1.860
16

Econoom en jurist

Antonie Kerstholt (1951) is econoom en jurist. Hij heeft meer dan dertig jaar praktijkervaring als advocaat, bedrijfsjurist en management consultant.

Antonie is ook initiatiefnemer van diverse juridische websites, waaronder www.overeenkomst.nl. Daarnaast schreef hij het boek 'Ondernemen in zwaar weer' en is hij gastspreker voor diverse brancheverenigingen.

Het economisch perspectief voor de huidige generatie baby’s is alarmerend

Pasgeborenen zullen het nu al erg grote verschil tussen rijk en arm naar verwachting nog groter zien worden. Welk beroep gaat dat doen op hun solidariteitsgevoel?

Nieuwsberichten en recente onderzoeken over hoe de samenleving en de wereld om ons heen er aan het einde van deze eeuw uit zal gaan zien stemmen niet echt vrolijk. Zeker niet als je zelf kleinkinderen hebt die dit nog gaan meemaken. Niet alleen de gevolgen van een klimaatverandering moet door die generatie het hoofd worden geboden. Nog veel meer even belangrijke economische kwesties moeten op een verantwoorde wijze opgelost worden. Zoals de vraag; tot welke leeftijd is het menselijk acceptabel om te moeten doorwerken. Is dat inderdaad 80 jaar zoals de onderzoeken voorspellen? Of is het een illusie dat te veronderstellen?

Werken tot je 80ste
Een groot accountantskantoor publiceerde recent de uitkomsten van een onderzoek over de leeftijd waarop baby’s van nu met pensioen kunnen gaan. Dat wordt gesteld op 80 jaar. De oorzaak? Steeds meer ouderen die een AOW-uitkering hebben waarvan de kosten opgebracht moeten worden door een relatief kleine groep werkenden. De verwachte duur van de AOW-uitkering per oudere moet dus beperkt worden en dus moet economisch de AOW-leeftijd omhoog. Een verklaring die hout snijdt als dit probleem enkel financieel technisch wordt benaderd en wordt opgelost. Iedereen komt dan met een beetje rekenwerk tot een soortgelijke conclusie. De vraag die direct rijst is of met de kennis van nu, deze hoge AOW-leeftijd menselijkerwijs wel realistisch is om vanuit te gaan.

economisch
cc-foto: Myriams Foto’s

Voorstanders zullen direct als argument aandragen de revolutionaire ontwikkelingen van de wetenschap en technologie. Waardoor werken tot op zeer hoge leeftijd geen enkel probleem meer zal zijn. De tegenstanders zullen de menselijke maat en het gezondheidsaspect als tegenargument gebruiken. En vooral het twijfelachtige denkpatroon (omdat het onoverkomelijk is dat het wel zo moet zijn) aanvechten. Waarbij gemakshalve maar veel aspecten vergeten worden die onlosmakelijk in negatieve zin van invloed zijn op het kunnen behalen van een zo hoge AOW-leeftijd. Zoals het al vroeg aanleren van een ongezonde leef- en eetstijl waardoor zwaarlijvigheid en obesitas greep krijgen op een steeds grotere groep jongeren en mensen van middelbare leeftijd die al (ver) voor hun 80ste aan diabetes type 2 en hart- en vaatziekten zullen gaan lijden. Om nog maar te zwijgen over de groep werkenden die nu al dagelijks blootstaan aan stress, hoge productiviteitseisen, baanonzekerheid  en ander ongerief dat tegenwoordig automatisch verbonden is aan het hebben van werk.

Huidige statistieken zijn niet representatief en betrouwbaar voor jonggeborenen
Zou het niet verstandig zijn om bij bespiegelingen over de toekomstige AOW leeftijd eerst te wachten tot de “vervuilers” in de ouderdomsstatistieken van nu, vooral voormalige huisvrouwen die weinig tot nooit hebben gewerkt en werkenden die met de VUT konden gaan en vanaf hun 57ste levensjaar al konden stoppen met werken, uit de statistieken zijn verdwenen. En pas daarna te beoordelen wat de gemiddeld te verwachten AOW-leeftijd in de toekomst menselijkerwijs zal moeten en kunnen zijn. Vooral de statistieken van werknemers die 40-45 jaar of meer actief zijn geweest voordat ze met hun 67ste of hogere AOW-leeftijd konden stoppen zijn een betrouwbare en representatieve graadmeter om een verantwoorde  uitspraak te kunnen doen over de toekomstige hogere AOW-leeftijd. Vooral nu deze pasgeborenen met zekerheid volgens het onderzoek meer dan 45 jaar zullen moeten werken.

Anders gezegd; hoe betrouwbaar zijn de huidige statistieken over de leeftijden van hoogbejaarde ouderen die in een verzorgingsstaat hun AOW-leeftijd hebben behaald en kort of in zijn geheel niet of zeer weinig hebben gewerkt? Voor voorspellingen voor een toekomstige beroepsbevolking van thans pasgeborenen lijkt me dat op voorhand al een weinig representatieve en onbetrouwbare bron van data.

Omslagstelsel AOW ook bestand tegen individualisering en participatiesamenleving?
Om de AOW voor iedere burger in de toekomst veilig te stellen zullen bij handhaving van het huidige stelsel alleen de werkenden de premie ervan moeten dragen. Dat is vanaf de invoering van de AOW nog nooit een probleem geweest maar dat hoeft zeker niet zo te blijven. Dat vereist namelijk een solidariteit met AOW-gerechtigden die gedurende hun leven maar relatief weinig premie bijdragen omdat ze niet kunnen werken door ziekte of andere te begrijpen redenen. Bijvoorbeeld omdat ze zelf bewust de keuze maken om maar weinig te gaan werken. Zoals dat bijvoorbeeld voor de Nederlandse vrouw in zijn algemeenheid nog steeds opgaat in vergelijking met veel andere landen waar meer fulltime wordt gewerkt. Of wiens arbeid simpelweg niet gevraagd wordt omdat de competenties niet aansluiten bij wat de markt vraagt.

Pasgeborenen zullen het nu al erg grote verschil tussen rijk en arm naar verwachting nog groter zien worden. En welk beroep gaat dat doen op hun solidariteitsgevoel en mededogen met anderen? Die werk niet kunnen inzetten om zichzelf aan een inkomen te helpen? In een verzorgingsstaat was dat helder en duidelijk gereguleerd. De participatiesamenleving is nog zoekende hoe omgegaan moet worden met steeds meer tweedelingen die zichtbaar worden. Niet alleen tussen rijk en arm maar ook tussen het wel of niet hebben van competenties waar werk voor is, of niet. En vooral wie zichzelf in een onzekere toekomst kan bedruipen of niet. Deze tweedelingen vragen om een breed draagvlak om voorzieningen en sociale grondrechten, zoals betaalbare huisvesting en medische zorg te kunnen handhaven en borgen. Iets waar veel huidige ouderen zich feitelijk door de verzorgingsstaat nooit echt druk over hebben hoeven te maken. Die luxe is definitief voorbij voor alle nog met pensioen gaande generaties. Met de meeste onzekerheid voor de allerjongste generaties.

Welzijn en rechtvaardige verdeling van de koek moeten speerpunten van beleid worden!
Naar mijn bescheiden oordeel valt er economisch niet meer te ontkomen aan een structurele beleidswijziging op vele terreinen. Waarbij  na decennialang als samenleving gestuurd te hebben op meer welvaart voor iedereen, het de hoogste tijd is geworden om het aspect welzijn voortaan bovenaan iedere agenda te plaatsen. Welzijn-gestuurd beleid waarbij de hoogste prioriteit moet worden gegeven aan het verdelingsvraagstuk van al onze gezamenlijke economische inspanningen. Wie heeft recht op wat en waarom? Daar zal het publieke debat over moeten gaan. Dat voorkomt verdere tweedelingen en teleurstellingen omdat oude economische wetten en principes niet meer zo werken zoals men altijd wel gewend was. Automatische sturingsmechanismen gericht op economische groei welke voor iedereen profijtelijk uitpakte.

Alleen we zijn te ver doorgegroeid. En het aspect welzijn uit het oog verloren. Helaas is de harde werkelijkheid voor de huidige generatie baby’s dat alle negatieve aspecten van de belangrijkste economische doelstelling groei thans zo goed zichtbaar zijn. Een weinig te benijden realiteit wacht deze generatie pasgeborenen als er niet snel iets fundamenteels gaat veranderen. Dat moet toch alle ouders, grootouders en familieleden van hen aanspreken?


Laatste publicatie van Antonie Kerstholt

  • Ondernemen in zwaar weer

    99 handige tips om te overleven

    2009


Geef een reactie

Laatste reacties (16)