598
13

Oorlogsverslaggever De Pers

Arnold Karskens kreeg de afgelopen vijfentwintig jaar bekendheid als een van Nederlands beste en volhardendste oorlogsverslaggevers. Hij werkte voor Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-zenders en is nu oorlogsverslaggever voor dagblad De Pers.
Karskens is auteur van onder andere: Pleisters op de ogen, over de geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo. In oktober 2009 verscheen ‘Rebellen met een Reden’, verhalen over idealistische Nederlanders in de oorlog.
http://www.arnoldkarskens.com/

Het Failliet van de Opvang

Terwijl elders op de wereld vluchtelingen honger lijden, kunnen ze in België met gemak dagelijks in 'Comme chez Soi' een diner bestellen, met wijn

Het Belgische asielbeleid ondergraaft het maatschappelijk draagvlak. Hierdoor vallen echte vluchtelingen buiten de boot. Voor gelukzoekers is het bedje gespreid. Sommige worden ondergebracht in hotels, andere ontvangen 500 euro per dag.

Op de winderige straathoek aan de Antwerpsesteenweg tussen de wolkenkrabbers van het World Trade Centre staat Abdul, kort kroeshaar, te kleumen van de kou. De 29-jarige inwoner van Ivoorkust vroeg twee weken geleden asiel aan. ‘Om sociaal-politieke reden.’ Als bewijs van zijn nieuwe status toont de verkoper een A4’tje met zijn foto. Daarmee moet hij het doen. Een onderkomen zit er niet in. ‘Alles is vol.’ Met tientallen lotgenoten zwerft hij rond het station van Brussel-Noord. Een slaapplek vindt hij op karton onder een brug. Abdul heeft recht op een vergoeding van 500 euro per dag omdat Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, de wettelijke verplichting niet nakomt: onderdak verlenen aan iedereen die asiel aanvraagt. Een collega-vluchteling uit Congo diende via zijn advocaat een klacht in bij een Brusselse rechtbank die hem in het gelijk stelde en Fedasil een dwangsom oplegde van 15.500 euro voor 31 dagen buiten bivakkeren. Voor Abdul tikt de teller ook: “Mijn advocaat zegt: ‘wachten’.”

Opvangorganisatie Fedasil heeft sinds november vorig jaar 330.000 euro uitgekeerd aan klagende asielzoekers. “Maar veel zaken zijn nog niet afgehandeld, want we gaan systematisch in beroep”, zegt woordvoerster Mieke Candaele. Het totaalbedrag kan inmiddels in de miljoen euro’s zijn gelopen, al durft ze zelf geen bedragen te noemen.

Een medewerkster van de Arbeidsrechtbank in Brussel, die claims behandelt, vertelt dat er dagelijks tien tot vijftien nieuwe uitkeringsaanvragen binnenkomen. De geldsommen die worden toegewezen zijn enorm. “Ik heb bedragen gezien van 52.000 euro. Voor gezinnen met vader en moeder en zes kinderen loopt de rekening snel op.” Waarom er geen wetswijziging komt die zulke uitwassen beperkt weet ze niet: “Dat vragen wij ons al twee jaar af. We hebben geen stabiele regering en het is blijkbaar geen prioriteit.”

Volgens Els Keytsman, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, een organisatie die zich bekommert om asielzoekers, hebben de vorstelijke uitkeringen een ‘aanzuigende werking’. Verhoudingsgewijs ligt het aantal aanvragen voor asiel in België viermaal hoger dan in de omliggende landen. Voor zo’n 18.000 mensen is opvang geregeld, maar velen slapen in parken en brandgevaarlijke woningen. En de winter staat voor de deur. “In België is sprake van een humanitaire crisis die dreigt om te slaan in een ramp.” Vorig jaar herfst stonden duizend mensen op straat. Nu is voor zesduizend aanvragers geen onderkomen geregeld.

De Belgische overheidsinstantie Fedasil schat dit cijfer lager omdat inmiddels een onbekend aantal asielzoekers het land heeft verlaten. De oorzaak van de huidige asiel-ellende in België wortelt volgens haar in 2007 toen de financiële steun voor asielzoekers werd afgeschaft en vervangen door uitsluitend materiële steun: bed en eten. “Maar die is er niet altijd.” In 2008 begon de opvang in hotels van enkele tientallen mensen. Inmiddels logeren 1.200 asielzoekers in hotels. “Wij hebben altijd gezegd dat de hotels geen oplossing vormen. Je stopt geen vrouw uit Guinee, slachtoffer van genitale verminking, met twee dochters in een hotel zonder begeleiding.”

In totaal 23 hotels, vooral in Brussel, dienen als tijdelijke opvang. Mohammed (50) logeert er sinds 28 juni. Grote luxe is het tweesterrenhotel niet, verzekert hij. “Maar ik heb een kamer voor mezelf, want ik snurk.” Hij stort een handvol medicijnenstrips op tafel “voor mijn hart en suiker”. Misschien is het bed zacht, maar vaak denkt hij aan zijn twee vrouwen en negen kinderen die hij moest achterlaten. “Ik wil dat ze ook komen.” In het hotel logeren nog 24 asielzoekers. Iraniër Ali schuift met een glas thee aan. Via Londen kwam hij in Brussel terecht. Omdat België niet het eerste opvangland is, maakt hij volgens de regels van de Europese Unie geen aanspraak op verblijf, maar hij woont hier intussen wel. Aan teruggaan denkt hij niet. “Iran no good, no work, no money.”

Volgens Vlaams Belang-volksvertegenwoordiger Filip DeWinter zijn de opvangproblemen voor vluchtelingen het gevolg van een soepel asielbeleid en lakse wetgeving. “95 procent is asielbedrieger.” Velen weten op voorhand dat ze geen asiel krijgen, maar zien de aanvraag als een uitgelezen kans om het land binnen te komen. Vervolgens duikt men onder en komt in handen van sociaal werkers en advocaten. “Die rekken het verblijf van de asielzoeker zodat ze om humanitaire reden uiteindelijk niet meer weg hoeven.'” Het probleem in België zal alleen maar groeien, zeker nu buurlanden een strenger toelatingsbeleid voeren. “Als een nieuwe regering niet ingrijpt is de vloedgolf niet te stoppen.”

Zijn tegenstrever, parlementslid Karin Temmerman van de sociaal-democratische partij SP.A, ziet weinig heil in het aanpassen van de wet zodat de excessieve betalingen als 500 euro per dag tot het verleden behoren. “Kijk, het is niet onze politiek van: kom binnen en hier heb je geld. Maar de oorzaak ligt niet in het misbruik, maar bij het gebrek aan opvang.” De Antwerpse advocate Kathie Verstrepen, die in haar kantoor honderden asielprocedures begeleidt, meent dat er ‘veel fabeltjes’ de ronde doen. “Vaak wordt niet uitbetaald, maar krijgt de klager prioriteit bij de opvang.”

Iedere ochtend is het aanschuiven voor de deur van Fedasil, aan de Antwerpsesteenweg 59 in Brussel-Noord. Een dranghek en bewakers zien toe op een rustig verloop. Mannen en vrouwen, veelal gehuld in een allegaartje aan kleding, dienen hier hun eerste aanvraag in. Er worden foto’s gemaakt en vingerafdrukken genomen. “Dit is de enige plek in België en dagelijks zijn er soms twee- tot driehonderd”, meldt een bewaker. 22 etages hoger vertelt woordvoerster Tine van Valckenborgh dat in de maand oktober 2.076 asielaanvragen werden gedaan. “Het hoogste aantal in de laatste negen jaar.” Het demissionaire kabinet Yves Leterme heeft na veel zoeken 2.000 opvangplaatsen in vier kazernes in Bierset, Bastenaken, Weelde en Houthalen-Helchteren en Civiele Bescherming in Gembloers gevonden, dat biedt dus soelaas voor één maand. Door het raam wijst ze naar waar tot voor kort honderden asielzoekers een kamp tussen de bosschages hadden gebouwd. “Het is de derde wereld hier, absoluut.” Oorlog in Irak en Afghanistan, mensen die om economische reden aankloppen, de opvang die goed staat aangeschreven en de contacten in de diaspora, zo verklaart Van Valckenborgh de magneetwerking van België. “De gemeenschappen van Tsjetsjenen en Congolezen die hier al zijn, trekken op hun beurt landgenoten aan.”

Het stuwmeer groeit. “De procedure voor een asielzoeker om te weten waar hij aan toe is duurt zes tot negen maanden, terwijl die in Nederland enkele weken bedraagt.” Veel gelukzoekers zien de asielprocedure ook als een eenvoudige manier voor gratis medische zorg. “Van de Armeniërs krijgt misschien 1 procent asiel. Ze komen voor medische bijstand.” Van Europese harmonisatie van asielaanvragen is geen sprake. “In België krijgen Irakezen makkelijker een voorlopig verblijf dan in Nederland.” Wat mij goed deed was haar openheid, net als die van veel van haar collega’s die zich bezighouden met de opvang. En u kent me: dat zeg ik niet snel.

Wat de asielzoeker de Belgische gemeenschap kost kan staatsecretaris Melchior Wathelet voor Migratie en Asielbeleid “onmogelijk becijferen”, zegt een woordvoerder. Maar directeur Dirk van den Bulck van het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen, dat de validiteit van de asielaanvragen controleert, wil uit de losse pols best een rekensommetje maken. Hij komt tot ruwweg 20.000 euro per aanvraag. België moet zoals elk land de komende jaren tientallen miljarden euro’s besparen. “Het draagvlak onder de bevolking ebt weg”, concludeert hij, omdat niemand het pikt dat een asielzoeker per dag bijna evenveel krijgt als een alleenstaande uitkeringstrekker per maand, namelijk 740,32 euro. “De echte politieke vluchtelingen vallen zo buiten de boot.” Op de vraag hoeveel aanvragers Fedasil ontving met duidelijke fysieke sporen van oorlogshandelingen, graaft Van den Bulck diep in zijn geheugen. “Enkele maanden geleden was er een Afrikaan met sporen van foltering, maar dat is eerder zeldzaam.”

Even verderop aan de Antwerpsesteenweg verleent vrijwilligster Frieda, een vrouw met opgestoken blond haar, juridische bijstand aan een Kosovaar. Half oktober vroeg die met vrouw en zes kinderen asiel aan. De familie slaapt in het station van Brussel-Noord tegen de glazen pui met dekens op de grond. De asielaanvraag heeft te maken met zijn vader die in 1999 is gedood. Frieda hoort het geduldig aan. “De Roma hebben problemen in Kosovo”, weet ze. “De discussie is alleen hoe erg.” Een tafel verder slurpt een man uit het Midden-Afrikaanse Burkino Faso met smaak de gratis soep naar binnen. Sinds 8 oktober staat hij ingeschreven als asielzoeker. Uit zijn jaszak vist hij een witte gsm. Hij belt een advocaat, die neemt niet op. Weer geen uitsluitsel of hij het compensatiegeld ontvangt. “België is niet goed”, stelt hij verbitterd vast.
Buiten leunt Abdul tegen de muur. Ook hij heeft geen nieuws, niet over opvang, niet over een geldbedrag. Op de vraag waarom hij voor België heeft gekozen, geeft de Afrikaan een tweeledig antwoord. Eerst zegt hij dat hij zich pas realiseerde dat hij in België was toen hij het vliegtuig uitstapte. Om na een klaagzang te concluderen: “Ik dacht dat België het land was van de mensenrechten.” De mouwen van zijn trui trekt hij tot over zijn gebalde vuisten. Ondanks de kou is hij niet van plan snel op te geven. “Ik blijf hier zeker twee tot drie maanden.”

De foto hier boven is natuurlijk pure provocatie van mij. Die nam ik van het duurste restaurant van Brussel. Terwijl elders op de wereld vluchtelingen honger lijden, kunnen ze in België met gemak dagelijks in ‘Comme chez Soi’ een diner bestellen, met wijn. Landen die dat mogelijk maken, kunnen één ding: zich schamen! Om met Shakespeare te spreken: ‘Something is rotten in the state of Belgium.’

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Arnold Karskens en in De Pers

Geef een reactie

Laatste reacties (13)