535
1

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

Het doelenlijstje

Ik heb veel mooie mensen ontmoet en mooie dingen kunnen schrijven

Begin 2012 maakte ik een doelenlijstje en hing het papiertje op mijn toiletdeur. Er stond van alles op: van kranten waar ik in wilde staan tot ‘mooie mensen ontmoeten’. Ik keek er amper naar, omdat ik ook wel inzag dat niet alles in één jaar gerealiseerd kon worden. Vandaag heb ik het lijstje bekeken en, tot mijn grote verbazing, alles afgevinkt. 2012 was een bijzonder jaar.

Bam! Eind januari stond ik in de Elsevier met een artikel over de Rwandese president Paul Kagame, die ik samen met een stichting in 2011 geïnterviewd heb. Doel 1 was bereikt. Ik wilde namelijk altijd al in een magazine als de Elsevier of Vrij Nederland staan. Het begon goed.

Hierop volgde een reisje naar Egypte onder het mom van vakantie. De eerste dag stond ik echter op het Tahirplein in het kader van het 1-jarig bestaan van de revolutie. Het artikel werd geplaatst in het Algemeen Dagblad. Dit was een voorloper van andere buitenlandartikelen voor het AD over Egypte; over drugsgebruik onder Egyptische jongeren en de invloed van Morsi. Doel 2 kon ik meerdere keren afstrepen. Niet geheel onbelangrijk; terwijl Nederlanders een temperatuur van -15 trotseerden, zat ik bij Egyptische vrienden aan het zwembad. Haha.

‘Koerdistan bestaat niet’, kreeg ik vaak te horen. Koerdistan bestaat voor mij en het is prachtig.

In juni ging ik een maand naar Irak om Beri Shalmashi te bezoeken. Terwijl zij een prachtige film aan het maken was, struinde ik de bazaar af, sprak ik met onbekende mensen en hing ik vaak in een modern cafeetje in Slemani. Onbewust sprokkelde ik artikelen in mijn hoofd bij elkaar, die ik later aan het Parool, Wereldjournalisten, ExPonto en NRC Next verkocht. Door de contacten die ik daar had, kwam ik ook op nieuwe ideeën met een Koerdisch tintje. Doel 3 en 4 bereikt.

Vol liefde sprak ik na terugkomst over Koerdistan, het andere Irak, wat niet iedereen kon waarderen. ‘Koerdistan bestaat niet’, kreeg ik vaak te horen. Ik liet ze praten. Koerdistan bestaat voor mij en het is prachtig. De terugkeerde Koerden uit Nederland, de oorlogsfotografen uit Bagdad, de filmmakers in Suli, de zakenmannen in Hawler, de huisvrouwen en de kleine kinderen. Ze gaven me inspiratie. Bedankt. En lieve Beri, ik ben zo trots op je. Maak er wat van, daar in Irak.

In Irak leerde ik ‘mijn Syrische vriendin’ kennen. Ik heb me vaak afgevraagd of onze ontmoeting zo heeft moeten zijn, hoewel zij absoluut niet in god gelooft. De maanden daarop hielden we intensief contact door de telefoon. Vaak hoorde ik de bommen in mijn oren afgaan, daar in Syrië. Ik schreef er verhalen over met de titel ‘The Holy Kebab’. Nooit is er één verkocht aan een blad of krant, maar dat maakt me niet uit. Ik hoop dat ik mensen een kijkje in het leven van een jonge vrouw in de oorlog heb kunnen geven.

Omdat ik negen van de tien keer denk dat er nooit wat van me terechtkomt, moest ik wel een beetje lachen toen ik het stuk zag.

Ik kreeg een andere kant van Syrië te zien door haar verhalen, van bomaanslagen tot dronken avondjes in Damascus. De nachtenlange telefoontjes zorgden ervoor dat ik haar al snel als een echte vriendin beschouwde, -en voor een gigantisch slaapgebrek, maar dat terzijde- hoewel ik haar niet kon zien. De Syrische regering had Skype namelijk verbannen. Toen zij moest vluchten voor de veiligheidsdienst in haar land heb ik geholpen onderdak in New York te vinden. In Amerika vond ik een Nederlandse engel die haar opgevangen heeft. Ze doet meer voor mijn Syrische vriendin dan ik ooit had kunnen hopen. Doel 5 kon ik geheel onverwacht afstrepen: mooie mensen leren kennen. Dank je.

Tussendoor werd ik in een artikel in het Parool neergezet als een jonge journaliste die het best goed doet. Omdat ik negen van de tien keer denk dat er nooit wat van me terechtkomt, moest ik wel een beetje lachen toen ik het stuk zag. Ook 2012 kende ups en downs. Zo heb ik honderden mailtjes naar redacties gestuurd, waar ik negenentwintig van de dertig keer een afwijzing op kreeg. Toch, voor dat ene positieve mailtje bleef ik volhouden.

De afwijzing voor een reis naar Oost-Congo was een dieptepunt. Ik had zo gehoopt mee te mogen, maar werd niet geselecteerd. Ik had graag iets over die verschrikkelijke situatie daar willen schrijven in de hoop dat er verandering komt. Toch enorm bedankt voor de aanbevelingsbrief, Francisco. Het wordt zeker gewaardeerd.

Eén van mijn favoriete verhalen is die van Hotel Rwanda-man Paul Rusesabagina, voormalig hotelmanager van Milles Collines, die tutsi’s redde tijdens de Rwandese genocide. Ik interviewde hem urenlang over de telefoon. Het artikel werd nooit ergens geplaatst, maar ik ben er niet minder trots op. Dat geldt ook voor mijn interview met de familie van de Rwandees-Nederlandse politica Victoire Ingabire. Het was bijzonder om te horen dat u mij nog steeds kende. Hopelijk komt er in 2013 een einde aan de terreur van president Kagame en kunt u terugkeren naar Nederland, naar uw familie. Ik ben trots op het doorzettingsvermogen van uw familieleden. Ze geven de moed nooit op.

En ja, die spreekwoordelijke schop onder mijn kont heb ik soms nodig, dank je Nico. Andere freelancers wisten me ook altijd op te beuren.

Een jaarverslag voor Music Matters, tientallen reportages voor het regionale AD Rotterdams Dagblad, eerbetonen aan overleden mensen voor Van Wieg tot Graf, bruidsrubrieken, persberichten, portretten van revolutiejongeren voor het Brabants Dagblad, controleren van creatieve bedrijfsplannen… Te veel om op te noemen. Ik heb veel mooie mensen ontmoet en mooie dingen kunnen schrijven. Doelen 6 tot en met 8 bereikt. Bedankt collega’s en mensen die ik mocht interviewen.

2012 was ook het jaar van de steun van mensen uit het vak. Van correspondenten die mij uit een dal trokken als ik het even niet meer zag zitten tot hoofdredacteuren die advies gaven. En ja, die spreekwoordelijke schop onder mijn kont heb ik soms nodig. Dank je, Nico. Andere freelancers wisten me ook altijd op te beuren. Dank jullie allen.

In oktober vertrok ik weer naar Caïro om vrienden te bezoeken en wat artikelen te schrijven. Gelukt. Caïro blijft een stad waar ik altijd terug zal blijven komen. Dank je Hanna voor al je goede zorgen en lieve vrienden. Daarna vloog ik na twee dagen in een opwelling naar New York om mijn Syrische vriendin te bezoeken. We hadden elkaar maar één keer gezien, maar het was alsof er nooit een telefoon tussen heeft gezeten. Ik wens haar al het beste toe. Zij is het mooiste wat 2012 mij gebracht heeft, maar stond niet op het doelenlijstje. Of eigenlijk wel, want doel 9 was nieuwe steden bezoeken, maar dat stond er meer voor de vorm op. En natuurlijk maakt zij doel 5 ook meer dan waar.

Eigenlijk ben ik niet helemaal eerlijk geweest over mijn doelenlijstje. Er staat namelijk nog tiende doel op.

Terwijl ik dit schrijf, ben ik bezig met een artikel over een Syrisch gezin. Grappig om te zeggen dat dit stuk pas in 2013 geplaatst wordt. Ook stuur ik weer wat ideeën voor toekomstige artikelen op. We blijven volhouden. Altijd.

Door mijn werkdrang heb ik sommige mensen verwaarloosd. Toch waren zij altijd begripvol als ik weer eens liep te klagen of aangaf geen tijd te hebben. Jullie weten wie jullie zijn. Mijn vrienden en familieleden.

Eigenlijk ben ik niet helemaal eerlijk geweest over mijn doelenlijstje. Er staat namelijk nog tiende doel op. Die kan ik niet afstrepen, maar ook niet als ‘niet bereikt’ bestempelen. Doel tien verschuift naar 2013. Dan weet ik meer.
Ik wens jullie allemaal een mooi 2013 toe. Dromen zijn er om waar te maken. Ik weet er alles van.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Brenda Stoter. Volg Brenda ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reactie