2.734
24

Cultureel antropoloog

Yvon de Reuver (1985) is cultureel antropoloog en gespecialiseerd in internationale ontwikkelingsvraagstukken. Ze bracht haar jeugd door in het pittoreske Alphen aan den Rijn en zet deze vandaag de dag voort in Utrecht. Ook woonde ze een tijdje in Guatemala en in Colombia. Tegenwoordig doet ze sociaal-wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van overheidsbeleid en schrijft ze o.a. op Pinkbullets.nl. Ze schrijft over alles wat onze maatschappij grappig, schrijnend, mooi en lelijk maakt.

Het hoort er gewoon bij. Toch?

Hoe mensen worden buitengesloten om hun uiterlijk

De grapjes van Gordon over Xiao Wang, kandidaat in Holland’s got Talent, waren in Gordons ogen – en in die van vele anderen – onschuldige grapjes. Hij steekt toch wel vaker de draak met het uiterlijk van mensen? Maar dit keer waren het denigrerende opmerkingen vanwege iemands raciale uiterlijke kenmerken en dit bleek toch – eerst vooral in het buitenland en daarna toch ook in Nederland – wat gevoeliger te liggen dan grapjes over je moeder van 52 die in sexy bedoelde jurken rond paradeert.

Het heeft me aan het denken gezet over wanneer iets een onschuldig grapje is en wanneer het onprettig wordt. Ik vond het fragment zelf onprettig om te zien. Ik voelde zowel verontwaardiging als schaamte. Maar wat was er nou precies zo erg aan? Ik dacht terug aan twee voorvallen, die me destijds, en nu nog trouwens, hetzelfde gevoel bezorgden.

Ik liep met mijn vriendin over straat. Terwijl we babbelden over allerlei zaken, passeerden we een groepje jongens. Eentje boog voorover. “Ni hao,” zei hij. “Konnichiwaaaa!” Even dacht ik nog dat hij indruk op ons probeerde te maken door het verbaal tonen van zijn talenknobbel. Toen realiseerde ik me dat hij het zei vanwege mijn vriendin haar uiterlijk.

Ik was met stomheid geslagen. Waar was dat nu voor nodig? Was gewoon “hallo” niet genoeg? Moest er per se even duidelijk gemaakt worden dat we hier met een Aziatisch meisje van doen hadden? Wat dacht hij wel niet?!

Ik keek naar mijn vriendin. Zij keek naar de grond. We liepen verder.
 “Zei hij dat nou tegen jou?!” vroeg ik ongelovig. “Hoorde ik dat nou goed?”
 Ze knikte en haalde haar schouders op. “Maar… dat is belachelijk! Waarom doet hij dat? Vind je dat dan niet erg?!” Mijn vriendin lachte cynisch. “Ach joh, dat gebeurt zo vaak. Ik word er niet boos van, ik denk dan meestal maar dat dat gewoon heel domme mensen zijn. Kunnen zij ook niets aan doen, dat ze zo dom zijn.”

Ik viel van de ene verbazing in de andere. Ze keek hier gewoon helemaal niet van op. Ze was eraan gewend, want ze heeft het al zo vaak gehoord. Waarschijnlijk haar hele leven al. Het is mij in ieder geval niet bekend dat ze halverwege een rasverandering heeft ondergaan.

Als mijn vriendin het normaal vond en die jongen kennelijk ook, waarom maakte het mij dan wat uit? Wat was er nou eigenlijk helemaal zo erg aan om in twee Aziatische talen een Aziatisch meisje te groeten? Hij schold haar toch niet uit en hij vroeg ook niet om nummer 39 met rijst.

Wat me stoorde, is dat hij haar buitensloot. Niet om wie zij was, maar om hoe zij er uitzag. Hij wilde even benadrukken dat zij een ander uiterlijk had dan de gemiddelde Hollander en dat hij dat heus wel gezien had. Hij liet zien dat zij, ook al is ze hier geboren en is Nederlands haar moedertaal, er toch echt niet bij hoort. Er nooit bij zal horen ook, want ze zal er immers altijd zo uit blijven zien.

Door haar te groeten in gekke woorden zien alle anderen ook dat zij anders is dan hen. Als ze nog niet gezien hadden dat haar voorvaderen niet hier met hun klompen in de modder stonden, dan zagen ze dat na die groet wel. En het werkte. Het ene moment keek ik naar mijn vriendin, het volgende moment zag ik een Chinees.

Later, veel later, lopen we nogmaals over straat. En zoals wel vaker voorkomt als je op straat loopt, passeren we een groepje jongeren. Een van hen buigt voor mijn vriendin naar voren met zijn handen gevouwen. “Konnichiwaa”, zegt hij op hoge en nasale toon. De anderen lachen.

Mijn vriendin mompelt iets en kijkt naar de grond terwijl we doorlopen. Ik voel dezelfde verontwaardiging als de vorige keer. Ik moet er iets van zeggen, denk ik, dit is toch niet normaal. Hoe kunnen zij denken dat dat normaal is?! Ik kijk naar mijn vriendin. Uit haar gezicht spreekt gelatenheid. Nou ja, als zij het niet echt erg vindt… de vorige keer vond ze het toch ook niet echt erg. Het hoort er gewoon bij kennelijk…

Voor ik het weet, is het moment om er iets van te zeggen voorbij en rest mij niets anders dan ook het hoofd te buigen. Uit pure schaamte.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)