1.113
54

Voormalig Israëlisch diplomaat

Alon Liel heeft bijna 30 jaar in de diplomatieke dienst van Israël gewerkt. Hij was onder meer Ambassadeur van Israël in Zuid-Afrika en directeur-generaal van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Liel is gepromoveerd aan de Hebrew University (Jeruzalem) op International Relations en heeft diverse boeken over het Midden-Oosten geschreven.

Het doel moet zijn twee staten, niet een Israëlische apartheidsstaat

Het ziet er naar uit dat wij Israëli's tot de conclusie zijn gekomen dat we vrede niet langer nodig hebben

Het Israëlisch-Palestijnse conflict zit muurvast. In deze impasse zijn de recente inspanningen van diverse buitenlandse regeringen om een duidelijk onderscheid te bewerkstelligen tussen producten uit Israël en producten uit nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden van grote betekenis. Die inspanningen dragen bij aan vrede.

Afgelopen maand maakten de Zuid-Afrikaanse en Deense regeringen bekend dat zij maatregelen zullen nemen die moeten voorkomen dat producten uit nederzettingen worden geëtiketteerd als “Made in Israel”. Daarin volgen zij Groot-Brittannië, dat sinds 2009 Britse supermarkten opdraagt om nederzettingenproducten anders te etiketteren. De Zwitserse winkelketen Migros heeft nu ook besloten dat te doen.

Deze maatregelen dienen verwelkomd te worden. Andere regeringen en bedrijven zouden zich daarbij moeten aansluiten. Waarom? Omdat de nederzettingen niet Israël zijn. Die nederzettingen zijn gebouwd op bezet land buiten Israëls internationaal erkende grenzen en volgens het internationaal recht illegaal. Producten uit nederzettingen als “Made in Israel” etiketteren misleidt de consument en geeft impliciete goedkeuring aan de expansionistische politiek van Israëls rechtse regering, die geleid wordt door premier Benjamin Netanyahu.

Op dit moment wordt de Palestijnse Westoever opgeslokt door steeds meer nederzettingen die de Groene Lijn, de internationaal erkende grens van vóór 1967, uitwissen, terwijl die lijn de enige levensvatbare basis voor vrede is. Toen de Oslo-akkoorden in 1993 werden ondertekend, woonden er 250.000 kolonisten in de bezette gebieden. In 2000, toen ik directeur-generaal van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken was, bedroeg dit aantal 390.000. Vandaag wonen er meer dan 550.000 kolonisten .

Sinds premier Netanyahu het dringend verzoek van de Amerikaanse president Obama om de uitbreiding van nederzettingen te bevriezen heeft verworpen, is de nederzettingenbouw in een stroomversnelling gekomen. Twee weken geleden nog kondigde Netanyahu aan dat hij 851 nieuwe kolonistenhuizen wil laten bouwen. Veel bouwlocaties liggen diep in Palestijns gebied.

Het ziet er naar uit dat wij Israëli’s tot de conclusie zijn gekomen dat we vrede niet langer nodig hebben. Achter de afscheidingsmuur en dankzij de macht van het leger zijn wij min of meer veilig. De economie groeit en Tel Aviv is booming. De bezetting is voor ons geen bron van al te veel moreel ongemak. Afgezien van een minderheid die in gevechtseenheden van het leger dient, is de militaire onderdrukking van de Palestijnen voor de gemiddelde Israëli out of sight en out of mind. Velen van ons neigen ertoe te geloven dat het conflict voor altijd kan worden “gemanaged” en dat Israël niet langer een “Palestijns probleem” heeft.

Maar dat is puur zelfbedrog. De aanhoudende uitbreiding van nederzettingen dreigt de twee-statenoplossing onmogelijk te maken. Israël glijdt af naar een situatie waarin – afgezien van apartheid of de verdrijving van de Palestijnen – een één-staat oplossing met gelijke rechten voor iedereen de enige uitweg uit het conflict zou zijn – het Zuid-Afrikaanse model.

Als Israëls voormalige ambassadeur in Zuid-Afrika meen ik te mogen reflecteren op de toepasbaarheid van dit model op Israël/Palestina. Anders dan in Zuid-Afrika, waar de verstedelijking de zwarte bevolking in zo grote mate naar de steden heeft gebracht dat zij daar de meerderheid werden, is in Israël sprake van een vergaande territoriale scheiding en een grootschalige vervanging van Palestijnse arbeidskrachten door buitenlandse werkers, vooral uit Azië. Terwijl in Zuid-Afrika bijna elk blank kind in zijn jonge jaren door een zwarte “nanny” verzorgd werd, is er vrijwel geen direct contact tussen Israëli’s en Palestijnen.

Ondanks mijn grote bewondering voor de wijze waarop Zuid-Afrika vrede heeft bereikt, ben ik van mening dat een Zuid-Afrikaanse oplossing voor Israël/Palestina het einde zou betekenen voor de joodse staat. De twee-statenoplossing oplossing is de enige manier om die droom van op zijn minst de laatste vier joodse generaties te realiseren.

Als we willen vasthouden aan de twee-statenoplossing moeten we de uitbreiding van nederzettingen, die een existentiële bedreiging vormt voor die oplossing, serieus aanpakken. Daar ligt de relevantie van de symbolische daad om producten uit nederzettingen het “Made in Israel” etiket te onthouden. Door dit etiket aan nederzettingenproducten te onthouden, beschermen en versterken buitenlandse regeringen de Groene Lijn. Bovendien bieden zij hun eigen consumenten de vrije keus om wel of geen producten uit nederzettingen te kopen.

Deze eenvoudige daad herinnert ons eraan dat de nederzettingen een ernstige schending van het internationaal recht zijn en een instrument in een gevaarlijk project van de-facto annexatie. Door de oplossing van het conflict op basis van de 1967-grenzen te definiëren en te bevorderen, bevestigt de internationale gemeenschap dat het doel twee staten is, niet een Israëlische apartheidsstaat.

Geef een reactie

Laatste reacties (54)