1.000
14

Psycholoog en adviseur

Tom Kniesmeijer is psycholoog.
Hij werkte als trainer communicatievaardigheden en raakte daarna verzeild in de reclamewereld, bij grote bureaus als BBDO, TBWA en JWT. Hij was bestuurslid voor branchevereniging VEA en ontwikkelde het innovatieplatform Re:Set.

Daarnaast was hij voorzitter van het COC Amsterdam, schreef een column in sQueeze en trad regelmatig naar voren in de media als deskundige op het terrein van maatschappelijke ontwikkelingen.

Het gezonde egoïsme van een nieuw decennium

In zijn kerstcolumn in de Volkskrant vat Pieter Hilhorst de tijdgeest per decennium samen in een filosofie. Het laatste decennium omschrijft hij als ‘mistroostig’.

Om zich vervolgens af te vragen wat de jaren 10 zullen brengen. Een voorzet.

In 1999 danste Nederland op de toppen van de vrijheid-blijheid cultuur. Ik noem dat een zomerse tijdgeest: alles groeit en bloeit en koestert zijn plek onder de zon. Nog vóór acht uur ’s avonds demonstreerde Betty Paërl op Nederland 1 haar neukfiets; ze trapte zich binnen een minuut naar een orgasme. In 2008 schrijft filosofe Marjolijn Februari in een column: “Van een land waar de Kijkshop dildo’s aanprijst voor Moederdag zijn we binnen een paar jaar tijd veranderd in een land waar de gemeente Huizen een schilderij verwijdert omdat er naakte vrouwentorso’s op zijn te zien.”

Wat is er gebeurd? Rond 2000 ontstaat er in Nederland maatschappelijk ruimtegebrek. Wanneer iedereen zijn persoonlijke ruimte blijft uitbreiden, staan we uiteindelijk allemaal op elkaars gevoelige tenen. In mijn termen belanden we in een herfsttijdgeest: iedereen eist respect op maar deelt het niet uit. Men wil optimale vrijheid voor zichzelf en maximale bescherming tegen die van anderen. Het stormt en de maatschappij kraakt in haar voegen. Hilhorst: “Er valt niks meer te onderhandelen. Het is slikken of stikken. Het spel van geven en nemen is ingeruild voor ultimata. Dit is de grens. En als het je niet bevalt dan donder je maar op.”

De angst voor alles wat afwijkt van de eigen voorkeur, in combinatie met de vrees dat anderen meer misbruik maken van het systeem dan ik, leidt tot een roep om begrenzing. Terug naar normen en waarden! Winter in de tijdgeest. “Het voorkomen van misbruik is belangrijker dan het bieden van een helpende hand. Inschikkelijkheid wordt verward met capitulatie,” stelt Hilhorst. Dat riekt inderdaad naar een mistroostig decennium. Toch gloort er hoop. Het kan geen kwaad om een paar jaar lang grenzen te stellen. Begrenzing biedt rust, toomt al te assertieve en opportunistische geesten in. En een crisis helpt ook. Als de kredietcrisis ons één ding leert, dan is het wel dat egoïsme (‘ikke ikke en de rest kan stikken’) de oplossing niet is. Daarin wordt de gemiddelde Nederlander volledig overklast door de eerste de beste bankier. Net zoals de volledige zelfbeschikking, het paradigma van de jaren negentig, tot een zure illusie verwordt wanneer ik als werknemer van de HEMA tot de ontdekking kom dat mijn pensioengeld wordt belegd in een opkoopfonds, dat vervolgens de HEMA overmeestert en dwingt om mijn pensioenregeling uit te kleden. Tijd om elkaar, maar ook onszelf te begrenzen. Wanneer iedereen louter bezig is om de persoonlijke winst te maximaliseren, valt het systeem uit elkaar en voelen we allemaal de gevolgen. Dat leerpunt leidt op dit moment tot kritische reflectie op ons economische systeem, dat fragiele netwerk van onderling verbonden ketens, die niet zonder elkaar kunnen overleven.

Het toenemende besef van onderlinge afhankelijkheid betekent dat een paradigmawijziging in de lucht hangt. Wouter Bos hint op nieuwe solidariteit, juist vanuit gezond egoïsme. Moraal alleen is volgens Bos een te smal draagvlak: “Een notie van welbegrepen eigenbelang is onontbeerlijk: you scratch my back, and I scratch yours.” Solidariteit kan iedereen vooruit helpen: “Een samenleving die uiteenvalt, kan minder verzetten. Daarentegen zijn mensen die zich dankzij gedeelde waarden en belangen met elkaar verbonden voelen, weerbaarder tegenover de grote fenomenen op wereldschaal die zij als bedreigend ervaren, zoals terrorisme, migratie, de mondialiserende economie.” Ik denk dat Bos gelijk heeft en dat de filosofie van de jaren ’10 zal draaien om het stoppen met wijzen naar anderen en het opzoeken van de gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen die ketens waar we onlosmakelijk deel van uitmaken. Alleen door ons effectief aan anderen te verbinden komen we – gezamenlijk – vooruit.

Pieter Hilhorst zoekt een nieuw en kansrijk maatschappelijk paradigma voor het komende decennium. Ik nomineer dit van het Afrikaanse Ubuntu afgeleide principe: het besef dat men als individu een unieke schakel vormt in een complexe keten, dat die keten waarde toevoegt aan het individuele leven en daarom onderhouden en ondersteund moet worden. De eigen unieke aangeboren talenten en aangeleerde krachten kunnen niet alleen worden ingezet voor persoonlijke groei, maar ook om de keten te versterken; daar wordt men zelf ook weer beter van. Ketendenken als impliciete sociale norm voor een nieuwe tijdgeestcyclus. Ik vind het een mooie gedachte om het restant van de huidige kille – mistroostige – winter mee door te komen.

Lees ook bij de Volkskrant: de Kerstcolumn van Pieter Hilhorst


Laatste publicatie van TomKniesmeijer

  • Seizoenen van de Tijdgeest

    2009


Geef een reactie

Laatste reacties (14)