2.860
82

Eindredacteur Witteman ontdekt

Maarten van den Heuvel begon zijn journalistieke loopbaan in de redactie van de talkshow I.S.C.H.A van Ischa Meijer. Na het abrupte einde aan dat programma werkte hij ondermeer bij RUR en was hij als researcher in dienst van documentairemaakster Ireen van Ditshuyzen.

Zijn dienstverband bij de VARA begon bij het programma Barend & Witteman, eerst als redacteur, later als coördinator en kort als eindredacteur. Hij zette samen met Paul Witteman het populair wetenschappelijke programma Nieuwslicht op en werd er eindredacteur van. Vanaf het begin van Pauw & Witteman werkte Van den Heuvel er drie jaar als samensteller.

Daarna was hij eindredacteur van de televisieprogramma's 'Eigen schuld, dikke bult' en EZ, betrokken bij Joop en een van de twee eindredacteuren van het documentaire-drieluik 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap', waar hij ook het boek 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Oude waarden in nieuwe tijden' over schreef. Dat boek werd geselecteerd voor de longlist van de Socratesbeker, de prijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Momenteel is hij eindredacteur van het televisieprogramma Witteman ontdekt.

Het einde van het liberalisme?

Als Dick Swaab gelijk heeft dat de vrije wil niet bestaat, betekent dat volgens Frits Bolkestein het einde van het liberalisme

Toen wij voor ons documentaire drieluik ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap’ Frits Bolkestein interviewden, vroegen we hem ook hoe hij tegen het recente debat over het bestaan van de vrije wil aankeek. Hij beaamde toen dat het ontbreken van vrije wil het einde van het liberalisme zou betekenen. Maar hij voegde er aan toe daar niet in te geloven. “Ik ben geen hersenchirurg. Ik weet er eigenlijk niks vanaf, maar het wil er bij mij niet in.”

Het debat over de vrije wil kreeg in Nederland een nieuwe impuls met het onlangs verschenen boek ‘Vrije wil is geen illusie’ van Herman Kolk. Hij zet zich daarmee af tegen Dick Swaab en Victor Lamme, die succesvolle boeken schreven waarin ze het tegendeel beweerden.

De redenering van Swaab en Lamme leunt sterk op de experimenten van Benjamin Libet en navolgers. Zij toonden aan dat elke beslissing al zo’n halve seconde voordat we ons daarvan bewust zijn in het onderbewuste deel van onze hersenen zichtbaar is. Er vindt daar een groots neuronenbombardement plaats en kort gezegd: de sterkste van die prikkels wint. Ons gedrag wordt dus onbewust aangestuurd, in plaats van door een ‘CEO’. Die hebben we niet in ons brein en ons -trage- bewustzijn speelt die rol al helemaal niet. Op basis hiervan spreken zij van automatismen en reflexen in reactie op prikkels van buiten en ontkennen ze het bestaan van de vrije wil.

Ook Kolk weet dat heel veel menselijk gedrag voortkomt uit automatische reacties op prikkels van buitenaf. Maar, zo zegt Kolk, het experiment van Libet zegt weliswaar iets over dat automatische  gedrag, maar niets over beslissen. Daarbij ruimt hij een speciale plaats in voor ‘aandacht’. Door je aandacht bewust te richten kan je volgens Kolk daadwerkelijk beslissingen nemen. Hij illustreert dat met het volgende voorbeeld. Als je uit je werk naar huis rijdt, doe je dat normaal gesproken automatisch via de gebruikelijke route. Maar moet je op een dag bij de apotheek medicijnen ophalen dan ben je in staat om de andere kant op te rijden. Dat doe je door je aandacht op de apotheek te richten en dat ziet hij als een argument voor het bestaan van vrije wil.

Wat er op dat moment gebeurt is dat onbewuste prikkels om de normale route te rijden en onbewuste prikkels om naar de apotheek te rijden om voorrang strijden, met elkaar en met nog vele andere onbewuste prikkels. Door onze aandacht te richten kunnen we de prikkel van de normale route onderdrukken. En de sterkste prikkel die daarna overblijft bepaalt wat we gaan doen, wat we ‘beslissen’. Dat is een sterke beperking aan wat onze hersenen kunnen. We kunnen alleen willen wat door externe prikkels in ons onderbewuste wordt losgemaakt. Maar we kunnen wel van alles wat op die manier wordt losgemaakt onderdrukken. Daarom wordt er ook wel gesproken over ‘free won’t’ in plaats van ‘free will’.

Dat Kolk toch van vrije wil spreekt, komt door de definitie die hij hanteert. Hij ziet vrije wil als kunnen bereiken wat voor jou van waarde is. Maar dat lijkt me een rare definitie. Ook onze automatismen en reflexen zijn gedurende de evolutie ingesleten omdat ze ons –in ieder geval oorspronkelijk-  iets opleverden wat voor ons van waarde was. En die definitie zegt bovendien niets over hóé onze hersenen zorgen voor gedrag dat iets oplevert wat voor ons van waarde is.

Dit alles betekent dat je niet van mensen gedrag kan verlangen dat bij hen niet in hun onbewuste naar boven komt zetten. En dat gebeurt niet als de combinatie van genen en ervaringen het daar niet heeft ingesleten. Onze kennis van de hersenen zet daarmee het liberale denken over de eigen verantwoordelijkheid in een heel ander licht. Wil je dat mensen zich op een bepaalde manier gedragen dan kan je dat alleen bereiken door je te vergewissen dat dat gedrag tot hun repertoire behoort en hen helpen als dat niet zo is.

Betekent dat ook het einde van het liberalisme? Op dat punt kan ik Bolkestein gerust stellen. Mensen ervaren wel degelijk een vrije wil, ook al is die er niet op die manier. En die illusie die door het vuurwerk in ons onderbewuste wordt gecreëerd, is essentieel voor ons welzijn. Uit sociaal psychologisch onderzoek blijkt namelijk dat autonomie een van de belangrijkste menselijke motivatoren is. Sterker dan bijvoorbeeld beloning en straf. Het liberalisme is dus gebouwd op een illusie, maar wel op een essentiële illusie.


Laatste publicatie van MaartenvandenHeuvel

  • Vrijheid, gelijkheid, broederschap

    Oude waarden in nieuwe tijden

    2014


Geef een reactie

Laatste reacties (82)