3.475
31

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Het internet brengt jou in acuut gevaar

Bekijk Brazil van Terry Gilliam, laat Big Brother even zitten

Ooit geloofden wij dat het internet vrijheid gaf. Er was immers geen centrale instantie die het kon controleren. De militaire ontwerpers die voor het eerst computers met elkaar in verbinding brachten, hadden daarvoor gezorgd. Er mocht geen centraal controlepunt bestaan dat door een vijand kon worden uitgeschakeld. Wat er ook gebeurde, wat er ook vernietigd werd, de elektronische communicatie zou altijd blijven bestaan. Vooral dankzij het World Wide Web was het internet aan de handen van de militaire ontwerpers ontsnapt.


Nu maakten onafhankelijke burgers er gebruik van zonder dat machthebbers er iets tegen konden ondernemen: het leek wel of het ideaal van de oude anarchisten op de “elektronische snelweg” was gerealiseerd: de vrijheid was maar een muisklik van je verwijderd.

Rond 2000 waren zogenaamde proxy-servers hiervan de vaandeldragers. Bedrijven en overheden mochten proberen de vrijheid van surfen in te perken, dankzij deze servers kon je hun maatregelen ook saboteren. Bij mij op de zaak waren de ITC-specialisten er bang voor dat mensen die hun email van thuis lazen virussen binnen brachten. Daarom sloten ze de toegang tot providers af. Via proxy-servers was ik ze te slim af. En – wist ik – alle Chinezen konden nu ook lezen wat zij wilden. Overheden stonden voorgoed op achterstand. Veel surfers leven nog steeds met die illusie.

Inmiddels is dat optimisme naïef gebleken. Het internet is al lang geen weg van de vrijheid meer. Het is het meest complete controlemiddel waar de mens ooit over beschikt heeft. Het vergroot de bewegingsruimte niet, het beperkt die. Het stelt bedrijven en instanties in staat de gangen van iedere computergebruiker na te gaan. Net als die van iedereen die een (smart)phone bij zich draagt. Dezer dagen werd bekend dat het niet alleen om geavanceerde spionage van buitenaf gaat, maar dat vaak genoeg de malware al in de apparatuur – van een iPad tot een USB-stick – is ingebouwd. Je mag wel uitkijken voor je iets aan je computer of je telefoon toevertrouwt.

Nogmaals: het internet is het meest complete controlemiddel waar de mens ooit over beschikt heeft. Is het ook het meest perfecte? Allerminst. De afgelopen decennia hebben we óók geleerd dat softwarebedrijven hun claims vaak genoeg niet waar kunnen maken en dat beslissers – halve digibeten als zij meestal zijn – de verkeerde keuzes maken. Automatisering brengt dan niet de beloofde efficiencyverbetering, maar creëert verwarring. Niettemin blijft het vertrouwen in de genomen besluiten en de gekozen systemen ongeschokt. Met een beetje dokteren komt het wel in orde. Daarom werken in Nederland essentiële instanties als het UWV en de politie met systemen die het eigenlijk niet echt goed doen. Misschien staat de OV-chipkaart wel model voor de ontwikkelingen op dit gebied: die functioneert wel zo’n beetje, maar hij blijft in zijn voegen kraken. En er gaat op allerlei fronten van alles mis.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het met al die controlesoftware en die geheimzinnige sleepnetten van de NSA en onze eigen AIVD beter gesteld is. Of met de afkijktechnologie van bedrijven.
Informatie raakt in het ongerede, wordt aan verkeerde personen gekoppeld. De zo geroemde algoritmes vergelijken appels met peren en komen zo tot ongefundeerde verdachtmakingen. Daarom heeft niet Orwell het schrikbeeld voor de toekomst geschetst maar Terry Gilliam, die zijn eerste roem vergaarde bij het team van Monty Python, om later een begenadigd cinematograaf te worden.

In 1985 ging zijn meesterwerk ‘Brazil’ in première. Die film heeft niets met Brazilië te maken. De titel is ontleend aan de evergreen Brazil, die in de jaren veertig van de vorige eeuw werd gecomponeerd. Gilliams maatschappij heeft de look and feel van die periode. De ambities zijn die van het internettijdperk, maar de technologie is grotendeels die van voor 1950. Alles is inefficiënt en werkt zo ongeveer. De samenleving gaat gebukt onder vrees voor terrorisme want er zijn eenlingen die zich aan het systeem weten te onttrekken en zo nu en dan bomaanslagen plegen. Daarom is er over alles en iedereen een elektronisch netwerk van controle gespannen om terreurdaden te voorkomen. Alleen: het werkt maar zo zo en juist de verkeerden worden gearresteerd. Omdat de verantwoordelijken voor de controle (het ministerie van Information Retrieval) heilig gelooft in de volmaaktheid van de technologie worden de eigen gegevens niet gewantrouwd maar de verklaringen van de gearresteerden. De systemen hebben altijd gelijk, de individuen niet.

Wij hebben daar in onze tijd als burgers stuk voor stuk op allerlei gebied ervaringen mee. Die bedreigen nog zelden onze existentie, maar zijn al vaak hinderlijk genoeg. Dat zijn geen bijverschijnselen van de elektronische surveillance en de information retrieval. Dat is de kern. Dat is ons voorland. Dat is het begin.

Als straks de nieuwjaarsfeestelijkheden achter de rug zijn, als je om de kapen van het Weense nieuwjaarsconcert en het schansspringen van Garmisch-Partenkirchen heen bent gezeild met die spijker in je kop, denk dan even na en kijk naar wat je te wachten staat: vergeet Big Brother, je bent het slachtoffer van inefficiënte controlesystemen: Brazil.

Beluister hier dit opiniestuk

Volg Han ook op Twitter.

Het nieuwste boek van Han is De Mooiste Jaren van Nederland (1950-2000)


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (31)