666
16

PvdA-raadslid in Rotterdam

Fouad el Haji (1969) is politicus en schrijver. Hij is voor de PvdA lid van de Rotterdamse gemeenteraad, maar schroomt niet om zich met landelijke issues te bemoeien. Landelijk bekend zijn diens NOVA-optreden uit maart 2006 over de allochtone stem binnen de PvdA en zijn optreden in Pauw & Witteman uit september 2008 over de Marokkaanse lange arm in Nederland. Van zijn hand verschijnen regelmatig opiniestukken in diverse landelijke dagbladen en tijdschriften. In Rotterdam is hij evenwel bekend vanwege zijn wekelijkse column Linkse Soep die hij enkele jaren voor de Rotterdamse PvdA schreef. Eerder schreef hij al enkele mee aan toneelstukken van het Rotterdams Centrum voor Theater. Zijn literair debuut kunnen we lezen in het januarinummer van Passionate.

Hamburg – Teheran

Een taxi-rit ontaardt in een oefening begripvol langs elkaar heen praten.

Van Hamburg Airport naar het centrum van de stad is het een half uur rijden. We hebben genoeg tijd om kennis te maken met de taxichauffeur en een gesprek met hem aan te knopen. Naast mij op de achterbank zit collega en vriend Zeki Baran. Achter het stuur zit de taxichauffeur van dienst. Een man van in de vijftig. Hij is voormalig vluchteling uit Iran, waar hij docent wiskunde was voordat hij vluchtte en in Noord Duitsland terechtkwam. Je merkt dat hij zijn nieuwe metier met tegenzin heeft opgepakt. Maar wat moet je anders. Je begint aan een nieuw leven in een vreemd land. Niet zo vreemd dat je onder aan de ladder begint. De chauffeur stelt zich voor: Abdolah is zijn naam. Aangenaam. Abdolah kiest zijn woorden zorgvuldig. Althans, zo lijkt het, maar misschien schiet zijn woordenschat tekort. Wie zal het zeggen?

Zin of geen zin, een mens moet werken. Liever koekjes kennen ze ook in Hamburg niet. Ik zag mijn kans schoon om een beetje op mijn Duits te oefenen voordat ik me in het hol van de leeuw, het regeringsgebouw in hartje Hamburg begeef.
`Houd me ten goede’, voegt hij er haastig aan toe, `het leven in Hamburg is goed. De omstandigheden zijn gunstig. Niets ten nadele van wie of wat dan ook, luidt zijn relativering. Tegelijkertijd blijf je je eeuwig afvragen hoe het zou zijn geweest als je nooit uit Iran hebt hoeven vluchten. Oftewel, hoe zou het zijn als de omstandigheden ook in Iran gunstig waren geweest’. Hij haalt diep adem, of noem het een diepe zucht, maar gaat snel weer verder. `Maar als ik daar was gebleven, had ik ook nooit kunnen weten hoe het hier in Hamburg is’. Het is duidelijk. Onze taxichauffeur steekt zijn innerlijke strijd niet onder autostoelen of banken.
Of hij Kader Abdolah kent, is mijn vraag. Hij woont in Nederland en is schrijver van beroep. `Er ist ein Auteur’, benadruk ik. 
`Kader Abdolah is Autoverkaufer?’ is s mans wedervraag. 
`Nein, nein, Auteur, keine Autoverkaufer. Er schreibt Bücher’. Wat zeg ik, Kader Abdolah is een briljante Nederlandse auteur van Iraanse origine. Hij is misschien wel de enige man ter wereld die met een Koran onder de arm overal naar binnen mag. Ik zweer het op de Koran van de Kader’s vader. Bij televisiestudio’s, universiteiten, discussiefora, ja zelfs bij strenge kerken gaat de rode loper voor hem uit. Om maar te zwijgen over de vele oplages van zijn Koran die als warme broodjes over de toonbank gaan. 
Maar ook nu maait onze chauffeur virtuoos over mijn punt heen. Mijn Duits moet wel heel slecht zijn. Terwijl ik mij spastisch door mijn armoedig Duits heen worstel, heeft hij al nagedacht over een eigen Abdolah. 
`Abdolah weet u’, zo legt hij ons uit, `was de vader van de Profeet Mohamed’. 
`Bovendien’, zo poneert hij met grote stelligheid, `is Kader de achternaam en Abdolah de voornaam’, nog steeds in de waan dat we het over een autoverkoper hebben. Typisch zo’n gesprek waarbij je volledig langs elkaar heen praat.
Dan maar naar buiten kijken. We rijden inmiddels door de brede straten van Hamburg. Ik wil de chauffeur vragen ons uit te leggen wat Kader Abdolah steeds bedoelt als hij zweert bij de Koran van zijn vader. Heeft Kader zelf soms geen Koran, of sterker nog; gelooft hij er zelf misschien niet in? Ik stel de vraag toch maar niet. Dat wil zeggen, ik stel die andere vraag die op het punt van mijn tong brandt, namelijk of de opgelaaide demonstraties in de straten van Teheran hem op de een of andere manier bezighouden. 
`Maar natuurlijk houdt de situatie in Iran mij bezig. Er vallen daar elke dag meer slachtoffers dan we ons kunnen voorstellen. Die mensen zijn lieve mensen en willen alleen iets meer vrijheid om te denken wat ze willen denken, om te zijn wie ze willen zijn. Ik heb daar ook gestaan, ben ook weleens opgepakt en ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan die actievoerders denk. Maar Ahmadinejad is niet het enige probleem. Het hele systeem is door en door kwaadaardig en zeer sterk tegelijk’.
Ik doe er zelf het zwijgen toe uit angst dat Abdolah mij vraagt wat de situatie met mij doet. Nu ja, er is een tijd geweest dat de situatie in Iran iets met me deed. Maar vandaag de dag zijn mensenrechten louter een item uit het 8 uur journaal omdat er nu eenmaal elke dag een 8 uur journaal moet zijn.
Een half uur later stopt onze taxi voor het hotel. We stappen uit in Down Town Hamburg. De zon schijnt aangenaam. We rekenen af. De chauffeur mag het wisselgeld houden, voor zijn goed gastheerschap en zijn minicollege over Hamburg en Teheran. Ik vraag aan mijn vriend Zeki of hij mijn Duits in de taxi goed kon verstaan. We lopen ons hotel binnen.
`Jou kon ik wel verstaan, maar de taxichauffeur niet’, zegt Zeki meer uit beleefdheid tegen mij. Geeft niet, als je maar een goede taxichauffeur bent, zo luidde onze milde conclusie. Net op dat moment meldt de baliemedewerkster ons dat wij verkeerd zitten. Ons hotel is nog een kwartier lopen. 

Geef een reactie

Laatste reacties (16)