756
30

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Het neoliberalisme: we zijn meer waard dan dat

Over het Europa van vroeger en hedendaagse jongeren die kritiek leveren op het geschoeide kapitalisme

cc foto: Nicolas Vigier
cc foto: Nicolas Vigier

Voor de jongere generaties is de dreiging van sociale neergang reëler dan het voor hun ouders was. Angstbeelden zweven hen voor de geest: werkloosheid, de gevolgen van te hoge schuldenlasten, horden daklozen, thuislozen. Laten we het eens over laatstgenoemden hebben, daklozen, thuislozen – kille woorden die niets dan negatiefs uitdrukken, die mensen typeren door te wijzen op wat ze niet hebben (een dak, een thuis).

We zijn mijlenver van de romantische idealisering van de mens die uit de boot van de burgerlijke samenleving is gevallen. De landloper, zwerver, vagebond, clochard met zijn geheim en met zijn stille fierheid. Een thema dat wijdverbreid was in onze westerse literatuur. Denk bijvoorbeeld aan het beroemde kinderboek ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot (oorspronkelijke titel: Sans familie).

De landloper heet Vitalis, hij trekt door heel Frankrijk, met zijn aapje en zijn hondjes die hij op lokale markten kunstjes laat opvoeren. Hij is schuw, zwijgzaam. De jonge Rémi, die hij onder zijn hoede neemt, ontdekt in hem een wijze, nobele figuur. Tenslotte wordt het geheim ontsluierd: hij was een gevierde operazanger die op een kwade dag zijn stem verloor en die zich daarvoor dusdanig schaamde dat hij alles vaarwel zei.

De edele zwerver. We zijn deze figuur uit het oog verloren. Nu zijn mensen die aan lagerwal zijn geraakt ‘losers’. Dertig jaar lang neoliberale hersenspoeling heeft zijn zure vruchten afgeworpen. Wie het aflegt in de concurrentiestrijd binnen het zogenaamd vrije marktsysteem is een zielig figuur, en daarmee is alles gezegd.

Volgens de Franse econoom en socioloog Frederic Lordon onderscheidt het neoliberalisme zich van het klassieke liberalisme onder andere doordat dat de priesters van het neoliberalisme ons voorhouden dat (betaalde) arbeid de mensen in staat stelt zichzelf als volwaardig mens te realiseren. En wanneer je erin slaagt je via deze weg daadwerkelijk te realiseren, ben je een ‘winner’.

Je bent dus niet zozeer een ‘winner’ wanneer je je bankrekening flink weet te spekken, je bent een ‘winner’ wanneer je binnen de aangegeven kaders van het huidige systeem je als mens volop ontplooit. Het geld is alleen maar een bewijs van je succes, en een beloning ervoor. Het perspectief van een maatschappelijke neergang is daarom dubbel beangstigend, het betreft niet alleen je materiële of sociale situatie, het betreft je menselijke waarde. Een ‘loser’ is niets. Een stille fierheid is uitgesloten, je bent zelf verantwoordelijk voor je malheur. Erger, je hebt je als mens niet gerealiseerd.

Nuit Debout
De Franse jongeren die de protestbeweging ‘Nuit Debout’ zijn begonnen, en die sinds de massale staking van 31 maart jl. ’s nachts de Place de la République in Parijs bezetten, gaat het om meer dan alleen een touwtrekken met de regering inzake de voorgenomen hervorming van de arbeidswet. De beweging is heterogeen, ongestructureerd, vloeiend, toch kan het geen toeval zijn dat voor de eerste bezettingsnacht nu juist Frédéric Lordon werd gevraagd een toespraak te houden.

Wat de jongeren van ‘Nuit Debout’ bezig houdt is een fundamentele kritiek op het op neoliberale leest geschoeide kapitalisme en op de ideologische grondslagen ervan. Deze jongerenbeweging begon in feite eerder dit jaar. Het was de film ‘Merci Patron’ van François Ruffin (die in februari uitkwam) die een groep jongeren ertoe bracht in actie te komen. Hun actie bestond uit het op touw zetten van een virtueel netwerk: aan jongeren wordt gevraagd YouTube filmpjes te maken waarin ze getuigen van hun problemen bij het zoeken naar een baan, van wantoestanden op hun werk, en meer in het algemeen van hun gevoel van constant vernederd te worden.

Deze filmpjes worden vervolgens ingezameld, waarna ze via Facebook, Twitter enz. worden verspreid. Het netwerk heet ‘On vaut mieux que ça’ (vert. ‘We zijn meer waard dan dat’). De grote vakbondenstaking van 31 maart, die tussen de 400.000 en 1 miljoen mensen op de been bracht, was een goede gelegenheid om de actie onder het voetlicht te brengen.

Natuurlijk zijn ook de jongeren tegen de maatregelen die de regering via de hervorming van de arbeidswet door wil drukken (flexibilisering van de arbeidstijden, verlichting van sociale ‘lasten’, minder obstakels voor de werkgever in geval van ontslag), maar wat hen ten diepste voor ogen staat is een andere samenleving.

Een andere samenleving
In de mainstream media worden ze veelal bespot en belachelijk gemaakt. Zestigers die ‘hun ’68 hebben gedaan’ (letterlijke vertaling van een gangbare Franse uitdrukking: ‘ils ont fait leur ‘68’) zijn daarbij soms het felst. Ze worden aan hun eigen idealen herinnerd, van de tijd dat ze zelf de straat opgingen (1968), en aan hun capitulatie: ze hebben zich door de stoomwals van het neoliberalisme laten platdrukken, en ze hebben daar zelfs wel bij gevaren.

Het grote verwijt: gebrek aan realisme, mooie maar wazige wensdromen… Laat ze foeteren! De jongeren hebben begrepen dat ze voor zichzelf moeten opkomen, want anderen doen dat niet voor hen. Ze zijn opgegroeid in de tijd van het zegevierend extreem-liberalisme, ze doorzien het feilloos. Ze laten zich niet door de fabeltjes van de priesters van het systeem in de luren leggen: nee, je realiseert jezelf niet door je werk – want veel werk is rotwerk, want het werk is bijzonder onstabiel geworden, want de omstandigheden op het werk gaan er hollend op achteruit.

En zelfs wanneer het werk bevredigt, dan maakt dat van jou nog geen ‘winner’, want dat zou willen zeggen dat anderen ‘losers’ zijn. Erger dan het groeiende verschil tussen rijk en arm (en dat is al kwalijk genoeg) is deze opsplitsing van de samenleving in ‘winners’ en ‘losers’, want het gaat hier om het ‘zijn’, om de essentiële waarde van mensen. Dit is waar de jongeren van ‘Nuit Debout’ zich tegen kanten.

Genealogie van een beeldvorming
Om terug te komen op het oude motief van de landloper-met-een-mooi-en-treurig-verleden, de edele vagebond, de zwerver-filosoof. Het is misschien interessant om eens na te gaan waar het vandaan komt. In Amerika heeft dit motief nooit veel opgang gemaakt. Het valt vooral in televisieseries op, aan lagerwal geraakte mensen worden vaak zo voorgesteld dat je bij het zien van hen en van hun leefwereld een lichte walging ondervindt. Beeldvorming! Bij ons was dat tot voor kort anders. Dat komt omdat onze geschiedenis verder terug reikt dan die van Amerika.

Amerika was vanaf het begin een meritocratie. Je krijgt wat je verdient, dus als je niets hebt, heb je ook niets verdiend. Je bent zelf verantwoordelijk voor je succes, heb je geen succes, dan ligt dat aan jezelf. Loser! Bij ons, in Europa, hadden we monarchieën, aristocratieën. Dit maakte dat we anders dachten. Een koning, een edelman ben je door je geboorte, niet dankzij je verdienste. Hierdoor werd in onze voorstelling de vorst, de edelman met de glans omgeven van alles wat ver en onbereikbaar is. Nu is het natuurlijk zo dat sommige mensen door hun manier van in het leven staan op zichzelf al iets geheimzinnigs hebben, denkers, kunstenaars, heiligen. Dit maakte dat men geneigd was hen in de verbeelding met vorsten en edelen gelijk te stellen.

Men had het over adel van de geest, zielenadel. En net zomin als je het door verdienste kunt verkrijgen, kan dit adeldom je worden afgenomen. Ook niet wanneer je uiterlijk niet meer in staat bent je stand op te houden, je aan lagerwal bent geraakt, je de straat op moet. Een personage die in de Engelse literatuur een grote rol speelde, was ‘bonnie prince Charles’, de kleinzoon van koning Jacobus II van Engeland, die door zijn zuster en zwager, onze Willem III, van de troon was gestoten.

Schrijvers als Walter Scott en Robert Louis Stevenson maakten van hem een ronddolende ridderfiguur, laatste representant van een voorbije wereld waarin zulke waarden als trouw, onvoorwaardelijk vriendschap en eergevoel nog hoog in het vaandel werden gevoerd, in een tijdperk van oprukkend mercantiel, burgerlijk denken en handelen. Denk aan ‘Prins en bedelknaap’, van de Amerikaan (ja toch!) Mark Twain. Over een koningszoon die voor bedelknaap wordt aangezien, maar die zelfs in de meest benarde omstandigheden iets edel vorstelijks blijft uitstralen. Begrijp me goed, het gaat hier niet om een nostalgisch teruggrijpen op feodale tijden alsof het toen beter zou zijn geweest (dat is natuurlijk onzin), het gaat om de beschavende, beeldvormende werking van een literair motief.

Franse pleinen
Franse pleinen, straten in Parijs, bruggen over de Seine – wie is die zwerver in vodden en met ongewassen haar die daar op de kade op een stuk karton zit, diep in gedachten verzonken? Een clochard? Hij heeft een intelligent gezicht. In Frankrijk een oud motief: de clochard-filosoof. We zijn er weer: hij is uit de boot gevallen, maar er is iets met hem, hij heeft een verhaal, een mooi verhaal, een geheim… Een ‘loser’? Beslist niet! Een motief dat voorkomt in Franse chansons.


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 fragmenten

    met een voorwoord van Nelleke Noordervliet

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (30)