1.580
28

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Hedendaagse heren en horigen

Vroeger was het: jullie werken voor me, en daartegenover staat dat ik jullie tegen rovers bescherm. Nu is het: jullie werken voor me, en daartegenover staat dat jullie voor me werken.

cc-foto: Spencer Wright

Staan ze op instorten, die oude huizen en andersoortige bouwsels? Ach, laat maar. Als er geen dringende reden voor is, waarom weg ermee? Dat is Frankrijk. Bij ons is gebrek aan ruimte een dringende renden, in Frankrijk niet.

Ik moet iemand ophalen in een groot supermarktencomplex in de Parijse regio. Ik zit in de auto, op een uitgestrekte, vaal verlichte parking die steeds leger wordt omdat het sluitingsuur nadert. Voor me de gigantische winkelkeet van Auchan. Een tiental meters rechts van me, daar waar het asfalt overgaat in vaag terrein, staat een hoog, sierlijk en vooral roestig hek. Bovenop het krullende smeedwerk een kroontje. Op de stenen posten ervan graffiti. Net als op de stalen container ernaast.

Achter het hek een kaal boompje met in de takken flarden van plastic verpakking. Het soort hek dat normaal gesproken toegang geeft tot de oprijlaan van een kasteel. Waar is het kasteel gebleven? Stond het vroeger op wat nu deze parking is? Ik denk: ja, typisch Frans, dat hek dat nergens meer op slaat. En dan zie ik mensen door een zijdeur van de keet naar buiten drommen. Geen klanten – nee, personeel. Ze zien er vermoeid uit. Bij mij komt als vanzelf de volgende gedachte boven: in vroeger tijden leefde hier, in zijn kasteel, een baron, omringd door zijn horigen, ziehier de nieuwe horigen, overgeleverd aan de ‘baronnen’ van nu.

In de Middeleeuwen werkten de horigen voor hun heer. Ze stonden een groot deel van de opbrengst van hun werk aan hem af, ze mochten een klein deel behouden. In ruil hiervoor bood de heer bescherming. Wanneer roversbenden invallen deden, dan konden de horigen zich verschuilen binnen de muren van zijn kasteel. Dit model begon na de Middeleeuwen flink te rafelen, maar bleef de basis waarop de adel zijn privileges rechtvaardigde. Na de Franse Revolutie was dit niet meer mogelijk.

Wat wel mogelijk werd, was het ontstaan van een nieuw soort baronnen (de multinationals en hun aandeelhouders) die een groot deel van de opbrengst van het werk van een nieuwe categorie horigen opstrijken, maar die in ruil daarvoor geen bescherming meer bieden. Integendeel! De horigen van vroeger zagen hun werk niet als een buitenkans. Werken moest, want je moest ervan leven. Punt klaar.

De nieuwe heren zeggen tegen hun horigen: Jullie zijn mijn horigen niet, jullie zijn vrij. Jullie zijn aan mij niet gebonden, en ik niet aan jullie. Ze liegen want ze weten dat deze nieuwe horigen feitelijk wel van hen afhangen, en daarom horig zijn, al is het alleen al vanwege de schaarste van het werk (‘vour jou tien anderen’). En omdat deze schaarste hen er tegenwoordig toe dwingt het werk wel degelijk als een buitenkans te beschouwen. De bescherming die de hedendaagse baronnen hun horigen bieden, in ruil voor het inkasseren van het overgrote deel van de opbrengst van hun werk, bestaat uit het enkele feit dat hij hen voor zich laat werken. Dat is de deal. Vroeger was het: jullie werken voor me, en daartegenover staat dat ik jullie tegen rovers bescherm. Nu is het: jullie werken voor me, en daartegenover staat dat jullie voor me werken. Big deal!

Bescherming hebben de nieuwe horigen niet te zoeken bij hun heren, wel bij de Staat. Ook dat is een oud gegeven: naarmate de baronnen van vroeger hun taak van beschermers begonnen te verzaken, liever aan de hoven van de koningen de spilzuchtige praalhans uithingen, en ze daarvoor hun boeren op onuitstaanbare wijze begonnen uit te knijpen, gingen deze laatsten steeds meer hun heil zoeken bij het centrale gezag.

Wat we sinds de Franse revolutie hebben is een machtige Staat die op democratische leest is geschoeid. De bescherming die in dit nieuwe staatsbestel een overheid moet bieden, bestaat uit het aan banden leggen van de hebzucht van de baronnen, door wet- en regelgeving, uit het garanderen van onderwijs, een degelijke zorg, toegang tot cultuur en ontspanning. En hier is geld voor nodig. Dit geld, dat is de belasting die zowel de baronnen als de horigen (voor zover de opbrengst van hun werk dat toelaat) aan de Staat betalen.

Wanneer een overheid bewust de belasting van de baronnen verlaagt, en bovendien oogluikend grootschalige belastingontduiking toelaat of zelfs binnen internationale context bevordert, met als argument dat dat de economie ten goede komt – de baronnen blijven dan tenminste in het land – dan onderwerpt deze overheid zich aan deze baronnen. En waar zullen de nieuwe horigen dan hun bescherming vinden?

Ze heeft kerstkaarten gekocht. Voor oudere familieleden voor wie een kerstwens per mail maar een halve wens is. Op de doorzichtige verpakking die ze openscheurt het logo van Hallmark, met een kroontje. Ik moet denken aan andere grote merken met kroontjes: Rolex, Maserati, Royal Canin. Of anders met heraldische wapens, Rover, Porsche, Président. De heren van vroeger hadden blazoenen met kroontjes. De blazoenen van de hedendaagse baronnen zijn de logo’s van hun merken. We rijden kriskras over de bijna verlaten parking. Bij de uitgang staat een man de wacht te houden. Hij zal binnenkort, door op een knop te drukken, het hek moeten sluiten. Een lelijk schuifhek.


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 fragmenten

    met een voorwoord van Nelleke Noordervliet

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (28)