6.354
14

Cultureel ondernemer

Rachid Benhammou is cultureel ondernemer,freelance verslaggever en festivalorganisator. Na zes jaar gewerkt te hebben als muziek en theaterprogrammeur voor een Rotterdams theater, is hij aan een nieuw avontuur begonnen, waarin hij ook columns over niet-alledaagse zaken schrijft.

Het moeizame gevecht voor verandering in Marokko

Ondanks de beloofde hervormingen, die de nieuwe koning aankondigde na zijn aantreden in 1999, leeft het gevoel van onderdrukking, verwaarlozing en vernedering nog steeds bij een groot deel van de mensen in het Rifgebied

In februari 2011 brak, in een aantal landen, de Arabische lente uit. Ook in Marokko waren er protesten en spanningen. Het was in het hele land onrustig, maar vooral in het Rifgebied (Noord-Marokko) was de woede groot. Op de eerste dag van de demonstraties, op 20 februari, gingen duizenden mensen de straat op voor meer rechten en vrijheden en tegen de corruptie in het land. Vanaf dag een (20 februari) werden demonstranten geslagen, geïntimideerd en gearresteerd. Verkoolde lichamen van vijf jongeren werden aangetroffen in een bankgebouw in Al Hoceima. Tot op heden zijn de daders nog steeds niet opgepakt. Veel mensen raakten tijdens de demonstraties gewond, anderen werden gearresteerd, waarvan sommigen, nu zes jaar later, nog steeds vast zitten.

De dood van een visverkoper
Vorige week gingen in verschillende Europese landen als Noorwegen, Spanje, Duitsland, Frankrijk en België mensen de straat op om te protesteren tegen sociale ongelijkheid en machtsmisbruik in Noord-Marokko. Zo verzamelden zich in totaal zo’n 3000 demonstranten in verschillende Europese steden. Ook in Den Haag demonstreerde men bij de Marokkaanse ambassade. Ongeveer 80 procent van de Nederlandse Marokkanen komt uit het Rifgebied. Directe aanleiding van de huidige onrust in Noord-Marokko is de dood van Mohsin Fikri. Eind oktober kwam de visverkoper in Al Hoceima op een lugubere wijze om het leven in een vuilniswagen. Dat heeft kort daarna geleid tot een storm aan protesten in en buiten Marokko. Daarbij eist men dat er verandering komt in Marokko. Veel (jonge) Marokkanen zijn het gebrek aan toekomstperspectief, het gebrek aan goede zorg, werk, onderwijs, huisvesting en het ontbreken van het zelfbeschikkingsrecht zat.

Even terug in de tijd
De verhoudingen tussen Noord-Marokko (het Rifgebied) en het centrale gezag in Rabat, zijn, sinds de onafhankelijkheid van Marokko in 1956, op z’n minst niet mals te noemen. De spanningen hebben in de afgelopen decennia geleid tot een aantal heftige confrontaties, waarvan de opstanden van 1958 en 1984 het bloedigst waren.

In 1958 stuurde het centrale gezag tweederde deel van het Marokkaanse leger, inclusief tanks en gevechtsvliegtuigen, op het Rifgebied af, als antwoord op de opstandelingen die werk en vrijheid eisten. Sinds deze bloedige opstand in 1958, ook wel ‘het jaar van de legerhelmen’ genoemd, staat het Rifgebied tot de dag van vandaag onder militaire controle. De Riffijnen zien deze belegering als wraak op het revolutionaire gedachtegoed van hun icoon Abdelkrim el Khattabi die tot zijn dood kritisch was op het beleid van het Marokkaanse koningshuis en de elite, en in de jaren ’20 de Riffijnse Republiek stichtte. Tijdens deze opstand werden vele Riffijnen gedood. Vrouwen en kinderen werden door soldaten verkracht en vernederd. Voor wie de pijnpunten rondom de Riffijnse kwestie wil begrijpen, is de documentaire Briser le Silence’, een aanrader. Hierin worden emotionele getuigenissen van overlevenden getoond en de gruwelijkheden van 1958 en 1959 aangekaart.

In de jaren ’60 kwamen veel Marokkanen uit het Rifgebied naar Europa in het kader van arbeidsmigratie. Wat veel mensen niet weten is dat het hier niet enkel ging om arbeidsmigratie, maar dat velen ook gevlucht zijn voor de onderdrukking van het regime. Daarnaast was het beleid van het centrale gezag in Rabat om zoveel mogelijk Riffijnen ‘te helpen’ om in Europa te geraken. Hiermee hopende om voorgoed van het gedachtegoed van El Khattabi af te komen. Die strategie werkte. Het Rifgebied raakte leeg. Maar het erfgoed van El Khattabi bleef. Tijdens de opstand van januari 1984, vielen honderden slachtoffers in verschillende steden. De militarisatie van het gebied nam nog verder toe en velen vluchtten naar Europa. Vele anderen zijn achter tralies gezet of zijn gewoonweg ‘verdwenen’.

De situatie nu
Ondanks de beloofde hervormingen, die de nieuwe koning aankondigde na zijn aantreden in 1999, leeft het gevoel van onderdrukking, verwaarlozing en vernedering nog steeds bij een groot deel van de mensen in het Rifgebied. Er is de afgelopen jaren wel aan de infrastructuur gewerkt door hier en daar een weg aan te leggen. Ook hebben vrouwen meer rechten gekregen, al is dat proces vastgelopen, door toedoen van fundamentalisten, en is het Tamazight in de grondwet opgenomen als officiële taal, naast het Arabisch en Frans. Maar voor de betogers zijn er nog duizend en één redenen om de straat op te gaan.

De mensen waarderen de kleine stapjes in vooruitgang wel, maar vinden het niet genoeg en eisen werkgelegenheid, goede gezondheidszorg en een einde aan corruptie en machtsmisbruik. Het hoogtepunt werd bereikt na de dood van visboer Mohsin Fikri, in oktober 2016.

Zafzafi
Vanaf de dood van Fikri, kent de volksbeweging in het Rifgebied een woordvoerder; Nasser Zafzafi. De charismatische activist geeft zelf van begin af aan heel duidelijk aan dat hij geen leider van de protesten is. De demonstraties worden gedragen door het volk, aldus Zafzafi. Desalniettemin, wordt Zafzafi door vele Riffijnen gerespecteerd en heeft men het volste vertrouwen in hem. In live blogs spreekt Zafzafi onophoudelijk over het onrecht en het leed die volgens velen, het centrale gezag doelbewust de mensen in het Rifgebied aandoet.

Op dit moment krioelt het in Al Hoceima en omgeving van de militairen. De afgelopen weken werden steeds meer ordetroepen naar het gebied gestuurd. Maar de demonstranten zijn vastberaden om door te gaan met vreedzame acties en protesten. Totdat de regering serieus wil luisteren naar de eisen. Zoals de bouw van een oncologisch centrum, aangezien kanker de meest voorkomende ziekte is waar de Riffijnen aan overlijden (dit is het gevolg van de bombardementen met mosterdgas, uitgevoerd door de Spanjaarden en Fransen in de jaren ‘20, onder toeziend oog van het centrale gezag). Evenals een modern regionaal ziekenhuis, een universiteit met diverse faculteiten, werkgelegenheid voor jonge werklozen en gratis onderwijs.

Hoe nu verder?
De toekomst is onzeker. Vorige week was de onderminister van Binnenlandse Zaken in het gebied om te onderhandelen met de volksbeweging. Echter, de volksbeweging, die meteen na de dood van de visverkoper al een dialoog had aangevraagd, heeft nu verklaard dat zij graag om de tafel wil zitten, maar wel onder een aantal voorwaarden. De belangrijkste twee voorwaarden zijn: de onmiddellijke demilitarisering van het Rifgebied en het vrijlaten van politieke gevangenen.

Wordt er niet aan de voorwaarden van de volksbeweging voldaan, dan zullen de protesten doorgaan. In dat geval zal er dan weinig veranderen. Behalve dat wellicht nóg meer jongeren hun heil elders gaan zoeken; waarschijnlijk in Europa.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)