375
8

Praktiserend filosoof

Alexander Francino, opgeleid als bedrijfseconoom, runt sinds ruim 10 jaar een mini-boerderij cq vakantielokatie in een verloren hoekje van Zuid-Frankrijk. Vanuit een spagaat tussen puur geluk en razernij schrijft hij op www.metdehollandseslag.com beschouwingen over zijn twee thuislanden.

Het Opgesloten Gras

'Mopperen over Europa,...dat doe ik het liefst met mensen met een brede horizon'

Mijn nieuwe landgenoten mopperen op Europa en mijn oude landgenoten mopperen ook op Europa. Voor mijn spagaat tussen Frankrijk en Nederland zou dat saampjes mopperen verlichtend kunnen zijn. Maar nee, de spanning blijft en soms laat ik een wind. Precies boven Brussel. maar dat zal wel toeval wezen.

Om lekker met mijn Franse landgenoten te mopperen op Europa heb ik hier te vaak het opgesloten gras gezien.

Ik wandel geregeld langs een mooi paadje naar boven. Vanaf de kam heb je een prachtig uitzicht over de Pyreneëen, ik loop het stuk al een paar jaar, linksom, rechtsom, onderlangs of bovenlangs. Het lijkt een sleur en dat is het ook: het is behoorlijk steil. Een vriend is deze dagen op bezoek en hij wandelt met me mee.

De eerste keer is het zwaarst. Halverwege de klim wijs ik op de ruïne en het is jammer dat hij er weinig oog voor heeft. Hij is wat kortademig, terwijl het zwaarste stuk nog komen moet.

Boven ligt in een weiland een stapel bakstenen.

‘Wat is dit?’, vraagt mijn vriend.
Ik heb een vermoeden maar zeg niets. Het hoeft niet te zijn wat ik denk dat het is.
De volgende dag – mijn vriend doet het al wat beter heuvelop – liggen in het weiland naast de stenen ook rollen gaas. 

‘Ach natuurlijk’, zegt hij, waarvoor hij nu voldoende adem heeft, ‘het is vanwege die boerderij een stukje verderop. Voor geiten of schapen, die krijgen er een uitloop bij’.

Ik hou me op de vlakte en zeg slechts ‘ja, wie weet’. Dat ergert hem een beetje. Alsof iemand mij ooit tekst en uitleg heeft gegeven. 

De derde dag loopt hij voorop. Hij had zin in onze ochtendwandeling zei hij bij het ontbijt en hij is natuurlijk nieuwsgierig of de schapen er al staan.

‘Aha, het klopt, het wordt een hek’, zegt hij als we weer in het weiland vlak onder de kam staan. Twee hoekpalen zijn opgetrokken en het gaas is in een grote rechthoek uitgerold.

‘Een mooi grasveld waar gemakkelijk een paar schapen kunnen lopen’, zegt mijn vriend.
In het midden van de rechthoek staat een witte bestelbus en loopt een man in een groene overall.

‘Hij heeft wel een grote bus, die boer’, zegt mijn vriend en hij vindt het jammer dat zijn frans te slecht is om een praatje te maken.

Na het weekend kan ik hem niet meer bijbenen en van boven roept hij dat het uitzicht vandaag fantastisch is. Toch heeft hij, wanneer ik puffend boven kom, een wat verloren blik. Er staan dan wel schapen, maar ze staan een stuk verderop, achter een miezerig schrikdraadje. Niet achter het hoge hek van gaas en palen dat midden in het weiland verrezen is. De bouwvakker in de groene overall prikt aan de overkant oranje stokken in de grond.

‘Is het geen boer?’, vraagt mijn vriend. Hij staat vlak bij het hek, maar raakt het niet aan. Alsof hij het niet helemaal vertrouwt.

‘De man is mij onbekend’, zeg ik.

Een weiland met een groot hoog hek in het midden is moeilijk te verklaren voor wie uit een land van sloten komt. Het duurde een paar jaar voordat ik die hekken plaatsen kon.

In dit stuk Frankrijk gaat het zo: eerst het hek, dàn het huis. Voordat de grond is geëgaliseerd, voordat een waterleiding is ingegraven wordt een hoog hek gebouwd. Een hek nergens omheen, met gras aan de ene en gras aan de andere kant.

Het witte busje rijdt weg.

Mijn vriend steekt zijn vingers door de gaten van het gevlochten ijzeren gaas en leunt er met zijn handen en voorhoofd tegenaan. Hij is een vriend die de dingen graag begrijpen wil, een alfa-man.

‘Denk dan, denk dan diep na!’, kan ik zeggen. ‘Beredeneer dan, dat kun je toch zo goed?, kan ik roepen. ‘Wie zet in hemelsnaam een hek midden in een weiland? Je bent toch zo slim, hoe zit het dan met dit hek?’.

Maar het is ook fijn dat ik eens samen met een landgenoot uit de polder zo’n afzetting in een weiland kan bekijken. Dankzij het onbegrip van mijn vriend schud ik wat eenzaamheid van me af.

‘Er komt een villa’, help ik hem. Hij leunt nog wat zwaarder tegen het gaas. ‘Daar ergens’, wijs ik, ‘midden in het veld’.

‘Oh ja?’, zegt hij. ‘Een villa?’.

Het hek buigt een beetje mee met zijn gewicht, zijn neus bevindt zich net aan de andere kant en hij bekijkt langdurig het opgesloten gras onder zich.

Hij kijkt, hij denkt, hij analyseert. Maar voor een man van sloten is het geen eenvoudige puzzel.

‘Is het een villa voor mensen met honden?’, probeert hij. Alsof ik een of andere helderziende ben.

‘Ik weet het niet’, zeg ik, ‘Maar het is geen hek om binnen te houden wat binnen is. Binnen staat toch niets?. Het hek is om buiten te houden wat buiten is’.

‘Oh’, zegt hij.

Het opgesloten gras wiegt in de wind.

Als hij zich omdraait, hij heeft kennelijk genoeg gezien, staat een afdruk van het gaas in zijn voorhoofd gedrukt. Ik lach en hij kijkt weer een beetje geïrriteerd naar me.

De weg terug zegt hij niets en ik weet dat hij nadenkt. Laat hem maar denken. Hij komt er toch niet uit. De vragen komen vanzelf, bij het avondeten waarschijnlijk en dan zal ik vertellen over de hekken om de Franse huizen. En over de hekken om de Franse gemeenten, om de bedrijven en misschien over het hek om Frankrijk zelf. Want hij begrijpt ook wel dat een hek in een grasveld niet op zichzelf staat.
Na het dessert nemen we hopelijk een zelfgestookt pruimenjenevertje en kunnen we samen nog even klagen over Europa. Dat doe ik te weinig. Met hekken-mensen uit de buurt kan dat natuurlijk best. Maar liever doe ik het met mensen die van sloten en van bruggen zijn.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Alexander Francino

Geef een reactie

Laatste reacties (8)