3.034
74

Psycholoog en adviseur

Tom Kniesmeijer is psycholoog.
Hij werkte als trainer communicatievaardigheden en raakte daarna verzeild in de reclamewereld, bij grote bureaus als BBDO, TBWA en JWT. Hij was bestuurslid voor branchevereniging VEA en ontwikkelde het innovatieplatform Re:Set.

Daarnaast was hij voorzitter van het COC Amsterdam, schreef een column in sQueeze en trad regelmatig naar voren in de media als deskundige op het terrein van maatschappelijke ontwikkelingen.

Het is wel klaar met die Canal Pride

Deze zaterdag varen voor de vijftiende keer 80 bootjes met homo’s door de Amsterdamse grachten. Thema dit jaar is 'Celebrate!' Wat mij betreft is het de laatste keer.

Canal Pride mag een publiekstrekker zijn, ik zie geen reden om hem te handhaven. Wel drie om hem op te heffen: de verrassing is eraf, de interne noodzaak is verdwenen en andere groepen kunnen de zichtbaarheid beter gebruiken.

Verleden jaar zat ik samen met vrienden een beetje landerig te kijken naar de botenparade. Op een enkele uitzondering na – ik kan me een gouden boot van de Nederlandse Bank herinneren – voer er niets voorbij waarvan we rechtop gingen zitten. De meeste boten werden bevolkt door keurig gekapte, in Abercrombie polo en G-Star jeans gestoken mannen met een glaasje rosé in de hand, die even verveeld naar ons keken als wij naar hen. De extravagantie van de beginjaren was nergens te bekennen. Creatieve vondsten als ‘Patsy en Edina’ die op een waterfiets ronddolen, sigaret en wodkafles aan de mond, zijn onmogelijk geworden door straffe regelgeving en dure vaarbewijzen. Op zijn best is Canal Pride tegenwoordig een omgekeerde parade, waarbij de brave nichten op de bootjes elkaar wijzen op de met roze boa, gek hoedje en zonnebril uitgedoste, uitzinnig zwaaiende hetero’s langs de kant.

Dat een parade saai is, hoeft geen bezwaar te zijn, zolang een maatschappelijk doel gediend wordt.  Canal Pride werd opgericht om de zichtbaarheid van homoseksualiteit binnen de Nederlandse cultuur te vergroten. Dat was hard nodig. In 1979 zongen de Village People zich naar de top van de hitparade met YMCA. Met de kennis van nu is het onvoorstelbaar, maar in die tijd werd de homoseksuele context van de als bouwvakker, Indiaan, motorrijder en cowboy uitgedoste groep niet geregistreerd. Nederland had eenvoudigweg geen referentiekader, kon zich niets voorstellen bij een ‘homoseksuele leefwereld’. Tot aan de jaren negentig was ‘de homo’ een zich vrouwelijk gedragende buitenstaander en alleen leuk als hij Albert Mol heette.

Canal Pride was een doorbraak in de beeldvorming. Nederland maakte kennis met uitbundige dansnichten, zingende travestieten, sportnichten in zwembroek, leernichten in jockstrap, televisienichten en politieke leuzen scanderende Tweede Kamernichten. Canal Pride toonde de homowereld als een cultuur op zichzelf, waarbinnen vele individuele uitingsvormen hun plek hebben.
Na het hoogtepunt tijdens de Gay Games in 1998 nam marketing het over van de inhoud. De kosten om deel te nemen stegen sterk en ‘confronterend gedrag’ als het tonen van een naakt achterwerk werd verboden. Gevolg: steeds meer commerciële boten met keurig-doordachte concepten, steeds minder spontaniteit. Dat zichtbaarheid en trots op de achtergrond zijn geraakt blijkt uit de website van de organisatie: “Amsterdam Gay Pride is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een multidisciplinair festival van internationale allure waar Amsterdam trots op kan en mag zijn. […] De honderdduizenden bezoekers, nationaal en internationaal, zorgen voor een economische impuls die moeilijk onderschat kan worden.” Canal Pride is een inkomstenbron geworden. En daarmee een loos statement, een saaie preek voor de verkeerde parochie.

In de jaren zeventig renden nichten gillend en met handtasjes zwaaiend door de Leidsestraat. Het was een demonstratie van opgekropte frustratie: “Negeer ons niet langer, ook wij eisen bestaansrecht!” Ruimte claimen binnen de cultuur is de eerste fase van het emancipatieproces. De tweede fase, de trotse zichtbaarheid, is nu ook wel doorlopen. De doelstelling is bereikt: homoseksualiteit is zichtbaar in Nederland. Celebrate! En daarna werken aan een nieuwe doelstelling en dus nieuwe activiteiten. Tijd voor de creatieve homocultuur om zichzelf te prikkelen met een fris ideaal.

Zichtbaarheid heeft zijn eigen problemen geschapen. Schuilen lukt niet meer nu zelfs iedereen in de provincie weet hoe homo’s er uitzien. Schokkende incidenten als een stel dat weggepest wordt uit een nieuwbouwwijk geven dat aan. Zoek ze op, die bastions van discriminatie en organiseer dáár een parade! Of kom met een nieuwe trotse uitdaging. Dat er homo’s zijn en dat ze er leuk uitzien weet Nederland nu wel. Ga dus niet langer verveeld op een bootje mooi staan zijn, maar bedenk, bijvoorbeeld, een activiteit die Nederland doordringt van de enorme inhoudelijke bijdrage die homo’s leveren aan de cultuur, de geschiedenis en de economie.

Ik weet dan, tot slot, nog wel een groep aan wie de Canal Pride zo overgedaan kan worden. Er is een minderheid die de laatste jaren steeds nadrukkelijker zijn bestaansrecht binnen de Nederlandse maatschappij opeist, soms met negatieve aandachttrekkerij. Misschien zijn ze ondertussen wel toe aan een tweede fase, die Marokkaans-Nederlandse jongeren. Biedt ze de expertise en de infrastructuur aan en geef ze de kans om te tonen waarop zij trots zijn. Vanuit de biculturele hoek vallen nog voldoende zichtbaarheidstatements te maken. Een boot vol vrolijke vrouwen met hoofddoekjes die zwaaien met emancipatoire Korancitaten, dat doet Nederland vast weer even rechtop zitten. Canal Pride is volbracht, leve het KusCous Festival.


Laatste publicatie van TomKniesmeijer

  • Seizoenen van de Tijdgeest

    2009


Geef een reactie

Laatste reacties (74)