907
31

Journalist

Het had zo’n mooi jaar voor de democratie kunnen worden

De herverkiezing van Chavez werpt een lange, donkere schaduw. Voor de VS is er nog hoop

Vier dagen op mijn kalender heb ik begin dit jaar met rood omcirkeld. Zij corresponderen met vier verkiezingen die ik –om uiteenlopende redenen – uiterst belangrijk vond en vind. De eerste twee liepen precies af zoals gehoopt, de derde, zondagnacht, liep uit op een bittere teleurstelling. Voor de vierde is er nog hoop, al zal het erom spannen.

La douce France
Het begon op 6 mei toen François Hollande Nicolas Sarkozy versloeg in het land dat ik sinds enige jaren mijn thuis mag noemen. Een mooie uitslag, niet zozeer vanwege de grote inhoudelijke verschillen tussen de twee mannen – die zijn er misschien ideologisch, in de praktijk merk je niets van de machtswisseling – maar omdat de Fransen mijns inziens terecht waren uitgekeken op de zittende president.

Met zijn populisme, zijn geflirt met de puissant rijke jetset en zijn on-Franse gehamer op de belangen van het bedrijfsleven ten koste van de werknemer was ‘Sarko’ ongetwijfeld een bijzonder populaire bewoner van het Witte Huis geworden; de kiezer in La Douce France verwacht een ander, socialer, warmer gezicht van zijn president. Over één zaak kan iedereen die democratie een warm hart toedraagt (en dat doet u, anders las u deze site niet) het eens zijn: het is goed dat ook in Frankrijk het mogelijk is een zittende president te verslaan. Men begon er hier al aan te twijfelen, de laatste keer dat het gebeurde was toen (de net als Hollande socialist) François Mitterand Valéry Giscard d’Estaing (net als Sarkozy afkomstig uit het rechtse kamp) uit het zadel wipte, meer dan 30 jaar geleden!

En natuurlijk was daar 12 september. De dag waarop Nederland zich onverwachts volwassen toonde en zich afkeerde van de politieke flanken. Om welke redenen dan ook, de kiezer stuitte die dag de opmars van het rechtse en het linkse populisme. En al werden VVD en PvdA juist zo groot in een strijd tegen elkaar, ons politiek bestel veroordeelde ze al tot samenwerking bij het uitkomen van de eerste exit poll. Niet iedereen zal even gelukkig zijn met de nu onstaande paarse coalitie, maar ik vind het terugdringen van xenofobisch, eurofobisch en antikapitalistisch populisme een zege en een zegen voor de democratie.

Tot zover alles goed: twee verkiezingen, twee mooie uitslagen.

Wannabe caudillo Chavez
U ziet mijn teleurstelling al aankomen: Venezuela, het land waar mijn schoonfamilie vandaan komt en voor een deel nog steeds woont. Wannabe caudillo Hugo Chávez Frías won zijn derde presidentsverkiezingen op rij. En voor u denkt: “Chávez, die is links, dat is toch goed?”, wil ik u erop wijzen dat hij ditmaal niet aantrad tegen een reactionaire, rechtse kandidaat zoals in het verleden, maar tegen een jonge sociaaldemocraat, Henrique Capriles Radonski. Capriles zou als hij kandidaat was geweest in ieder ander Zuid-Amerikaans land dan Venezuela, universeel door de pers worden omschreven als centrumlinks. Tijdens de campagne noemde hij de Braziliaanse oud-president Lula da Silva als zijn grote voorbeeld, niet bepaald een rechtse rakker.

Los van de politieke ideologie die beide presidentskandidaten aanhangen, is de overwinning van Chávez een duidelijke nederlaag voor de democratie. Hoewel de verkiezingen vrij waren en fraude de uitslag waarschijnlijk nauwelijks heeft beïnvloed, waren zij niet eerlijk. Een kandidaat die de staatskas misbruikt als partijkas, de staatsmedia gebruikt als zijn privézenders en televisie- en radiostations die hem niet gunstig gezind zijn uit de lucht haalt, kan niet claimen een democraat te zijn.

De gedoodverfde presidentskandidaat van de verenigde oppositie, Leopoldo López, werd verboden deel te nemen omdat hij wordt verdacht van corruptie, een lachwekkende aanklacht in een land waar politie en justitie niet meer zijn dan uitvoeringsorganen van het Chávez-bewind en waar de kliek om de president zich de afgelopen twaalf jaar met miljarden heeft verrijkt.

Chávez’ methodes om de oppositie buitenspel te zetten lijken verdacht veel op die van zijn bondgenoot Vladimir Poetin (andere politieke vrienden van el comandante zijn Alexander Loekasjenko, Mahmoud Ahmadinejad, Bashar al-Assad, Fidel Castro en wijlen Muammar Khadaffi en Kim Jong-il – een soort dictatoriale who is who). Als democratie schat ik Venezuela iets hoger in dan Rusland op dit moment, maar veel scheelt het niet. Het zegt nogal wat dat een krantenkop als “President belooft verkiezingsuitslag te respecteren” wordt gezien als belangrijk nieuws. Wie Chávez nog steeds het voordeel van de twijfel gunt, wil ik wijzen op het feit dat hij voordat hij zijn eerste verkiezingen won al een keer eerder een gooi naar de macht in het Casa Rosada, het presidentspaleis in Caracas, had gedaan: via een militaire staatsgreep.

Venezuela had een nieuwe politieke wind goed kunnen gebruiken. Chávez’ ‘Socialisme van de 21e eeuw’ heeft geleid tot hoge inflatie, enorme corruptie en bovenal een misdaadepidemie van ongekende proporties. Venezuela is het op slechts vier na gevaarlijkste land ter wereld, in de eerste zes maanden van dit jaar werden er meer dan 10.000 moorden gepleegd (de presidentiële “oplossing” voor het probleem was het niet langer publiceren van officiële misdaadcijfers). De oppositie hoopte dat de enorme onveiligheid de armere kiezers – de traditionele achterban van de president, maar ook de groep die het meest slachtoffer is van de geweldsexplosie in het land – ertoe zou bewegen Capriles Radonski een kans te geven. Dit gebeurde tot op zekere hoogte: de oppositie won bijna 10% ten opzichte van de verkiezingen van 2006, maar genoeg om Chávez uit het Roze Huis te verdrijven, was het niet. Pues nada, er is altijd 2019.

Batshit crazy Republikeinen
Blijft er over: 12 november: de verkiezingen om het machtigste ambt op aarde. Net als bij de meeste Nederlanders, gaat mijn voorkeur sterk uit naar Barack Obama, niet eens zozeer vanwege zijn beleid (zo gelukkig ben ik niet met de escalerende oorlog in Afghanistan en de net-niet-hervorming van de Amerikaanse gezondheidszorg) of uitstraling, maar meer omdat de Republikeinse Partij is veranderd in een stelletje racistische, vrouwenhatende, klimaatveranderingnegerende, evolutieontkennende slaven van de extreemrijken. Zoals de progressieve iconen van de Amerikaanse televisie Jon Stewart, Stephen Colbert en Bill Maher het zeggen: batshit crazy.
Bovendien walg ik van de pogingen die de Republikeinen ondernemen om zo veel mogelijk kiezers het stemmen onmogelijk te maken. Dit doen zij als volgt: eerst wordt er een probleem verzonnen, kiesfraude. Om dit niet-bestaande fenomeen aan te pakken moeten nu voor het eerst in verschillende, door Republikeinse gouverneurs bestuurde staten de kiezers een identiteitsbewijs met foto meenemen naar het stembureau. “Toevallig” blijkt dat de overgrote meerderheid van de Amerikanen die nu zo’n photo-id moeten aanschaffen om te willen stemmen arm, zwart of latino is, kortom eerder geneigd Democratisch te stemmen.

Tot vorige week leek de voorsprong die president Obama had op zijn Republikeinse tegenstander Mitt Romney, groot genoeg om dit soort dirty tricks niet al te zwaar te laten wegen. Maar na Obama’s desastreuze optreden tijdens het eerste televisiedebat in Denver, Colorado, lijkt Romney een groot deel van zijn achterstand te hebben goedgemaakt. Het is nu aan de Amerikaanse kiezer een duidelijk signaal af te geven dat de krachten van uitsluiting en extremisme het ditmaal niet zullen winnen van meer progressief gedachtegoed dat juist alle lagen van de bevolking een stem in het democratisch proces wil geven. Ik hoop dat zij niet zullen kijken naar hun Zuid-Amerikaanse achtertuin, maar het voorbeeld volgen van de Franse en – waarom niet ook? – dat van de Nederlandse kiezer.

Volg Bart Schut ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (31)