509
7

Blogger

Ik ben een 27 jarige Rotterdammer, niet afgestudeerd en geen opleiding volgend op het moment. Ik ben gestopt met studeren, omdat ik mij volledig wilde richten op het schrijven. Ik ben zeer geïnteresseerd in het maatschappelijk debat en volg dit al jaren op de voet en geloof dat wij, als wij willen, ook daadwerkelijk iets kunnen veranderen. Een beetje naïef dus ook.

Het ministerie van schimmigheid

Justitie duikt weg voor vragen over minderjarige informanten

Dat bij de bestrijding van criminaliteit en met name aan de kant van de opsporing soms een ‘paardenmiddel’ ingezet wordt om zware criminelen voor het gerecht te krijgen is geen nieuws meer. Er zijn tal van middelen die ingezet worden voor de opsporing, van het tappen van telefoons en observeren van verdachten tot het inzetten van kroongetuigen. Zolang dit alles volgens de regels gaat zal niemand hierover klagen. Althans, bijna niemand.

In de opsporing mag meer openheid komen, in ieder geval in de richting van het parlement. Zo weigert staatssecretaris Teeven (Justitie) op Kamervragen van Arjan el Fassed (GroenLinks) openheid te geven over het aftapgedrag van politie en het OM bij sociale media. Staatssecretaris Teeven geeft ook niet thuis wanneer een lid van het parlement de overheid wenst te controleren. Plak er het etiket ‘staatsbelang’ op en je hebt als staatssecretaris kennelijk vrij spel.

Het is niet het enige waar het ministerie van Veiligheid en Justitie schimmig over is, want over de inzet van minderjarige/jeugdige/jonge informanten door de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) is allerminst duidelijk hoe zij ingezet worden, hoe vaak zij ingezet worden, hoeveel minderjarige/jeugdige/jonge informanten ingezet worden en hoe het hen vergaat. Op vragen van Jeroen Recourt (PvdA) zegt minister Opstelten (antwoord op vraag 4):

Er is geen landelijke statistische informatie beschikbaar. Het vorenstaande, en met name het gehanteerde uitgangspunt <<nee, tenzij>>, leidt ertoe dat minderjarigen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden ingezet, indien sprake is van zeer ernstige misdrijven.

In de beantwoording op Kamervragen van- en aan de heer Recourt door de minister, geeft de minister tevens aan dat de inzet van minderjarige soms nodig is. Bijvoorbeeld als het gaat om misdrijven die gepleegd zijn door gewelddadige jeugdbendes en de ingang tot informatie alleen bij minderjarige ligt. Tegelijkertijd zegt de minister (antwoord op vraag 2 en 3):

[…..] Deze werkwijze houdt onder meer in dat een minderjarige niet wordt benaderd zonder voorafgaande toestemming van de CIE-officier van Justitie en dat het moet gaan om een minderjarige waarvan kan worden vastgesteld dat hij zich in het maatschappelijk verkeer vrijwel gedraagt als een volwassene.

Als het niet ergens over zou gaan, zou je zo’n antwoord voor lief nemen en over gaan tot de orde van de dag. (Maar ik weet dat Jeroen Recourt hier bovenop zit). Hoe stel je namelijk vast dat iemand zich in het maatschappelijk verkeer vrijwel gedraagt als een volwassene? Zeker als het gaat om een minderjarige. Wat het informantschap psychisch met minderjarige/jeudige/jongere doet blijft ook een groot vraagteken. Het ministerie van V&J zwijgt hierover en het OM geeft slechts aan dat mijn vragen hierover niet beantwoord kunnen worden, omdat in beginsel geen gebruik wordt gemaakt van minderjarige informanten. Hoe lang informanten gemiddeld informant zijn is eveneens een vraag waarop niemand antwoord geeft. Begrijpelijk ook als je hier niets over bij wenst te houden.

Het gebrek aan aandacht voor dit onderwerp heeft ook een andere reden in mijn optiek, informanten dienen namelijk niet te spreken met wie dan ook over hun informantschap omwille van hun eigen veiligheid. De enkele geanonimiseerde verhalen hierover hoeven doorgaans niet op heel veel aandacht te rekenen, uitzonderingen daargelaten. Het is geen sexy onderwerp, het behoeft geen aandacht. Zo lijkt het.

Er is nauwelijks tot niets bekend over de zorg over informanten. Niet of zij gevaar lopen, omdat ze informatie door spelen. Niet of zij kampen met psychische problemen na verloop van tijd wat te herleiden is naar hun periode als informant. We hebben geen flauw idee of informanten (het gaat voor alle duidelijkheid over minderjarige/jeugdige/jonge informanten en niet over kroongetuige als Peter la S. of CIE-informanten als wijlen de heer Endstra) door hun informantschap op den duur in een sociaal isolement geraken. We hebben geen flauw idee over hoe zij zich op maatschappelijk vlak ontwikkelen en hoe en vooral of de overheid zorg draagt voor deze mensen die zich inzetten (tegen wil en dank misschien) voor een veiligere maatschappij.

Ik vrees dat de overheid noch zorg draagt voor informanten/ex-informanten, noch de behoefte heeft haar verantwoordelijkheid te nemen voor de zorg over deze kwetsbare groep informanten. Openheid hierover lijkt uit den boze, geen gegevens hierover bijhouden vergemakkelijkt het voor de minister en de staatssecretaris om weg te duiken als ze aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid voor deze groep.

Volg Karim Khaoiri ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (7)