3.190
31

Schrijfster

Tineke Bennema is schrijfster en journalist, woonde van 1994 tot en met 2001 in Palestijns gebied waarover ze twee boeken publiceerde. Ze blogt over de relaties oost-west op www.tinekebennema.nl

Halsema, laten we de strijdbijl begraven

Calvinistisch als ik ben, lijkt het me goed om te kijken naar wat ons verbindt in plaats van wat ons scheidt

Een van mijn vriendinnen in Jeruzalem, tevens een van de bronnen voor mijn journalistieke werk voor Trouw, laten we haar Lubna noemen, is sociaal werkster. Tijdens de tweede intifadah vertelde ze me hoe het huiselijk geweld toenam; van grof geweld, van vrouwen mishandeld voor de ogen van hun kinderen enz. Maar ook hoe het aantal gevallen sterk groeide, ze kreeg in een week ineens 27 casussen. Ze kon er niet meer van slapen. Wat ze toen zei, zal ik nooit vergeten: ‘Er komt een moment waarop de hulpverleenster zelf hulp nodig heeft.’

Lubna draagt geen hoofddoek. Ze is hoogopgeleid. Ze komt uit Hebron, de meest hardline conservatieve Palestijnse stad op de West Bank. De oorzaken van het groeiend geweld wijdt ze aan het feit dat mannen thuis kwamen te zitten door de checkpointsluitingen, door verlies van werk, door armoede. Niet aan de islam.

Ik bewonderde haar doorzettingsvermogen enorm, haar inlevingsvermogen, haar compassie en ik geef het voorbeeld om te laten zien hoe je ook anders tegen vrouwenonderdrukking kunt aankijken. Dat je, zonder grondige kennis van context, al snel makkelijke conclusies trekt over de oppervlakkige uiterlijkheden van een andere cultuur en religie.

Mijn felle aanval op de tv-serie Seks en de Zonde van Halsema baseer ik op mijn observaties na lang verblijf in het Midden-Oosten; waar ik schoonzussen heb met en zonder hoofddoek, waar ik woonde in een gemengde wijk met zowel christenen als moslims, waar ik gewerkt heb met vrouwenorganisaties die zich sterk maken voor allerlei soorten vrouwenrechten, waar ik vriendinnen heb die journalist, huisvrouw, analfabeet zijn, met 3 en 9 of zonder kinderen, die een hoofddoek hebben afgedaan en die een hoofddoek zijn gaan dragen (de vader van laatst genoemde was al overleden, dus aan hem kon het echt niet liggen). De gewone vrouw, zeg maar de spreekwoordelijke Umm Mohammed.

Maar het is nu tijd om de Twitter-discussie met Halsema te beëindigen, die ik begon met mijn blog naar aanleiding van haar serie. De serie die meer begrip moest kweken voor moslimvrouwen, leidde vooral tot verdieping van de loopgraven van standpunten. Het werd van een programma dat zou moeten gaan over wat vrouwen beweegt voor de islam te kiezen, juist een slecht gefundeerde anti-islam docu.

Calvinistisch als ik ben, lijkt het me goed om te kijken naar wat ons verbindt in plaats van wat ons scheidt. Laten we een net rijtje maken.

1) Zowel Halsema als ik vinden dat vrouwen gerespecteerd moeten worden voor hun keuze voor de islam
2) Zowel Halsema als ik stellen het feit vast dat er vrouwenonderdrukking is in de moslimwereld
3) Zowel Halsema als ik zeggen op te komen voor de rechten van de islamitische vrouw

Verschillen doen wij dus over analyse van het probleem vrouwenonderdrukking. Halsema zoekt die onderdrukking uitsluitend in bepaalde regels van de islam en in diens voorgangers. Ik stel daartegenover dat armoede, gebrek aan onderwijs en dubieuze interpretaties van conservatieven (ook vrouwen) oorzaken zijn.

We zijn het vast eens dat een all out war tegen islam geen enkele zin heeft; het zal vrouwen van het westen doen afkeren en vragen: waar komt dit paternalisme in Gods en Allah’s naam uit voort? Waarom denken jullie beter te weten dan wij wat goed voor ons is?

Mijn oproep en handreiking aan Halsema is dan ook deze: laten wij in plaats van te bekvechten de Malala’s en plaatselijke moslim vrouwenorganisaties steunen. Laten we ons bescheiden opstellen, vragen wat zíj nodig hebben. Laten we niet iedereen die het maar horen wil vertellen wat wij vinden dat zij zouden moeten. Laten wij niet met westerse olifantspoten door de oosterse porseleinkast lopen.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)