564
9

Ondernemer/ Publicist

Michael Blok is geboren in 1970 in de regio Den Haag. Hij woont sinds 1988 in Amsterdam, met tussenpozen in Londen en Parijs. Hij studeerde economie en bedrijfskunde, en begon zijn carrière als zakenbankier bij Morgan Stanley. Later was hij strategieconsultant bij McKinsey, en in 2004 richtte hij met 3 collega's The Anders & Winst Company op, een adviesbureau op het gebied van duurzaam en strategisch zakendoen. Van 2007 t/m 2010 was hij voorzitter van GroenLinks in Amsterdam-Oost. Sinds begin 2011 is hij actief binnen het Platform Stop Racisme en Uitsluiting en publiceert hij regelmatig over het minderhedenonvriendelijke klimaat in Nederland.

Het lege torentje

Waar ooit een Premier zat, heerst nu vooral een moreel vacuüm

Sinds Geert Wilders zijn meldpunt voor overlast van Oost-Europeanen heeft geopend is de kritiek op premier Rutte flink aangezweld. Hem wordt verweten geen afstand te nemen van dit discriminerende en opruiende initiatief, en terecht. Maar de manier waarop Rutte wordt opgeroepen om het meldpunt te veroordelen geeft hem teveel het voordeel van de twijfel over zijn motieven. Twijfel die er niet hoeft te zijn. En voordeel dat hij niet verdient.

De kritiek op het Polenmeldpunt van de PVV komt de afgelopen dagen uit alle hoeken, zowel nationaal als internationaal. De meeste politici zijn het erover eens dat het meldpunt stigmatiserend is en tegen de Europese gedachte ingaat. Wilders speelt met vuur, want geweld tegen Polen is in Engeland al routine en in Nederland geen uitzondering. Iedereen roept dat premier Rutte afstand moet nemen van het meldpunt, maar tevergeefs.  De weigering van Rutte wordt de ene keer uitgelegd als een soort laconieke luiheid van een premier die zijn collega’s niet graag voor de voeten loopt, en de andere keer als angst om Wilders boos te maken.

Beide redenen zouden zeker een rol kunnen spelen, en zijn niet onlogisch voor iemand die een gedoogcoalitie bij elkaar moet houden. Maar andere conclusies over de weigering van Rutte liggen meer voor de hand. Want Rutte denkt anders over zijn baan en de maatschappij dan de meesten denken.

In de eerste plaats lijkt Rutte zijn eigen rol meer te zien als manager dan als symbool. En daarmee doet hij zichzelf en dit land tekort. Ook in democratieën is er behoefte aan leiders waar het volk tegenop kan kijken. Zo’n leider is de belichaming van gedeelde nationale waarden zoals saamhorigheid, vrijheid en gelijkheid. In Nederland wordt die rol natuurlijk in de eerste plaats door de koningin vervuld, maar ook de premier heeft hier zeker een belangrijke taak. Door Wilders voortdurend zijn gang te laten gaan mist Rutte de kans om zijn symbolische rol als verdediger van onze idealen te vervullen.
De reacties (of gebrek daaraan) van Rutte op de escapades van Wilders laten ook zien dat de premier een bijzonder beeld heeft van politiek fatsoen. De twee keer dat de premier reageerde op een uitspraak van Wilders was toen dit ronduit en direct beledigend was (“kopvoddentax” en “islamitische aap”). De tientallen andere keren dat Wilders uit haat geboren voorstellen deed, reageerde Rutte niet. Wel noemde Rutte Wilders en zijn volgelingen “aardige mensen” en een “normale partij”. Klaarblijkelijk heeft onze premier een sterke mening over de keurige stijl waarmee politici met elkaar moeten omgaan, maar niet over de inhoudelijke grenzen van debat in een multi-etnische maatschappij waar rechts geweld dreigt.

Het wordt ook steeds moeilijker te doen alsof premier Rutte het 100 procent oneens is met Wilders. De VVD heeft in de afgelopen jaren inhoudelijk gedag gezegd tegen het liberalisme. Het verkiezingsprogramma uit 2010 staat bol van de flauwe beschuldigingen tegen migranten en moslims. Rutte laat kans op kans liggen om te laten zien dat hij zich verantwoordelijk voelt voor etnische minderheden. De bepaalde niet rechtstatelijke coalitie met een anti-democratische beweging vereist extreem pragmatisme of extreme denkbeelden, en het lijkt steeds meer op het tweede. Door te doen alsof Rutte een goedbedoelende politicus is krijgen zowel VVD als regering teveel speelruimte voor ongezond beleid, en wordt het abnormale normaal.

Aan de top van de Nederlandse politiek heerst momenteel een moreel vacuüm. Daarmee doen we onszelf tekort. Het lijkt er de afgelopen maanden op dat de speelruimte voor Wilders om moslimpje te pesten kleiner is geworden. Het is te hopen dat zo’n kentering er ook gauw komt voor de speelruimte voor Rutte. Want zijn houding en keuzes schaden niet alleen het aanzien van dit land. Erger nog (in de woorden van Van Randwijk): het licht is een beetje aan het doven in Nederland.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)