759
32

Cabaretier/ schrijver

Johan Fretz heeft aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie gestudeerd en schreef het pamflet 'Hart voor kunst: een pleidooi tegen de culturele kaalslag'

Hart voor Kunst

Het opbouwen van wat nu vernietigd wordt duurt veel langer dan het afbreken ervan

Op 29 oktober 2006 fietste ik vanaf het Leidseplein de Overtoom op en zag daar tot mijn verbazing Mark Rutte lopen. Ik remde, sprong van mijn fiets en stapte op de liberale lijsttrekker af. Er was geen beveiliger te bekennen. Rutte was gekleed in een spijkerbroek en een nonchalant blauw jasje. Nu is het bekend dat VVD’ers graag meer blauw op straat willen, maar het verbaasde me toch om een politicus zo low profile door de hoofdstad te zien lopen. Ik mocht van geluk spreken dat ik hem überhaupt had herkend.

“Dag meneer Rutte”, zei ik vriendelijk. “Ah, jongeman. Dag! Wij hebben elkaar vorige week ontmoet, geloof ik. Jij bent die jongen van de sigaren toch?” antwoordde hij.

De sigaren? Ja, van de sigaren. Het was verkiezingstijd en ik had bedacht dat het leuk zou zijn om Mark Rutte, na zijn interne machtsstrijd met Rita Verdonk, met een camera te volgen tijdens zijn campagne. Diverse telefoontjes met het partijbureau van de VVD daarover waren echter op niets uitgelopen en dus was ik een week voor deze ontmoeting op de Overtoom met een doos goede sigaren en een weldoordachte brief naar het Nederlands Film Festival gegaan.

Het festival had namelijk een speciaal programma georganiseerd waarbij lijsttrekkers van de grote politieke partijen hun favoriete Nederlandse film mochten vertonen. Die avond was Rutte aan de beurt en hij had gekozen voor Cloaca van wijlen Willem van de Sande Bakhuyzen. In een volgepakt Rembrandtheater keken tweehonderd mensen in zijn bijzijn naar de veelgeprezen film over vier jeugdvrienden van middelbare leeftijd die op de een of andere manier allemaal iets van het vuur zijn kwijtgeraakt dat ze vroeger als vanzelfsprekend in zich droegen.

Toen Rutte na de aftiteling werd gevraagd wat hij zo bijzonder vond aan deze film, volgde een oprecht en kwetsbaar betoog. Rutte vertelde het publiek dat Cloaca hem op het belang van vriendschap wees, op de worstelingen waarmee je in een mensenleven te maken krijgt. Het verhaal ontroerde hem, wees hem op het verdriet, de pijn en het onvermogen van de mens.

Na afloop was ik op hem afgestapt, ik had me tussen alle fotografen en journalisten doorgewrongen en hem persoonlijk een brief overhandigd met mijn verzoek hem tijdens de verkiezingen te volgen, en de doos sigaren. Het was me toen al duidelijk dat vooral de sigaren in goede aarde vielen.

Koud een week later had ik nog steeds niks op de brief gehoord en onze toevallige ontmoeting op de Overtoom was dan ook een uitgelezen kans er nog eens naar te vragen.

“Heeft u nog nagedacht over mijn verzoek?” vroeg ik zo nonchalant mogelijk. “Dat gaat toch lastig worden, vrees ik. Zo’n campagne is nu al een heel eind onderweg en we moeten daar wel een beetje het hoofd bijhouden. Dat begrijp je hopelijk wel.”

Ja, ik begreep het wel. Het was ook niet dat mijn leven van deze documentaire afhing en nu we hier toch een stuk opliepen, konden we het beter over andere dingen hebben. Ik vroeg hem waar hij vandaan kwam.

“Paradiso. John Leerdam van de PvdA regisseert daar elk jaar een toneelstuk met politici en ik doe dit jaar mee. Buitengewoon leuk en interessant.” Na ongeveer tweehonderd meter kwam ons opgewekte gesprek ten einde. We hadden Rutte’s bescheiden Saab bereikt.

“Johan, oprecht bedankt voor de sigaren. Mocht je na de verkiezingen nog eens met een camera mee willen lopen, dan kun je altijd even bellen met het partijbureau.” Terwijl ik hem zag wegrijden en hij bij wijze van groet nog op de claxon drukte, dacht ik: even bellen met het partijbureau mijn hol, na de campagne hoeft het natuurlijk niet meer, maar toch wel een aardige vent, die Rutte. Duidelijk iemand met hart voor de publieke zaak, een echte sociaalliberaal, een man met wie ik het op veel vlakken oneens was en zou blijven, maar die ik moeilijk kon betrappen op opportunisme.

Vier jaar later is deze man de baas van ons land geworden. En al heeft hij zich nadrukkelijker op de rechterflank gepositioneerd en al werkt hij samen met respectievelijk de grootste opportunist en de grootste schreeuwlelijk uit de vaderlandse politieke geschiedenis: het is nog altijd een aimabele, authentieke vent met een goed gevoel voor humor. Iemand die, wanneer PowNews hem vraagt of hij nog geneukt heeft, goedlachs reageert: “Ha ha, joh Rutger, daar ga ik het met jou helemaal niet over hebben.”

Een politicus die, zelfs nu hij premier is, twee uur per week les blijft geven op een Haagse vmbo-school, kun je moeilijk betichten van weinig betrokkenheid met de samenleving.

Misschien hebben we het allemaal verkeerd begrepen, is de culturele kaalslag gewoon een grote drukfout in het regeerakkoord. ‘Culturele kaalslag’ is ironisch genoeg een weinig creatieve naam die de kunstwereld zelf heeft bedacht voor de aangekondigde bezuinigingen in de sector. Die heb ik zelf voor het gemak ook maar overgenomen, zodat iedereen weet waar het over gaat. Het is namelijk wel de beste beschrijving van wat er staat te gebeuren. Niet zozeer door het feit dat er bezuinigd gaat worden op kunst, dat lijkt me in tijden van crisis niet meer dan logisch. Het gaat vooral om de disproportionele omvang van de bezuinigingen, het gebrek aan visie dat eraan ten grondslag ligt en vooral om de neerbuigende toon waarmee er over de creatieve sector wordt gesproken.

Ik kan er met mijn hoofd nog steeds niet bij dat deze plannen uit de koker komen van Mark Rutte, ’s lands nieuwe pleitbezorger van het optimisme en de ondernemingszin, die een geïnspireerde maatschappij voor ogen heeft, die juichte op de dag dat Obama won met een boodschap van hoop en vooruitgang, de man die ik hartstochtelijk zag vertellen over zijn favoriete Nederlandse film, die ik ooit in een blauw jasje op de Overtoom zag lopen na een toneelrepetitie. Die man kan toch onmogelijk de intentie hebben het kunstlandschap om zeep te helpen?

Wij moeten ons allemaal vreselijk vergissen.

Rutte was gek op Cloaca. Heeft deze film een miljoenenpubliek bereikt? Nee! Heeft deze film winst gemaakt? Nee. Heeft deze film mensen geraakt en bewogen. Ja!

Zonder al die films, beeltenissen, voorstellingen, concerten zal onze opgewekte, vooruitstrevende premier snel veranderen in een sombere, kleurloze man, die inspiratieloos en afgestompt de Tweede Kamer betreedt. Een minister-president in ademnood die herinnerd zal worden aan zijn uitspraak dat de grote omvang van de kunstbezuinigingen alleen gerechtvaardigd is als ze niet zorgt voor verschraling van het aanbod. Maar dan is het natuurlijk te laat, want het opbouwen van wat nu vernietigd wordt duurt veel langer dan het afbreken ervan. Zover zal de baas van ons land het hopelijk niet laten komen.

Dit is een passage uit het pamflet van Johan Fretz: ‘Hart voor kunst: een pleidooi tegen de culturele kaalslag’

Geef een reactie

Laatste reacties (32)