Laatste update 14:45
5.228
86

Wie helpt ons aan een huis?

Asielzoekers zijn het probleem niet, wij huurders zijn het probleem niet, het beleid is het probleem

cc-foto: Roel Wijnants

Afgelopen juni schreef ik voor Joop dit artikel, over dat het afschaffen van de kraakwet een gedeeltelijke oplossing zou kunnen bieden voor het huisvestingsprobleem van asielzoekers. Ter informatie keek ik deze Polygoon uitzending uit de jaren ’50 over het huisvestingsprobleem dat er in die tijd heerste. De korte documentaire begint met de iconische woorden: ‘Een huis, een huis, wie helpt ons aan een huis? Duizenden keren per dag wordt die vraag gesteld.’

Het is inmiddels 2017 en deze documentaire is nog steeds actueel. Een groot deel van ‘mijn generatie’ (twintigers en dertigers) zit zonder woning. Niet vanwege drastisch geld tekort of een te hoge standaard, maar simpelweg omdat er niet genoeg huizen beschikbaar zijn. Kopen is vaak geen optie, omdat deze groep (nog) geen vaste contracten heeft en vaak pas ‘laat’ aan een gezin begint. Een paar weken geleden las ik dit artikel over Lea, een 21 jarige vrouw die werkt, een dito opleiding volgt en in haar vrije tijd aan de weg timmert aan een DJ-carrière. Volgens onze maatschappelijke standaarden zou ze als ‘succesvol’ bestempeld worden, maar toch is ze dakloos en slaapt ze in de opvang. Gevalletje botte pech. Ook ondergetekende woont momenteel weer tijdelijk bij haar moeder, omdat ik plotseling mijn oude woning moest verlaten, en ik niet op tijd iets nieuws kon vinden. Ik kan gelukkig terecht bij mijn moeder, maar anderen, zoals bijvoorbeeld Lea, niet.

Er zijn simpel weg gewoon te weinig huizen in Nederland en de Randstad in het bijzonder. En dit terwijl er toch veel kantoorpanden leegstaan. Lokale overheden zouden het moeten vergemakkelijken om bestemmingsplannen te wijzigen. Grote delen in Nederland die nu niet aangetast mogen worden omdat ze onder ‘natuur’ vallen, zouden wél als bouwgebied aangewezen moeten worden. Natuurlijk moet de natuur in Nederland behouden blijven, maar er vallen bijvoorbeeld ook veel braakliggende gronden onder ‘natuur’. Vaak zijn gemeenten hier eigenaar van de grond, en is de grond braakliggend meer waard dan als aangewezen woonkavel. Op deze gronden kan ook meer geëxperimenteerd worden met Tiny Houses. Tiny Houses zijn een mooie woonvorm, maar mogen nu nog bijna nergens staan.

Zij die dan de huizen moeten gaan bouwen, de woningbouwcoöperaties, zouden weer gedeprivatiseerd moeten worden naar democratische woningbouwverenigingen zonder winstoogmerk en mét overheidssubsidie. Dit schept ook weer werkgelegenheid in de bouwsector.

De enige mogelijkheid voor veel woningzoekenden is dus de particuliere markt. Echter, door de hoge vraag en het gebrek aan aanbod, worden er idioot hoge prijzen voor appartementen, studio’s en zelfs kamers gevraagd. Dit is niet alleen in ‘berucht’ Amsterdam zo, maar ook in andere gemeenten binnen de Randstad. In mijn eigen zoektocht naar een huis kwam ik soms zelfs kamers van 1000 euro per maand tegen, waarbij je al je voorzieningen moet delen. Geen student die dat kan betalen. Daarnaast vragen makelaars nog steeds hoge administratiekosten van een paar honderd euro, terwijl dit eigenlijk bij wet verboden is. Betaal je niet? Krijg je ook die leuke kamer niet en wordt er iemand anders naar voren geschoven. Voor jou 10 anderen.

Mocht geld geen probleem spelen, dan is er nog een problematische factor: ‘gunning’. Het is logisch dat een verhuurder wilt weten wie er in zijn pand verblijft, dat diegene netjes is en elke maand zijn of haar huur kan betalen, maar sommige eisen die worden gesteld aan aspirant-huurders zijn ronduit discriminerend of zelfs racistisch. Zo vertelde een verhuurmakelaar mee eens dat ik geluk heb omdat de opdrachtgever specifiek opzoek was naar witte, West-Europese vrouwen (hier kan je sowieso al vraagtekens bij zetten), en dat ze vooral niet donker mochten zijn want daar had de verhuurder problemen mee. Naar zijn zeggen is dit geen vreemde eis en komt het vaker voor. Een eventuele anonieme sollicitatie, zoals dat nu soms ook al voor vacatures gebeurt, zou hier een oplossing voor kunnen bieden. Bovendien zou de overheid makelaarskantoren, beleggers en vastgoedmagnaten (strenger) moeten controleren. Discriminatie vindt niet alleen plaats op de arbeidsmarkt, maar ook op de huizenmarkt.

Betaalbare woningen schijnen laag op politieke agenda’s te staan, waarschijnlijk omdat veel bestuurders en politici zelf niet (meer) in de categorie kansloze huurder vallen. Mocht het toch opgepakt worden, dan wordt het door bijvoorbeeld populist Geert Wilders gebruikt als argument tegen de opvang van vluchtelingen. Zoals ik in dat eerdere artikel al schreef: asielzoekers zijn het probleem niet. Wij huurders zijn het probleem niet. Het beleid is het probleem. Tot de politiek de noodzaak van meer betaalbare woningen in ziet blijven ik en duizenden anderen maar zoeken. En tot die tijd blijf ik me afvragen: ‘Een huis, een huis, wie helpt ons aan een huis?’

Geef een reactie

Laatste reacties (86)