836
8

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Harry Belafonte, de vergeten held van de burgerrechtenbeweging

Legendarische acteur wint Oscar voor steun aan Burgerrechtenbeweging

Als één artiest iets heeft gedaan voor de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging is het Harry Belafonte wel. Hij doneerde geld en sprak zich openlijk uit voor de goede zaak in een fase waarin maar weinig zwarte artiesten dat wilden of durfden. Het was Belafonte die de Kennedy’s opriep niet met hem en andere zwarte artiesten te babbelen, maar een inhoudelijke dialoog aan te gaan met Martin Luther King. Maar zijn duidelijke stellingname kwam hem onder meer te staan op een boycot door Hollywood: gedurende de hele jaren ’60 werd Belafonte voor geen enkele film gevraagd. Weinig artiesten van zijn kaliber zijn nooit benaderd voor een reclamespotje of werden nooit voor een tournee gesponsord door een groot bedrijf.

Het verschil tussen Belafonte en veel van de apolitieke artiesten in de jaren ’60 -bijvoorbeeld de Motown sterren, of James Brown en Ike & Tina Turner – is dat Belafonte reeds had waar deze zwarte artiesten naar streefden: een grote blanke aanhang. Want dat betekende zowel financieel succes, als acceptatie door het (blanke) Amerikaanse establishment waar zo tegen op werd gekeken. Belafonte, Sammy Davis Junior, Mahalia Jackson daarentegen waren zwarte artiesten met ‘cross-over appeal’ (een multiraciale fan-base) En dus zag je hen op dezelfde benefiet avonden als bijvoorbeeld Joan Baez, Bob Dylan etc. Bij die gelegenheden zamelden ze geld in voor de Burgerrechtenbeweging bij een overwegend blank publiek.

Say it loud
De funk- en soulhelden van de jaren ’60 daarentegen lieten zich nauwelijks verleiden tot een politieke stellingname. James Brown bijvoorbeeld hield zich liever op de vlakte, tot dat hij door activisten werd gepusht om met iets als Say It Loud I’m Black And I’m Proud op de proppen te komen. Rond dezelfde tijd huurde het Pentagon hem in om net als Bob Hope en John Wayne voor de troepen in Vietnam te spelen. Later sprak Brown zich uit voor de herverkiezing van Richard Nixon: James Brown endorses President Nixon.

Motown deed op een bepaald moment wel mee met de strijd: het organiseerde een benefiet om de campagneschuld van de vermoorde Robert Kennedy af te betalen. Zeer bijzonder als je bedenkt dat Marvin Gaye, The Supremes, The Jacksons nog geen fractie van het geld hadden waar de Kennedy’s over konden beschikken. Sowieso waren al die artiesten amper 10 jaar eerder nog straat- en straatarm. Motown directeur Berry Gordy vond het echter wel chique, zo’n netwerk in de Democratische Partij. Maar The Jacksons verbood hij om in de pers toe te geven dat ze hun afro-look deels droegen als steunbetuiging aan de zwarte strijd.

Vehikel voor emancipatie
Dat zou je hem en vele andere gelijkgestemde zwarte artiesten kwalijk kunnen nemen, maar de situatie was nu eenmaal zo dat niet iedereen zich kritiek kon veroorloven. De één maakte de inschatting dat zijn vehikel voor emancipatie van zwarte artiesten (Motown) baat had bij een politiek neutrale houding, de ander (Belafonte bijvoorbeeld) dwong zich zelf om zijn populariteit onder de blanke bevolking in te zetten voor de Burgerrechten Beweging.

Daarbij kwam dat Martin Luther King zelf meermaals had aangegeven moeite te hebben met Rock’n roll, R&B en überhaupt het gebruik van Gospel-invloeden voor non-religieuze entertainmentdoelen. Ergo: hij en velen binnen de Beweging hadden eigenlijk moeite met veel zwarte sterren van de jaren ’60. Iemand als Belafonte was veel minder stout en dus geschikter voor King. Dat kostte hem echter ook de nodige ‘street credibility’.

Nepzwarte
Het tragische aan Belafonte is dat hij dankzij zijn blanke aanhang en vriendschap met King en Robert Kennedy door de Black Power-beweging werd neergezet als ‘black-caucasian’ als een soort ‘uncle tom’, een salonsocialist en nepzwarte. Historici van de Burgerrechtenbeweging besteden (met uitzondering van mijn bron Brian Ward) opvallend weinig aandacht aan Belafonte. Ondertussen waren er ook veel in de NAACP die Belafonte te links vonden, zijn geld graag accepteerden maar bang waren dat ze met hem hun goede verstandhouding met blank Amerika op het spel zetten. In zekere zin viel hij dus lange tijd tussen wal en schip, te radicaal voor de één, te soft voor de ander.

Maar, slechts weinig artiesten doneerden zoveel en waren inhoudelijk zo betrokken bij de Civil Rights Movement als Harry Belafonte. Dus: sympathiek en volkomen terecht dat hij er een prijsje voor krijgt.

Literatuur: Ward, Brian Just My Soul Responding, Rhythm and Blues, black Consciesnous and race relations (New York 1998)
Zie ook: Harry Belafonte in The Muppet Show

Geef een reactie

Laatste reacties (8)