1.283
11

Voorzitter CNV Jongeren

Voorzitter CNV Jongeren

Help de verloren generatie

Maak een einde aan de wildgroei aan stages

Premiekortingen, geoorloofde discriminatie op leeftijd en talloze plannen gebruiken we in de strijd tegen jeugdwerkloosheid. Vrijdag kon het kabinet een volgende stap zetten in de strijd tegen jeugdwerkloosheid: het grondig regelen van de wildgroei aan stages. De minister ziet nog niet veel in het plan, maar zou dit moeten heroverwegen. Met een Europees Kwaliteitskader Stages doet het kabinet iets aan het huidige probleem onder jongeren en voorkomt juridische moeilijkheden aldus CNV Jongeren voorzitter Michiel Hietkamp.

Een stage is een goede manier om op een laagdrempelige manier kennis te maken met de arbeidsmarkt. Het verbetert de vaardigheden van jongeren. Stages moeten dan ook blijven bestaan. Probleem is dat steeds meer jongeren stages lopen die van een bedenkelijke kwaliteit zijn. Dit is al vaker aangekaart, maar het probleem is niet kleiner geworden. De afgelopen jaren is het probleem groter geworden door de  ‘open markt’-stages. Deze stages sluiten partijen niet af in de driehoeksrelatie van de school-stagenemer-stagegever, maar tussen stagenemer en stagegever. Hiermee vallen stagiairs die in de ‘open markt’ stage lopen tussen wal en schip: geen school die je bij kan staan en geen arbeidsrecht om je op te beroepen. De zwakke positie van de werknemer is de rechtvaardiging voor het bestaan van het arbeidsrecht. Ik vraag mij af waarom er nog steeds geen duidelijke regelgeving bestaat voor de nog zwakkere stagiair.

Samen met FNV Jong heeft CNV Jongeren al eerder aan de bel getrokken. Kamerlid Ulenbelt stelde vragen over de gratis stages waarop Asscher het verschil tussen stage- en arbeidsovereenkomst nogmaals benadrukte. De stagiair verschilt van een werknemer doordat het leeraspect centraal staat. Dit leeraspect moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Als er sprake is van een stage, is betaling van het minimumloon niet vereist. Eind jaren ’70 werd de stage steeds meer gebruikt ging en is nagedacht om regelgeving in te voeren ter verbetering van de kwaliteit. Toentertijd is dit simpelweg niet meer uitgewerkt en is besloten de rechtspraak hier zijn werk te laten doen. Door maatschappelijke ontwikkelingen is de stage echter steeds minder af te bakenen. Vooral de opkomst van de ‘open markt’-stage leidt tot vele vraagtekens.

Met het kwaliteitskader wordt er een kader geschapen voor de stage. Dit verschilt in essentie niet of nauwelijks van het antwoord van de Minister. Waarin het kader wel verschilt is dat het een eis stelt aan stages: Er moet namelijk een geschreven contract zijn waarin rechten, plichten en een duidelijk leerelement staan. Wie zou hier nou tegen kunnen zijn? Het kader geeft een sociaal Europa gezicht, een Europa waar jongeren een degelijke kwaliteit van stages krijgen, tegen misbruik worden beschermd en makkelijk in andere landen stage kunnen lopen. Van de bijna duizend ondervraagde werkgevers gaf 90% aan het kader prima te vinden. Commissaris Anbor noemde het kader noodzakelijk in de strijd tegen jeugdwerkloosheid.

De stagiair is overgelaten aan het oordeel van de rechter. Om willekeur te voorkomen is een kwaliteitskader vereist. Uniforme regelgeving leidt niet alleen in Nederland tot duidelijkheid, maar ook in Europa. Zowel voor jongeren als rechters zal hiermee duidelijk zijn in hoeverre deze jongeren zijn beschermd. Hiermee krijgt de zogeheten verloren generatie rechten en zijn we een stukje dichter bij een sociaal Europa en het oplossen van jeugdwerkloosheid. 

Geef een reactie

Laatste reacties (11)