2.541
190

Journalist

Abdelkarim El-Fassi (1985) studeert Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam en is naast filmmaker, columnist voor KRO Hemelbestormers en vaste schrijver voor wijblijvenhier.nl

Het niqaabverbod, een zorgwekkende ontwikkeling

Waarom dat wetsvoorstel er toch is gekomen, is omdat we al jaren gegijzeld worden door een onzuiver discours – dat gebaseerd is op buitenlandse associaties – en kant noch wal raakt met de realiteit waar u en ik deel van uitmaken

In het geval van de ‘boerka’ is er zonder grote politieke en maatschappelijke weerstand ingestemd met het verbod. De associaties met dit kledingstuk zijn namelijk ingeburgerd en vastgenageld; vastgeroest door herhalingen en bevestigingen. Dé boerka en alles wat daarbij hoort, is, als we Sarkozy, Wilders en vele anderen mogen geloven, de ultieme vijand van onze ‘superieure’ beschaving.



Universele waarheid


Even voorop stellen. Ik heb hier niet de intentie om de achtergestelde positie van moslimvrouwen binnen bepaalde kringen te bagatelliseren, noch moedig ik het dragen van een dergelijk kledingstuk aan. In tegenstelling tot het gezelschap politici en opiniemakers dat een onlosmakelijk verband ziet tussen de lichaamsbedekking en onderdrukking, dient dit betoog louter om deze aanname, die in vele gelederen tot universele waarheid is verheven, te betwisten. Om de situatie in Nederland helder te begrijpen dienen we ons niet blind te staren op agressieve praktijken in landen als Afghanistan en Saudi-Arabië. We leven in Nederland, waar sprake is van een Nederlandse islambeleving én Nederlandse maatstaven gehanteerd dienen te worden.

Selectieve vergelijkingen met het buitenland

Politici en opiniemakers die voor een verbod zijn verwijzen maar al te makkelijk naar andere contexten als Saudi-Arabië, Iran en Afghanistan. Carel Brendel bijvoorbeeld, schuwt niet om in zijn artikel de loze argumenten tegen het niqaabverbod met termen als religieuze milities, wandelende gevangenissen, zuur, stokslagen en Taliban te strooien. Ik vraag me dan af: Wat hebben deze praktijken met de Nederlandse situatie te maken? Bestaat er een correlatie tussen een kledingstuk en zuur? Is er sprake van een religieuze militie in Nederland? Heeft de Taliban nu ook vlakbij mijn geliefde Vlissingen een kantoor geopend? Moeten we ons zorgen maken? Is die vorm van islamisering reeds in Nederland aangespoeld? Neen. Wat dan? Wat is de functie van misdadige buitenlandse praktijken vermelden in een betoog dat over een Nederlandse aangelegenheid gaat? Hebben we dit beeld van de Ander, van de ‘oriëntaal’, nodig om de eigen identiteit te definiëren. Of is het slechts bangmakerij?

Appels met peren

Want als we dan toch bezig zijn om selectief buitenlandse uitingen toe te passen op poldersituaties en daar wetgeving op te baseren: Waarom worden de orthodoxe Joodse ‘Talibanvrouwen’, die volgens dit artikel vrijwillig voor de ‘wandelende gevangenis’ kiezen, nergens genoemd door het schrijversensemble? Of het ‘niqaabgedrag’ van de vrouwen in Qatar? In de drie maanden dat ik hier nu woon, heb ik talloze vrouwen in niqaab ontmoet die volledig in de samenleving participeren én zelfs ‘typische’ mannenfuncties bekleden. Ze zijn mondig, succesvol, rijden in mooie bolides en hebben vanwege het tekort aan vrouwen, de mannen voor het uitkiezen. De niqaab heeft hier vooral een culturele functie en wordt vooral gebruikt om hun nationale ‘Qatari’ identiteit uit te dragen. Dat is hun recht, maar zeker geen verplichting. Ook deze situatie zie ik vrijwel nergens terugkomen in de artikelen voor het niqaabverbod. En dat neem ik niemand kwalijk. Want zowel de situaties in Qatar, Israël, Afghanistan als Saoedi-Arabië – waar sprake is van andere maatschappelijke contexten – zeggen niets over Nederland. Het blijft uiteindelijk, in beide gevallen, hoe je het ook wendt of keert, appels met peren vergelijken.

De diepe donkere bureaula

Want wat weten we nou eigenlijk van de Nederlandse situatie af? Wie zijn die vrouwen nou eigenlijk en heeft iemand ooit de moeite genomen om met ze te praten? Weinigen horen de meningen van deze vrouwen aan, hoofdzakelijk vanwege het feit dat die getuigenissen niet stroken met wat we in Nederland graag willen horen. Annelies Moors, antropologe en arabiste, deed in 2009 een onderzoek naar het debat over de gezichtssluier. Dit onderzoek, getiteld ‘Gezichtssluier: Draagsters en debatten’ is in opdracht van de regering uitgevoerd, maar vanwege de ‘tegenvallende’ conclusies in een diepe, donkere bureaula beland. De uitkomsten druisen namelijk in tegen bijna alle bestaande aannames. Het is daarom zeker de moeite waard om dieper in te gaan op de meest relevante bevindingen:

– De meeste vrouwen die een gezichtssluier dragen doen dat op de eerste plaats op grond van religieuze overtuiging. Een klein aantal doet dit al voor langere tijd en zeer consistent; voor anderen is het een fase die ze op een gegeven moment weer achter zich laten.

– Er is geen causaal verband tussen het dragen van een gezichtssluier en de achterstelling van vrouwen. Voor de betrokken vrouwen is het noch een symbool van vrouwenonderdrukking, noch een middel daartoe.

– Het dragen van een gezichtssluier vormt nauwelijks een bedreiging voor de veiligheid. De vrouwen zelf lopen een groter risico om slachtoffer van dreiging met geweld te worden.

– Of het dragen van een gezichtssluier de deelname aan de Nederlandse samenleving belemmert is vooral een definitiekwestie. Het gaat er dan om met welke groepen in de Nederlandse samenleving de draagsters worden vergeleken.

Consequent

Het recht om zelf uiting te mogen geven aan je identiteit is een product van de vrijheid die wij ondubbelzinnig en consequent moeten toepassen. Als het de overheid werkelijk om vrouwenonderdrukking gaat, dan dient het consequent alle vormen van vrouwenonderdrukking uit te wassen. Dan dienen we signalen van vrouwenonderdrukking, of ze nou uit de moslim-, prostitutie of Teletubbiehhoek komen, op te vangen in plaats van ons te laten gijzelen door een vals discours. We moeten met zijn allen, hier schuilt ook een belangrijke taak voor de moslimgemeenschap, randvoorwaarden scheppen om vrouwen te stimuleren op tijd hulp te zoeken. Er moet met ze gecommuncieerd worden en geïnvesteerd worden in familie, vrienden, kennissen en andere burgers die m.i. de plicht hebben om onderdrukking te melden en te bestrijden.

Vooralsnog geloof ik, tot het tegendeel bewezen is, dat Nederlandse moslima’s niet massaal worden gedwongen om de niqaab te dragen. Vooralsnog geloof ik, tot het tegendeel bewezen is, dat ze geen risico vormen voor de veiligheid. Waarom dat wetsvoorstel er toch is gekomen, is omdat we al jaren gegijzeld worden door een onzuiver discours – dat gebaseerd is op buitenlandse associaties – en kant noch wal raakt met de realiteit waar u en ik deel van uitmaken. Dat is zorgwekkend.

Dit artikel is deels gebaseerd op het artikel dat Abdelkarim El-Fassi vorig jaar schreef. Het verscheen eerder op de weblog: wijblijvenhier.nl
Volg Abdelkarim El-Fassi op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (190)