1.292
14

Journalist

Marie-Claire van den Berg is journalist. Ze schrijft voor uiteenlopende publicaties van Volkskrant magazine tot Viva. Najaar 2011 publiceerde ze het boek 'Groen Doen, verslag van een zoektocht naar klimaatvriendelijk leven'. Voor het tv-programma Kassa verzorgde ze de rubriek over groene producten. Sinds april heeft ze iedere zaterdag een column in De Telegraaf.
Haar eigen website is http://groendoen.nu/

Haat-liefde verhouding met licht….

Waarom ik zaterdag mee doe met Earth Hour

Ik heb een buurman van ruim in de tachtig. Hij woont alleen en hoewel je zou verwachten dat zo’n oud iemand niet meer zo ‘bij’ is, verbaast hij me altijd met zijn actuele kennis en snelheid van reageren. Zonder het te weten is hij zelfs nog beter bezig dan ik. Met zijn licht bijvoorbeeld. Als ik ’s avonds langs zijn huis loop, valt me altijd op dat hij alleen dáár een lamp aan heeft waar hij het licht op dat moment nodig heeft. Van buiten ziet dat er altijd wat vreemd uit. Zo’n grote zwarte vlek met één verlicht hoekje waar hij dan zit. Maar ja, waarom zou je meer aandoen dan je nodig hebt?

Jarenlang deed ik het tegenovergestelde van wat hij doet. Bij de eerste schemering gingen alle lichten aan. In de hal, de bijkeuken, de keuken en de huiskamer. Vaak ook nog boven, ook al kwam ik er misschien maar één of twee keer. Want dat associeerde ik met gezelligheid. Softtone,- en kaarslampjes in beige, terracotta en flame. Die namen alleen zeggen al genoeg.
Maar de laatste tijd ben ik daar anders over gaan denken.
Het begon een paar jaar geleden in Laos, waar ik met mijn vriend op doorreis was. We belandden in een piepklein van stroom verstoken dorpje in de jungle en sliepen in een houten hutje onder een sterrenhemel die ik alleen uit prentenboeken kende. Aan het eind van elke dag brachten de vrouwen uit het dorpje ons fruit, rijst en water. En op de laatste avond kwam het dorpshoofd bier bij ons drinken. Praten lukte niet, maar hij had een ander gebaar waarmee hij ons wilde laten zien dat we zijn vrienden waren. Speciaal voor de gelegenheid had hij zijn grommende generator meegenomen zodat hij het peertje, dat ergens aan een tak bungelde, kon laten branden. Daar zaten we dan, tegenover elkaar. Met zijn vieren naast een ronkende generator, als was het een kampvuur, en een vreemde bal kunstlicht waar de olifanten voor vluchtten. Voor ons was het een straf, maar het dorpshoofd straalde van trots.
Eind vorig jaar dacht ik weer aan hem toen ik voor een Volkskrant-reportage een week lang zonder stroom besloot te leven. Koken, eten, de kinderen naar bed brengen, wassen, lezen, het enige licht dat ik daarbij had, was het flikkeren van de kaarsen die ik voor die week had ingeslagen. Die week zonder licht had een enorme impact op mijn leven. Zodra de zon onder ging, wilde ik ook naar bed, en soms werd ik opeens midden in de nacht wakker. Mijn ritme was volledig ontregeld. Ik was volkomen a-productief. Omdat ik me op die week had voorbereid, was het natuurlijk prima vol te houden. Maar het was een feest toen ik na zeven dagen de eerste lichtknop weer indrukte.
De impact van leven zonder licht was nog groter toen mijn straat afgelopen maand door een stroomstoring werd getroffen. Het was zondagavond. Ik had een lekkere fles wijn opengetrokken, de sfeerlampen aangedaan en een goeie film gestart toen opeens met een korte, doffe klap de stroom uitviel. Alles was zwart in huis, op straat en in de hele wijk. Alsof we in één klap van de kaart waren geveegd. Ruim twee uur zat ik in het donker. En ik was boos zoals je ook boos kan zijn als je internetverbinding het niet doet. Een kwartiertje zonder had ik nog aanvaardbaar gevonden, maar ruim twee uur was schandalig. Dat konden ‘ze’ niet maken.
Het zijn dit soort voorvallen waardoor ik steeds meer besef hoe groot de rol van licht is in mijn leven. Dankzij lantaarnpalen maak ik geen ongelukken als ik na een feest naar huis rijd, dankzij mijn buitenverlichting breken dieven minder snel in, dankzij mijn nachtlampje kan ik boeken lezen voor het slapen gaan en dankzij de rest van het licht in huis kan ik ’s avonds überhaupt nog productief zijn. Want die kleine kunstzonnetjes zorgen ervoor dat ik niet meteen moe wordt als de zon ondergaat. Zoals vogels in de buurt van het felle licht van kassen langer wakker blijven, zo houd ik mijn lijf ook in de maling met licht.
Earth Hour is ook zo’n ervaring waar ik bewuster ben geworden van de manier waarop ik met licht omga. Vorig jaar deed ik ook mee, toen leefde het minder dan nu. Maar het gevoel wat ik erbij had was prachtig. En naarmate er meer mensen meedoen, wordt het alleen maar mooier. Het besef dat je met miljoenen mensen van over de hele wereld één uur lang tegelijk aan hetzelfde denkt en hetzelfde signaal afgeeft is overweldigend. Als je van de energie die daarbij vrijkomt lampen zou kunnen branden, zouden we nooit meer in het donker hoeven zitten. Wel eens in een overvol stadion gestaan terwijl het Nederlands elftal een hele belangrijke wedstrijd won? Zo voelt het ongeveer. Maar dan nóg mooier.
Natuurlijk is dat ene uur lichtbesparing maar een druppel op een gloeiende plaat. Dat dorpshoofd in Laos zal er zijn generator niet voor wegdoen. Als hij inmiddels niet al lang vaste stroom heeft. Om het probleem van nutteloze verlichting op te lossen moet er meer gebeuren. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan nóg meer. Maar dit is wel een spectaculair gebaar waar je als burger en als overheid, of je het licht nu aanlaat of niet, moeilijk je ogen voor kunt sluiten. Dat zoveel mensen over de hele wereld zich voor één zaak inzetten, maakt het besmettelijk en zet je aan het denken. Dat alleen is al zo’n grote winst.
Ik vraag me af wat mijn buurman van Earth Hour vindt. Zou hij zaterdag ook dat éne licht dat hij aan heeft doven?

Geef een reactie

Laatste reacties (14)