837
16

Hoogleraar Toegepaste Filosofie

Michiel Korthals is hoogleraar Toegepaste Filosofie aan de Wageningen Universiteit. Hij studeerde Filosofie, Sociologie en Duits aan de Universiteit van Amsterdam en de Karl Ruprecht Universität in Heidelberg (BRD). Zijn academische belangstelling richt zich op bioethiek (met name voeding, dieren en milieu), deliberatieve en democratische theorieën en Amerikaans pragmatisme. Hij heeft een verscheidenheid aan publicaties op zijn naam staan.
Korthals is tevens voorzitter van de Stichting FREE (Foundation for the Restoration of European Ecosystems), die ongeveer 1500 Hooglanders, Konikspaarden, Wisenten en Rode Geuzen beheert. De laatste jaren treedt hij veelvuldig op met gedichten over eten, landbouw en natuur.

Handel gaat niet voor voeding; vrije markt produceert honger en ondervoeding

Speculatie met voeding, of het nu gaat via termijnmarkten of via ongezonde voeding in termen van teveel zout, suiker of slechte vetten, draagt bij aan grotere ellende

De Zembla uitzending van 23 december 2011 maakte het opnieuw duidelijk: de vrije markt kan en hoort voedingsmiddelen niet te regelen. Terwijl bij financiële producten toezicht gebaseerd op strenge regels een algemeen aanvaarde activiteit is, is dit bij voedingsmiddelen nog steeds niet doorgedrongen tot de betrokken instanties, zoals banken, overheid, voedingsbedrijven en wetenschappers.

Banken en verzekeringen zijn de laatste jaren onder steeds strengere controle geplaatst om ingewikkelde en ondoorzichtige producten te vermijden en consumenten te beschermen tegen misleiding. Alle politieke partijen hebben daarvoor gepleit. Maar het piramidespel met voedingsproducten, nog belangrijker dan financiële producten, gaat gewoon door. Ook de Nederlandse overheid stelt steeds dat handel boven voeding gaat, en dat de verkoop van het doet er niet welke voedingsproducten aan wie dan ook een belangrijk speerpunt is. Handel gaat voor voeding, zegt ook Directie Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van ministerie van ELI. De World Trade Organization eist dit, zegt ze. Daarmee geeft ze aan: het interesseert ons geen barst, als er elders honger wordt geleden als wij er maar geld mee verdienen.

‘Bad money drives out good money’, Gresham’s Law, geldt ook op de voedselmarkt. Natuurlijk, speculeren en honger, schaarste aan voedingsmiddelen en de lage kwaliteit van voedingsmiddelen staan in indirect verband, zoals de zon alleen indirect een goede oogst te weeg brengt. Maar het verband is er wel, en het is vermijdbaar; hoeven de ongeveer één miljard hongerenden en de twee miljard ondervoede mensen niet te worden beschermd?

Speculatie met voeding, of het nu gaat via termijnmarkten of via ongezonde voeding in termen van teveel zout, suiker of slechte vetten, draagt bij aan grotere ellende, ongelijkheid en aan de gezondheidskloof tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden. De markt kijkt er niet naar of mensen honger lijden of ondervoed zijn (en ook overgewicht is een vorm van ondervoeding, teweeggebracht door gebrek aan gezonde ingrediënten). Het rapport van de Raad voor Volksgezondheid van deze maand laat zien dat de gezondheidsverschillen in het rijke Nederland tussen lager en hoger opgeleiden enorm zijn; in levensverwachting ongeveer zever jaar, en in aantal jaren minder goede gezondheid ongeveer 19 jaar. Deze verschillen hebben voor een heel groot deel te maken met voeding. Mensen met weinig geld kan je nog altijd goedkoop volstoppen met zout, suiker en slechte vetten, denkt de industrie, en ze jammert als ze wat minder zout in het eten moet doen; ze beveelt een pakje boter (of wel magnumijs) aan als passend in een gezond leefpatroon.

Ondertussen zijn er nog veel wetenschappers die durven te beweren dat er geen ongezonde voeding is, en dat alles met mate gegeten moet worden. Maar wat is met mate? Vroeger was met mate melk drinken: een glas of vier, nu is dat twee of minder, met mate vlees eten betekende 150 gram, nu wordt er zelfs over gesproken niet meer iedere dag vlees te eten (ook vanwege de invloed op het klimaat). Groente en fruit zijn nog steeds de levensmiddelen die in onbeperkte mate gegeten kunnen worden, en zij zijn het bewijs dat er wel gezonde voedingsmiddelen bestaan.

Er is een nationale en internationale voedingsautoriteit, een Autoriteit Voedings Markt (AVM) nodig, die levensmiddelenstromen controleert op kwaliteit en de beschikbaarheid voor arme mensen. De markt voor voedingsmiddelen moet een vloer krijgen zodat speculatie en ongezonde voedingsmiddelen geen kans krijgen. De Nederlandse overheid zou een inhaalslag moeten maken en de kwaliteit en de beschikbaarheid van voeding moeten bevorderen, door gezamenlijk internationaal optreden en door beloning van bedrijven die de kwaliteit van verse voedingsmiddelen in binnen- en buitenland hoog in het vaandel hebben. Dat zijn veelal niet de bedrijven die nu de steun van de overheid krijgen.

Geef een reactie

Laatste reacties (16)