5.806
52

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Het mooiste kerstlied van de hele wereld

'Hoe leit dit kindeke' weerspiegelt een barre werkelijkheid, maar biedt tegelijkertijd hoop op verlossing, op warmte, op een beetje geluk

De hele wereld zingt ‘Stille Nacht’, maar wij in het Nederlandse taalgebied hebben iets veel beters. ‘Hoe leit dit Kindeken hier in de kou’ is het mooiste kerstlied van de hele wereld. En het kan bijna niet anders of die oude voorvechter van de Vlaamse zaak pastoor Jan Bols moet dat ook gedacht hebben, toen hij de tekst aantrof in een oud Aarschots handschrift. Hij maakte een gemoderniseerde transcriptie en nam het op in zijn beroemde bundel ‘Honderd oude Vlaamsche liederen met woorden en zangwijzen’. Elk woord snijdt dwars door je ziel. Altijd weer. Dat is al eeuwen zo.

Hoe leit dit Kindeken hier in de kou
.

Ziet eens hoe alle zijn ledekens beven


Ziet eens hoe dat het weent en krijt van rouw


Na, na, na, na, na, na, Kindeken teer


Ei, zwijgt toch stil, sus, sus, en krijt niet meer
Sa, ras dan, herderkens, komt naar de stal


Speelt een zoet liedeken voor dit teer lammeken


Mij dunkt dat het nu wel haast slapen zal

Na, na, na, na, na, na, Kindeken teer


Ei, zwijgt toch stil, sus, sus, en krijt niet meer
En gij, o engeltjes, komt hier ook bij


Zingt een motetteken voor uwen

Koning
Wilt Hem vermaken door uw melodij


Na, na, na, na, na, na, Kindeken teer


Ei, zwijgt toch stil, sus, sus, en krijt niet meer

De oorsprong van ‘Hoe leit dit kindeke’ verliest zich in de mist der tijden. De eerste geschreven versie staat bij mijn weten niet in het Aarschotse manuscript dat pastoor Bols vond, maar in een Duitse bundel uit 1650, het Wettener Liederhandschrift. Ook hier is duidelijk dat de woorden zijn gedicteerd of overgeschreven. De alleroorspronkelijkste versie van ‘Hoe leit dit kindeke’ moet veel ouder zijn minstens dateren uit de late middeleeuwen. Het motetteken uit de laatste strofe wijst daarop: een motet is een vorm van meerstemmige koorzang die in de dertiende eeuw overal in de westerse christenheid opgang maakte.

Meer nog wijst de aard van het lied op een hoge leeftijd. Middeleeuwers waren in staat alles tegelijk concreet en symbolisch te bezien. De kou die je bijkans in je botten voelt, als je zingt ‘en krijt niet meer’, staat voor het lijden en de kruisdood van Jezus, waarmee hij alle mensen zal bevrijden en verlossen. En tegelijkertijd hoe dit kind, dit Lam Gods het kwaad zal overwinnen, want kou en kwaad waren voor de middeleeuwers bijna synoniem. De winter was een gevaar waartegen de mensen zich moeilijk konden verdedigen. In de eerste decennia van de vijftiende eeuw vond ook nog eens een daling plaats van de gemiddelde temperatuur met een graad of twee. De gevolgen waren zo drastisch dat moderne klimaatdeskundigen spreken van de ‘kleine ijstijd’. De temperatuurdaling veroorzaakte lange en strenge winters. Dat hield aan tot de negentiende eeuw, toen de temperatuur weer begon te stijgen.

De kou drong overal door, tot in de paleizen van adel en koningen. Je kon er alleen een open haard tegen inzetten, die in onze contreien vooral met turf gestookt werd. En dikke kleding natuurlijk. Niet voor niets verwijst de uitdrukking ‘er warmpjes bij zitten’ naar rijkdom. Gewone mensen koesterden een heilige angst voor koning Winter, van wie men uit ijs en sneeuw poppen maakte om hem te bezweren. Wie om welke reden dan ook zijn vuur uit liet gaan – door ziekte, door gebrek, meestal door een combinatie, liep het gevaar te dood te vriezen. En dat niet alleen. Gedurende de winter liepen de prijzen van voedsel op en als de vorst te lang aanhield, werd het te duur voor de gemene man. Groente verdween van het toneel. Wat over bleef waren granen, sommige peulvruchten, worsten, gezouten vlees. Na een paar maanden heerste een acuut vitaminegebrek, dat snel kon omslaan in de gevreesde scheurbuik. Daardoor werden de mensen snel vatbaar voor tal van ziektes, die ze – verzwakt als ze waren – naar het graf sleepten. De winter was gevaarlijk de winter was de dood. De winter moest bezworen worden.

Des  te meer verlangden de mensen naar het kerstfeest, dat strijk en zet in de bittere kou gevierd werd. De mensen hadden nog een maand of drie vier te gaan, voor een waterige en naar ons gevoel koude lente verlossing bood. Het kerstfeest ging om die verlossing: van de kou en van de zonde door het offer van Jezus Christus, de verlosser. Zo kwamen de concrete werkelijkheid en de symboliek opnieuw bij elkaar. En reken maar dat je het overal hoorde in de stadjes en de dorpen, op de schamele bedoeninkjes van de horigen, kindekens, die krijten van kou. Het was de dagelijkse werkelijkheid. Het wordt allemaal extra schrijnend als we tot ons door laten dringen wat er gedaan wordt om het kindeken teer te troosten. Worden er extra dekens in zijn kribbe gelegd? Stoken Maria en Jozef het vuur hoog op? Het enige wat ze kunnen doen is troosten, wiegen, een liedje zingen. Want turf, en warme kleding moest je maar kunnen betalen. ‘Hoe leit dit kindeke’ weerspiegelt een barre werkelijkheid, maar biedt tegelijkertijd hoop op verlossing, op warmte, op een beetje geluk.

Wij denken niet meer als middeleeuwers. Wij worden niet meer geconfronteerd met de gevaren die hun leven bedreigen, of we moeten onze bevroren wissels daarvoor aanzien.

Toch heeft ‘Hoe leit dit kindeke’ ook voor ons zijn emotionele zeggingskracht behouden. Dat komt omdat de anonieme tekstdichter zijn hele leven en zijn hele kijk op de wereld erin wist te leggen. En misschien lag zijn eigen kleintje wel te rillen in de vrieskou van de kleine ijstijd, zat hij eerst te neuriën, voor de woorden kwamen, terwijl buiten de wind huilde om de strooien daken. Ondanks dat, ondanks al  die ellende gaf hij ons dat prachtige geschenk: het mooiste kerstlied van de hele wereld.

NB. De kennis van zaken over koning winter en klimaat in deze bijdrage komen uit het prachtige boek van prof. Dr. Herman Pleij, ‘De sneeuwpoppen van 1511’. Literatuur en stadscultuur tussen middeleeuwen en moderne tijd. De ondertitel klinkt geleerd maar het is een prachtig boek. Echt iets om je even mee terug te trekken uit het feestgewoel. Koop dat boek of kruip anders achter je PC, want de tekst staat in zijn geheel online.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Bruid van de Maas

    Rotterdam van de prehistorie tot nu

    maart 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (52)