3.633
102

Senator OSF

Prof. Dr. C.A. (Kees) de Lange heeft een carrière als fysicus bij Shell Research en aan VU en UvA achter de rug. Hij is momenteel emeritus hoogleraar atoom-, molecuul- en laserfysica aan de VU, en als zeldzame bèta in de Eerste Kamer Senator voor de Onafhankelijke SenaatsFractie (OSF). Hij schrijft als columnist voor Follow the Money (www.ftm.nl).
Eerdere functies: voorzitter NBP (Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen), lid deelnemersraad ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds), lid hoofdbestuur CMHF (Centrale voor Middelbare en Hoger Functionarissen), voorzitter VAWO (Vereniging voor Personeel aan Universiteit en Onderzoeksinstellingen), voorzitter COR (Centrale Ondernemingsraad) van de UvA, en decaan Faculteit Scheikunde UvA.

Haastige spoed is zelden goed

De nieuwe wet topinkomens is een populistische poging om op irrationele gronden het onverzadigbare monster van de afgunst te voeden

Minister Plasterk had haast. Op 22 december werd er in de Eerste Kamer een wetsvoorstel door gejakkerd dat het maximumsalaris van ‘top’bestuurders in de (semi)publieke sector terugbrengt tot 100% van een ministersalaris Op 1 januari 2013 had de Wet Normering Topinkomens dit maximum al teruggebracht tot 130 %.

De gevolgen zijn tot op heden volstrekt onduidelijk. De maandag aangenomen wet kent geen onderbouwing behalve de stellige overtuiging van de regering dat de wet belangrijk is. Had stelligheid maar werkelijkheidswaarde. Helaas maakt de regering zich op voor een geforceerde mars door verraderlijk drijfzand. Waarom?

Fascinatie voor inkomensverdeling
In Nederland is de politieke fascinatie voor de inkomensverdeling groot. Het is daarbij onbelangrijk dat die in ons land volgens alle indicatoren erg gelijkmatig is. Het ‘gesundes Volksempfinden’ is desondanks steevast van mening dat lagere lonen omhoog en hogere inkomens omlaag moeten. Dit standpunt heeft natuurlijk alle voordelen van simpelheid. En als de vermeende ongelijkheid, en dus de vermeende onrechtvaardigheid, nauwelijks gevonden kan worden in de inkomensverdeling, dan is er gelukkig de vermogensverdeling.

Thomas Piketty kwam dan ook als geroepen. Niet dat hij onderzoek naar de Nederlandse situatie had gedaan, maar het hielp zeker om een stokoude discussie weer eens aan te zwengelen.

Wat ondanks deze fascinatie in Nederland grotendeels ontbreekt, is een rationele basis voor inkomensverschillen. Hebben zij een stimulerende werking en zijn zij dus van economisch nut? In hoeverre speelt de mate waarin verschillen optreden een rol?
Onderzoek nodig
Het zou helpen om gebaseerd op onderzoek een inkomensvisie en een rationeel inkomensbeleid te ontwikkelen. Ook zou men daar de private sector bij moeten betrekken. Niets van dat alles. ‘Omhoog met lage lonen, omlaag met hoge lonen’ blijft onverkort het motto.

Vrees voor negatieve reacties
Bovenaan het loongebouw wordt het huidige salaris van een minister als de maat aller dingen beschouwd. De gedachte hierachter is onduidelijk. De Commissie Dijkstal heeft zich jaren lang in de problematiek verdiept en geconstateerd dat om het loongebouw in overeenstemming met de maatschappelijke werkelijkheid te houden het ministerssalaris aanzienlijk verhoogd diende te worden. In 2009 en 2012 werd met verwijzing naar de crisis en ongetwijfeld uit vrees voor negatieve reacties een aanzienlijke salarisverhoging voor ministers niet doorgevoerd. De huidige norm die de bovenkant van het loongebouw definieert is dus nogal toevallig tot stand gekomen.

Onverzadigbaar monster
Een visie op wenselijke beloningen in de (semi)publieke sector valt niet te ontwaren. Dat slaat de bodem weg onder de retoriek die de regering ter verdediging van deze wet bezigde. Of het huidige toevallige ministerssalaris hoog genoeg is, en of andere functionarissen aan die norm onderworpen moeten worden, is dus kwestieus. Helaas is deze wet niet ‘evidence-based’, maar ‘illusion-driven’ en een populistische poging om op irrationele gronden het onverzadigbare monster van de afgunst te voeden.

Doordat de verschillen tussen de (semi)publieke sector en de private sector enorm kunnen zijn, is het gekunsteld om de private sector buiten beschouwing te laten. Het is een bekend fysisch principe dat gradiënten tot stroming leiden, waardoor de uitstroom van publiek naar privaat versterkt zal worden. Gevreesd moet worden dat voor capabele jonge mensen de publieke sector aan aantrekkingskracht verliest. Het is toch moeilijk verteerbaar dat je salaris met regelmaat een speelbal van rancuneuze politiek is.

Woordinflatie
Nog een paar woorden over het jargon. Bij deze regering deugt het niet als niet het predicaat ‘top’ gebruikt kan worden. Van topfunctionarissen naar topsectoren, naar topbeleid, topwetenschappers, topbestuurders. Woordinflatie is de norm geworden. Zelfs als misdadiger kun je jezelf niet langer recht in de ogen kijken als je geen topcrimineel bent. Het zou te verkiezen zijn dergelijk opgeblazen woordgebruik tot normale proporties terug te brengen.

Hoewel er geen onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het wetsvoorstel, hoeft men geen helderziende te zijn om een aantal zaken te kunnen voorspellen:

– Het loongebouw wordt aan de bovenkant samengeperst waardoor de beschikbare beloningsruimte aanzienlijk beperkt wordt. Hoe kan er op de hogere verdiepingen van het loongebouw nog aan loondifferentiatie gedaan worden?

– Door de lange overgangstermijn ontstaan in de praktijk langdurig verschillende beloningen voor dezelfde werkzaamheden.

– Het wetsvoorstel staat bol van de uitzonderingen. Uitzonderingen leiden altijd tot pogingen de reikwijdte van een regeling op te rekken. Wanneer is het vervullen van een vacature tegen het voorgeschreven salaris onmogelijk? Zo wordt in de praktijk een grijs gebied geschapen waarbinnen ongetwijfeld het aantal zeldzame diersoorten zal exploderen. Leuk voor de biodiversiteit, maar wel de bijl aan de wortel van deze krakkemikkige wet.

Grote bedenkingen
Samenvattend, het wetsvoorstel komt kort nadat reeds een grote ingreep in de loonvorming van een kleine categorie functionarissen heeft plaatsgevonden en zonder dat de gevolgen daarvan zijn onderzocht. Er zijn dan ook grote bedenkingen bij deze overhaaste wet, die bovendien slechts een ondergeschikt deel van de inkomensproblematiek bestrijkt. De discussie over inkomens- en vermogensongelijkheid zal hiermee niet verstommen. Maar als de ideologie spreekt, zijn het de feiten die zwijgen.

Geef een reactie

Laatste reacties (102)