite activist registreert, maar juist op bezoek gaat bij iemand die behoort tot die corrupte elite.
Wat niet is, kan nog komen …

Afijn, ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan, maar dat wordt saai.
Het gaat niet om ‘Arnon-in Greece-bashing’. Daar is hij mij ook te dierbaar voor. Het gaat mij om wat er hier in Nederland journalistieke mode is geworden:

1)    De huidige funeste overtuiging, geïnstitutionaliseerd door oud-NOS-journaal hoofdredacteur Hans Laroes cum suis, dat verslaggevers in den vreemde ‘een frisse Nederlandse blik op het buitenland moeten hebben’. (Lees voor ‘frisse NL-blik’ , ‘gebrek aan (taal)kennis van’. )

2)    De ziekte dat overal BN’ers naar toe gestuurd moeten worden. (Ook al is de ‘frisse blik’ van een Arnon Grunberg beslist interessanter dan die van een Birgit Schuurman.)

Daarover een volgende keer meer.
Ik denk veel aan Arnon Grunberg. En hoe het nu verder moet met zijn reis, op zoek naar De Waarheid achter de Griekse crisis. Ik heb allerlei tips, ook het telefoonnummer van een lokale top stringer-en-tolk.
Arnon, je kunt me altijd bellen.

Ingeborg Beugel is oud-Griekenland-correspondent. Volg haar ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (36)