1.374
12

Student

Jeroen van de Wees studeert Geschiedenis aan de UvA en Psychologie in Leiden. Hij is gefascineerd door alles wat met de kernenergiesector te maken heeft, van afval tot en met nucleaire bewapening.

Het echte kerngevaar

(Longread) Nucleair afval is een immens probleem, maar de oplossing schuilt in de vermindering ervan en niet in een verbeterde beveiliging

Tijdens de nucleaire top is er gesproken over de beveiliging van kernafval. Maar dat is niets dan symboolpolitiek. Het had beter een energietop kunnen zijn over het afschaffen van kernenergie en het omarmen van duurzamere technieken. Met drie grote rampen in 50 jaar en talloze andere incidenten scoort kernenergie namelijk een dikke onvoldoende. En dan hebben we het nog niet over het onoplosbare afvalprobleem.

Japanse geologen denken dat er de komende vier jaar 70 procent kans bestaat op een aardbeving met een kracht van negen op de schaal van Richter, dankzij een actief geworden breuklijn die vlak langs de kerncentrale van Fukushima loopt. Als dat gebeurt terwijl TEPCO, de eigenaar van de kerncentrale, tegen die tijd de nucleaire brandstof nog niet uit de beschadigde reactor heeft gehaald, zal een gebied geëvacueerd moeten worden met 50 miljoen inwoners. Dankzij dergelijke scenario’s roept alles wat met kernenergie te maken heeft heftige emoties op bij het publiek. Gezien het nucleaire track record is dat niet onterecht. En hoe gevaarlijk is nucleair afval, het onderwerp van de top in Den Haag?

In 2009 noemde Obama nucleair terrorisme een van de grootste bedreigingen voor de internationale veiligheid. De ‘vuile bom’ die terroristen kunnen maken met nucleair afval is in staat op grote schaal dood en verderf te zaaien. Het is daarom niet opmerkelijk dat de beveiliging van het afval hoog op de agenda staat. Maar het is belangrijk de juiste prioriteiten te stellen. Want waar komt het afval vandaan? De dreiging begint bij de bron: het bestaan van kernenergie. Zonder kernenergie (veel) minder nucleair afval en dus (veel) minder kans op nucleair terrorisme. Voorstander of tegenstander, daar is geen twijfel over mogelijk.

Nucleair afval is een product van de civiele nucleaire industrie. Een industrie die potentieel het risico loopt te worden misbruikt voor de doeleinden van terroristen, en talloze andere risico’s loopt, moet worden geëvalueerd op basis van de bijdrage aan menselijk welzijn. Daar was de top echter niet mee bezig. Wat opvalt aan de doelstellingen is dat ze eenzijdig zijn. Het gaat niet over het aanpakken van de oorzaken maar over het bestrijden van de gevolgen. Dat is een vicieuze cirkel die leidt tot een zwart, radioactief gat. Het gaat over het beveiligen en verminderen van afval. Verminderen, wat?

Wereldwijd bestaat er anno 2014 naar schatting tussen 250.000 en 400.000 ton nucleair afval. Dit kan op geen enkele manier ‘verminderd’ worden. Wat er nu is, zal er altijd blijven. De enige manier om hier vanaf te komen is door het op te slaan totdat het afval niet of nauwelijks meer radioactief is. Dus kan kernafval alleen zogenaamd verminderd worden door de output van kerncentrales (gefaseerd) te verminderen. Dit is uiteraard paradoxaal, want zolang kerncentrales operatief blijven zal er kernafval bijkomen. Kernafval kan in ieder geval niet verminderd worden door het beter te beveiligen.

Het thema van de top riep dan ook de vraag op wat veiligheid betekent als het over kernenergie gaat. Bestaat veilige kernenergie wel? Bovendien kun je je afvragen of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Het afvalprobleem groeit in omvang terwijl er geen duidelijke oplossingen zijn. Want is het überhaupt mogelijk nucleair afval veilig op te slaan, zelfs als er geen terrorist aan te pas komt?

Dat de kans bestaat op nucleair terrorisme, en dat het steeds makkelijker wordt om een aanslag te plegen, komt doordat de hoeveelheid afval blijft groeien en op relatief makkelijk bereikbare plekken wordt opgeslagen. Dit komt doordat er nog geen definitieve oplossing is voor de opslag. In feite wordt al het afval tijdelijk opgeslagen. Dat gebeurt nog steeds bovengronds. Vanwege onder andere de terroristische dreiging en milieurampen wordt gezocht naar ondergrondse opslagmogelijkheden, vooral voor hoogactief afval.

In België wordt al meer dan dertig jaar onderzoek gedaan naar opslag in kleilagen, terwijl in Finland is gestart met de bouw van een ondergronds tunnelstelsel genaamd Onkalo. (Dit betekent schuilplaats in het Fins.)

Deze opslag wordt gebouwd om al het uit Finland afkomstige afval 100.000 jaar op te kunnen slaan. Ter vergelijking: er is geen enkel menselijk bouwwerk bekend dat langer dan 10.000 jaar bestaat. De oudste piramide is ‘slechts’ iets meer dan 4600 jaar oud.

Ondergrondse opslag blijft dan ook omringd door vraagtekens. Een veelgeprezen theorie voorspelt over 60.000 jaar een nieuwe ijstijd, en wat te denken van onvoorspelbare geologische en klimatologische veranderingen? Ook het uitbreken van nieuwe oorlogen kan niet uitgesloten worden.

Ondertussen vindt er volgens sommigen een nucleaire renaissance plaats. Zo voorspelt het Internationaal Atoomagentschap in haar meest conservatieve prognose een groei van kernenergie van 17 procent in 2030. De vraag die echter de meeste mensen bezighoudt, is waarom we het nog steeds hebben over kernenergie na drie grote rampen in 50 jaar, meest recent in 2011 in Fukushima.

Voorstanders wijzen op goedkope, emissievrije energie, en alhoewel de bekende rampen tragisch worden genoemd, vermelden ze altijd dat er weinig directe doden zijn gevallen door straling. Alhoewel het klopt dat veel wetenschappelijke studies aantonen dat de dood pas optreedt bij een zeer hoge dosis straling (die bijvoorbeeld door reddingswerkers in Tsjernobyl werd opgelopen), wordt daarbij ook vermeld dat er veel indicaties zijn dat blootstelling aan straling kan leiden tot een verhoogd risico op kanker en andere ziekten.

Dat er een relatie is staat buiten kijf, maar het is moeilijk een direct verband aan te tonen doordat de gevolgen van kleinere stralingsdoses zich vaak pas decennia later manifesteren. Daar komt bij dat onder andere leefstijl (zoals roken en alcoholgebruik) en de toename van preventief onderzoek de resultaten vertroebelen. Desondanks toonde een recente Japanse studie een verhoogde kans op beroertes en hartziekten aan bij overlevenden van de kernbommen van Hiroshima en Nagasaki. Ook is bij kinderen uit de omgeving van Tsjernobyl een toename van schildklierkanker geconstateerd.

Een ander probleem bij het bepalen van directe gevolgen van straling is dat er (te) veel gefocust wordt op dodelijke doses en ernstige ziekten. Maar in besmette gebieden bestaat er vaak een omvangrijke groep met chronische klachten zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak.

Om die reden is het tijd dat de belangrijkste klachten een duidelijke stem krijgen: die van de geest. Veelgehoorde klachten in getroffen gebieden gaan over angststoornissen, stress, depressie en andere psychische aandoeningen. Dat roept meteen de vraag op of veel onduidelijke fysieke klachten niet een psychosomatisch karakter kennen.

Vooral onder geëvacueerden lijken psychologische klachten de grootste boosdoener. En dat is vanwege de aard en omvang geen verwaarloosbaar probleem. Studies van de Verenigde Naties en het Internationaal Atoomagentschap tonen aan dat alleen al bij de rampen van Tsjernobyl en Fukushima samen meer dan 500.000 mensen zijn geëvacueerd. Maar niet alleen angst na een ramp is een probleem: angst voor toekomstige catastrofes speelt in de publieke opinie de grootste rol.

Alhoewel de kans op een nucleaire ramp door de kernlobby vaak wordt gebagatelliseerd, geven officiële cijfers genoeg reden tot twijfel. Het Internationaal Atoomagentschap houdt een lijst bij waarop 1.266 incidenten staan, door 99 landen gerapporteerd gedurende de laatste twaalf jaar. Daarbij gaat het onder andere om het verhandelen van nucleair materiaal, diefstal en verlies. Ander onderzoek toont aan dat tussen 1952 en 2009 minstens 99 ongelukken hebben plaatsgevonden in kerncentrales waarbij minimaal één dode viel of 50.000 dollar aan schade aangericht werd.

Deze incidenten staan nog los van de acht nucleaire onderzeeërs die op de bodem van de wereldzeeën liggen, sommige met niet-ontmantelde reactoren. Of het enorme probleem dat de Russische marine kent, die ooit over de grootste vloot nucleaire onderzeeërs beschikte, maar volgens een studie van de universiteit van Princeton in 1995 meer dan de helft van de in totaal 248 gebouwde onderzeeërs uit bedrijf had genomen zonder bij het merendeel de opgebruikte brandstofstaven te verwijderen.

Nog angstaanjagender zijn de verhalen die eens in de zoveel tijd in de Russische pers opduiken over afgelegen havens vol afgedankte nucleaire onderzeeërs, waaruit waardevolle (radioactieve) onderdelen worden gestolen om vervolgens voor miljoenen verhandeld te worden op de zwarte markt. Ook onderzoekers hebben vastgesteld dat een grote hoeveelheid onderzeeërs wacht op verdere ontmanteling. In de tussentijd zijn deze onderhevig aan corrosie en andere invloeden, en vormen het nucleaire tijdbommen. Vaak is er simpelweg geen geld om ze af te voeren. Met zo’n hoeveelheid aan slecht beveiligd Russisch nucleair materiaal is het helemaal verbijsterend dat Poetin niet bij de top aanwezig was.

De economische levensvatbaarheid van kernenergie staat niet vaak ter discussie, en voorstanders praten maar al te graag over de lage kosten per kilowattuur. De discussie wordt echter pas echt interessant als kosten van grote kernrampen betrokken worden bij de berekening. Zo is er een officiële schatting van de Wit-Russische regering die de verliezen dankzij Tsjernobyl raamt op 235 miljard dollar gedurende dertig jaar. In 2003 had Wit-Rusland, los van Rusland en Oekraïne, al meer dan 13 miljard dollar uitgegeven aan de ramp. TEPCO heeft tot nu toe 28 miljard beloofd aan gedupeerden (waarvan 1 miljard uitbetaald). Dat soort bedragen zijn alleen te betalen door middel van leningen en overheidssteun, en staan symbool voor het failliet van een stelsel dat meer problemen creëert dan oplost.

Een van de problemen is dat de mogelijke kosten bijna onmogelijk te schatten zijn vanwege veel indirecte gevolgen. Los van reparaties aan de reactor spelen bijvoorbeeld de migratiestroom, ziektekosten, stralingsonderzoeken, schadevergoedingen en het verlies van economisch winstgevende gebieden een rol. Dankzij de verspreiding van nucleair materiaal na Tsjernobyl bestonden er in Noorwegen tien jaar na de ramp nog steeds maatregelen om de besmetting van voedsel tegen te gaan. Veel West-Europese landen moesten vergelijkbare maatregelen nemen. In de omgeving van Fukushima mag gedurende decennia niet meer gevist worden.

Bij nader onderzoek van de staat van het nucleaire landschap val je van de ene verbazing in de andere. Wist u bijvoorbeeld dat een ongepubliceerd onderzoek van de Britse overheid uit 2012 stelt dat twaalf van de negentien Britse kerncentrales gevaar lopen door klimaatverandering? Of dat de grootste kerncentrale ter wereld aan de westkust van Japan (ook beheerd door TEPCO) in 2007 voor 22 maanden werd stilgelegd na een aardbeving? (De centrale is na Fukushima nog steeds dicht.) Wist u dat drie van de vier reactoren in Tsjernobyl na de ramp in 1986 in gebruik zijn geweest tot en met 2000, waarvan een van de reactoren zich in hetzelfde gebouw bevond als de ontplofte reactor? Of dat de gesmolten splijtstof van zowel Tsjernobyl als Fukushima ‘kwijt’ is, en in het splijtstofbad van reactor vier van Fukushima nog steeds 4000 keer zoveel splijtstof ligt als is gebruikt bij de bom op Hiroshima?

En terwijl Obama zich laat voorstaan op ‘s werelds grootste en veiligste kernenergiesector toont onderzoek aan dat ook in Amerika sinds 1955 in vijf gevallen reactorkernen zijn gesmolten, waarvan Three Mile Island de bekendste is. Bij dat ongeluk in Pennsylvania werden meer dan 140.000 zwangere vrouwen en jonge kinderen geëvacueerd.

Concluderend is het niet alleen verbijsterend dat Poetin bij de top afwezig was, maar vooral dat de participerende landen bereid waren tientallen miljoenen te stoppen in een top die het probleem niet bij de kern aanpakt. Het is politiek voor het veilige gevoel, van de symbolen. Nucleair afval is een immens probleem, maar de oplossing schuilt in de vermindering ervan en niet in een verbeterde beveiliging. Wereldleiders verenigt u, en neem een voorbeeld aan Duitsland, de op drie na grootste economie ter wereld: daar zijn veel kerncentrales al gesloten, en er wordt in 2022 volledig afstand van gedaan. Dat legt ze vooralsnog geen windeieren. Of juist wel.

Totdat politiek leiders de moed van Merkel navolging durven geven, is het de vraag voor wie straks een tweede Onkalo nodig is: voor het afval, of de mens.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)