380
1

Spreker, trainer en theatermaker

April is zelfstandig ondernemer en ervaringsdeskundige op het gebied van leven met een fysieke beperking. Samen met haar achtergrond als theatermaker zorgt dit voor een creatief concept voor haar presentaties, workshops en trainingen over empowerment, beeldvorming en profilering. April houdt van buiten de kaders denken en samen zoeken naar alternatieven. Open communicatie, plezier, vertrouwen en een veilige werksfeer staan bij haar presentaties, workshops en trainingen voorop. April heeft een heldere visie en geheel eigen stijl waarop ze haar projecten begeleidt.

Hervorming aan de keukentafel

We moeten de nieuwe WMO een kans geven, maar er wel bovenop blijven zitten

Denkt u bij WMO ook aan rolstoelen, rollators en scootmobielen? Aan bejaarden en gehandicapten? Dan heeft u het goed. Deels. De WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) omvat veel meer en wordt nog breder. Vanaf januari 2013 worden een aantal taken die voorheen de verantwoording van de landelijke overheid waren verschoven naar de gemeenten (decentralisatie). De ‘nieuwe’ aanvragers krijgen dan al te maken met de gemeente. Per januari 2014 vallen ook de huidige gebruikers van nu nog AWBZ voorzieningen onder de gemeentelijke WMO. De taken die overgeheveld worden zijn geen kleine taken, het gaat bijvoorbeeld om alles rondom Jeugdzorg en de begeleiding en zorg die nu nog onder het Persoons Gebonden Budget valt (AWBZ – begeleiding). Dit zijn grote groepen mensen met een zeer uiteenlopende en complexe hulpvraag. Wat bij de gemeenten boven op de al bestaande WMO taken als thuiszorg, wijkparticipatie en andere (zorg)voorzieningen komt.

Met stelselhervormingen op zich is niets mis, althans, er van uitgaande dat deze bedoeld zijn om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en om de kwaliteit en efficiëntie te verbeteren. Wat we niet moeten vergeten is dat de aankomende stelselhervorming voortkomt uit een enorme stapeling aan bezuinigings- maatregelen vanuit de regering.

Deze maatregelen dwingen de gemeenten om niet alleen de hele structuur, maar ook het beleid en werkwijze om te gooien. Want ook de gemeenten moeten hierdoor fors gaan bezuinigen. Een behoorlijke operatie dus. De grootste verandering zit hem wellicht in het niet zichtbare deel. Namelijk het feit dat veel voorzieningen voorheen een recht waren en met het overgaan naar de gemeenten is het maar net welk beleid uw gemeente gaat voeren.
Dit schept bij veel mensen, die nu al met de WMO te maken hebben of weten dat ze straks onder de nieuwe WMO gaan vallen, veel onrust. Begrijpelijk.

Gelukkig zijn er veel gemeenten die de bereidheid hebben te kijken naar hoe het anders en beter kan. Zij willen, ondanks de noodgedwongen maatregelen, kijken hoe ze er het beste van kunnen maken voor de inwoners. Een voorbeeld daarvan is de gemeente Nijmegen.

Wethouder Bert Frings (GroenLinks, Zorg & Welzijn en Sport) presenteerde afgelopen september de nieuwe WMO beleidsnota ‘Solidair, samen en solide’ 2012-2015. Samen met inwoners van Nijmegen is besproken en onderzocht waar de wensen liggen en hoe daarin tegemoet kan worden gekomen. Streven is om iedereen naar zijn eigen mogelijkheden te laten deelnemen in de maatschappij. Om te kijken naar waar de kracht en talenten liggen en naar vermogen de eigen regie over je leven te voeren.

Een aantal kernpunten uit de beleidsnota: Er wordt ingezet op wijkgericht werken. Waarbij zoveel mogelijk voorzieningen en activiteiten worden afgestemd op de samenstelling, wensen en benodigde voorzieningen van een wijk. Uit gesprekken en onderzoek met inwoners is gebleken dat veel mensen dit idee ondersteunen.
Een ander belangrijke verandering is het zogenaamde ‘keukentafelgesprek’, waarin een indicatiesteller samen met de (hulp)aanvrager gaat kijken naar de best passende oplossing. Waar voorheen alleen gekeken werd naar bestaande hulp, is het idee om nu ook buiten de kaders te denken en samen met de aanvrager te zoeken naar alternatieven en de best passende oplossing, maatwerk dus. Positief wat mij betreft.

Een consequentie van de bezuinigen en sturing vanuit de regering is dat eerst moet worden gekeken of de oplossing kan worden gevonden in informele hulp. Dus hulp van mantelzorgers, buren, vrienden, vrijwilligers. Als dit niet kan wordt er gekeken of er een bestaande voorziening is waar de meeste mensen gebruik van kunnen maken en als dat niet kan wordt gekeken naar een individuele (professionele) oplossing.

Ik pleit er voor dat ruimte blijft voor keuzevrijheid. Ik kan mij goed voorstellen dat niet iedereen het ziet zitten, of de mogelijkheden heeft, om aan familie, vrienden en buren hulp te vragen of te moeten bieden. Gelijkwaardigheid in deze relaties is wat mij betreft het hoogste goed wat er is, en mag nooit worden verstoord door een gedwongen afhankelijke en ongelijke situatie te creëren. Ik vraag de indicatiestellers dan ook om zich bewust te blijven van de impact die deze maatregelen op het welzijn van mensen kan hebben. Daarnaast is mantelzorg vaak een noodgedwongen situatie en wordt vrijwillig regelmatig gezien als vrijblijvend. We moeten dus beide niet idealiseren en realistisch blijven kijken.

Een groep die nergens wordt genoemd, zijn de mensen die ondanks hun handicap al zelfstandig wonen, werken, sociaal actief zijn en leven in eigen regie. Dit hebben ze, naast het inzetten van hun eigen kracht en talenten, kunnen opbouwen met de vaak individuele voorzieningen als het PGB. Het ‘nieuwe’ WMO beleid mag voor deze mensen geen afbraakbeleid worden. Ik vraag de Raad van Nijmegen en andere gemeenten dan ook om nog eens goed te kijken naar deze groep. Om in kaart te brengen wat de consequenties zijn van de beleidsnota’s voor deze mensen en hoe hun huidige leven in eigen regie kan worden gewaarborgd.

De Nijmeegse WMO-beleidsnota is een ambitieus plan, met een naar mijn idee goede intentie en richting. Dat er twijfels zijn en dat er weerstand is vind ik heel logisch, dat herken ik ook bij mezelf. Toch denk ik dat we het onder deze noodgedwongen omstandigheden een kans moeten geven en er als burgers bovenop moeten blijven zitten als we merken dat het niet werkt. Vanuit de werkgroep WMO_024Proof is aangedrongen op een onafhankelijke orgaan, met als het ware een soort ombudsmanfunctie. Dit komt dan naast andere controles die de gemeente Nijmegen wil inbouwen om goed in de gaten te houden hoe alles uitpakt.

Ik verwacht van gemeenten dat ze onderling ook goed naar elkaar blijven kijken en in overleg blijven om van elkaar te leren. Ook voor gemeenten geldt: Solidair, samen en solide. Tenslotte gaat het om zorg en welzijn van burgers en niet om ego’s.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van April Ranshuijsen

Geef een reactie

Laatste reactie