2.151
43

Voorzitter ROOD, jong in de SP

Lisa de Leeuw (1993) is bestuurslid van ROOD, jong in de SP en sinds 2008 lid van ROOD en de SP. Ze was eerst lokaal actief in Groningen, waar ze onder andere succesvol actievoerde met mbo-studenten voor verbeteringen op hun school. Sinds 2014 zit ze in het landelijk bestuur van ROOD. Daarnaast studeert ze sociologie en is ze haar master arbeidssociologie op dit moment aan het afronden. Kijk voor meer informatie over ROOD op rood.sp.nl.

Het is tijd voor een #FLEXIT

Uitzendbureaus en het bedrijfsleven vertellen ons dat we flexibiliteit willen, omdat zíj er belang bij hebben dat we dat geloven

Jonne is 27 jaar en opgeleid tot hovenier. Hij werkt veel voor uitzendbureaus. Werk is telkens maar voor korte duur, meestal een maand, dan zit hij weer thuis. Ook komt het voor dat hij een dag van tevoren wordt gebeld voor een klus van twee dagen en dat hij daarna weer tijden niks hoort. “Met deze onzekerheid kan ik geen toekomst opbouwen, terwijl ik dolgraag aan de slag wil.” Jonne is één van de bijna twee miljoen mensen in Nederland met een onzeker contract, ook wel flexcontract. Onzekere contracten zorgen voor grote problemen en ondertussen profiteren grote bedrijven van die onzekerheid en groeit de ongelijkheid. Wat ROOD betreft is het de hoogste tijd voor een flexit!

Veruit de grootste groep mensen in Nederland met een onzeker contract is de groep jongeren. Van alle werkende jongeren tussen de 15 en 25 jaar heeft meer dan de helft een onzeker contract. Er wordt ons vaak verteld, in televisiereclames en krantenartikelen, dat we blij moeten zijn met die flexibiliteit.

Zo kopte het Algemeen Dagblad: “Jongeren willen geen vast, maar een tijdelijk contract”. Het is belangrijk om je af te vragen: wie vertelt ons dit? Meestal zijn dit mensen of bedrijven die een direct belang hebben bij onzeker werk. Zo is het onderzoek waar het Algemeen Dagblad zijn stuk op baseerde, uitgevoerd door het uitzendbureau Young Capital. Een bureau dat zonder uitzendwerk niet kan bestaan; geen onafhankelijk onderzoek en dus moeilijk serieus te nemen. Kijken we naar ander onderzoek, niet uitgevoerd door uitzendbureaus zelf, dan zien we hele andere cijfers. Zo laat het Centraal Bureau voor Statistiek bijvoorbeeld zien dat slechts een klein deel van alle jongeren met een onzeker contract – zo’n vijftien procent – zicht heeft op vast werk, terwijl een overgrote meerderheid – zo’n tachtig procent – niets liever wil dan een vast contract. Het werkgeverssprookje dat jongeren flexibel wíllen zijn, is een grove leugen.

Dat jongeren klaar zijn met tijdelijke contracten, is begrijpelijk. Tijdelijke contracten brengen veel problemen met zich mee. Ze zorgen voor meer onzekerheid en meer stress. Daarbij zorgen ze ervoor dat je minder snel je mond opentrekt op je werk, want je loopt het risico dat je contract niet wordt verlengd. Het holt daarmee de democratie op de werkvloer uit: een tijdelijk contract zorgt ervoor dat je minder snel met je collega’s de handen ineenslaat, want onder het neoliberale kapitalisme zijn we elkaars concurrenten en ga je voor jezelf. Zo zijn jongeren nog maar zelden lid van een vakbond. Er is kortom sprake van een groeiende groep werkende mensen die in onzekerheid leeft, weinig zeggenschap heeft op de werkvloer en collectief niet vertegenwoordigd is.

Continue onzekerheid van tijdelijke contracten voelt alsof je telefoon nog maar drie procent batterij heeft terwijl je nog een halve dag moet. Daarbij komt nog dat je met een onzeker contract gemiddeld maar zestig procent verdient vergeleken met mensen met een vast contract en dat je drie keer zoveel kans hebt op werkloosheid en armoede. Op dit moment kan nog maar een kwart van de jongeren tussen 20 en 25 jaar financieel op eigen benen staan, terwijl dat iets meer dan tien jaar geleden nog bijna de helft was. Naast de onzekere kruimelbanen dalen de lonen, verdienen jongeren onder de 21 jaar door het jeugdloon maar de helft, is de studiefinanciering afgeschaft, zijn er te weinig huurwoningen, zijn de huren te hoog en is kopen vaak onmogelijk. Een toekomst opbouwen wordt haast onmogelijk, de bestaansonzekerheid groeit. Het grootkapitaal profiteert van die onzekerheid. De toekomst van jongeren wordt opgeofferd voor de winst van bedrijven. Sinds 2000 maken bedrijven bijna dubbel zoveel winst, maar werkenden krijgen steeds minder. Ook investeren bedrijven minder, maar keren ze meer winst uit aan hun aandeelhouders. Het is de ultieme en haarscherpe tegenstelling van arbeid en kapitaal. Flexibilisering betekent vaak ordinaire diefstal.

Onzeker werk wordt vaak gepresenteerd als een gegeven, een natuurwet. Maar dat is het niet. Uitzendbureaus en het bedrijfsleven vertellen ons dat we flexibiliteit willen, omdat zíj er belang bij hebben dat we dat geloven. En flexibel klinkt lekker, want niemand wil vastgeroest zijn. Daarom is het zo’n doortrapt begrip. Flexibiliseringsgeile politici hebben de arbeidsmarkt zelf zo vormgegeven, omdat ze liever hun oren laten hangen naar het grote geld dan naar de werkende mensen die de winst creëren. Onzekerheid is geen toevallige bijkomstigheid van de moderne tijd, maar een politieke keuze. Het kan anders.

Jongeren als Jonne zijn overal en we moeten de handen ineenslaan. Wij bouwen aan een beweging van jong en oud die zegt wij pikken dit niet langer. Wij eisen zekerheid en echt werk. Wij willen een huis kunnen kopen of onze huur fatsoenlijk kunnen betalen. Wij eisen onze toekomst op. Wij laten ons niet langer uitbuiten en tegen elkaar uitspelen, maar verenigen ons tegen het grote geld en de politici die zich voor hun karretje laten spannen. Zij profiteren van een onzekere arbeidsmarkt en wij zijn daar de dupe van. Tijd voor een flexit!

Dit artikel is geschreven door Sandra Beckerman: Lid wetenschappelijk bureau SP en kandidaat kamerlid plaats 6, Sadet Karabulut: SP Tweede Kamerlid, Sociale Zaken en Integratie en Lisa de Leeuw: Bestuurslid ROOD, jong in de SP en masterstudent arbeidssociologie.

Geef een reactie

Laatste reacties (43)