2.852
36

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Het optimisme van Jesse

Donderdag vond het eerste debat voor de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Wat opviel is dat het over landelijk beleid ging, dat het prominent over klimaatbeleid ging en dat partijleiders openlijk over dit beleid onderhandelden. De kiezer kreeg op dat gebied heel concrete informatie

“Ik ben onwijs optimistisch.” Dat waren de eerste woorden van GroenLinks-leider Jesse Klaver in het RTL-verkiezingsdebat, dat ‘klimaatverandering’ als eerste thema had. Klaver: “Aankomende zondag gaan er tienduizenden mensen hier in Amsterdam de straat op. Dus die aanpak van klimaatverandering gaat er (..) komen. De vraag is: hoever gaan wij eraan meewerken, als politici?”

Jesse
Beeld: YouTube

D66-voorman Rob Jetten bleek zo mogelijk nog groener dan GroenLinks. Hij wilde geld dat we nu uitgeven aan gas en olie “investeren in bedrijven die (..) voor onze kinderen een schonere wereld achterlaten.” Sterker, hij probeerde hierin de leiding te nemen om, met Klaver, te gaan “zorgen dat we (..) vervuiling gaan belasten, dat we kolencentrales sluiten, (..) rekeningrijden kunnen invoeren.”

In tegenstelling tot Klaver had Jetten ook wat ‘rechtsere’ argumenten: “Als we vooroplopen, dan zijn het Nederlandse bedrijven die de innovatie uitvinden, die nieuwe banen creëren, zodat de hele wereld bij ons komt shoppen (..) We moeten vooroplopen voor de Nederlandse economie en de portemonnee van de mensen thuis.” Immers, nu kopen we Deense windmolens en Amerikaanse elektrische auto’s.

Eigendom
In een poging te voorkomen dat Jetten hem het ‘eigendom’ van ‘zijn’ beleidsonderwerp afpakte benadrukte Klaver hoe lang GroenLinks al op dit onderwerp hamert: “Al dertig jaar is GroenLinks bezig en zeggen we: ‘klimaatverandering moeten we aanpakken’ en nu zijn we bij een groot lijsttrekkersdebat en is het het eerste onderwerp van de avond en iedereen heeft het over klimaat.”

Toch wist Jetten hem gebrek aan consistentie aan te wrijven: Klaver “liep twee jaar geleden twee keer weg bij de kabinetsformatie omdat het op migratie onder de morele ondergrens zou zakken (..) Maar nu hoor ik hem zeggen: na die Eerste Kamerverkiezingen gaan we samenwerken om dat klimaatbeleid voor elkaar te krijgen. Ik ben (..) blij dat de heer Klaver nu het migratiebeleid van het kabinet steunt.”

Hierbij viel op wat Jetten niet noemde: dat D66 ervaring heeft met regeringsmacht en GroenLinks niet. Dat verschil in ervaring tussen de twee partijen zou wel eens cruciaal kunnen zijn voor een groot deel van de vele kiezers die zich zorgen maken om milieu – waarvan velen hun keuze door hun milieustandpunt zullen laten leiden doordat klimaatverandering zo centraal staat in deze campagne.

Intussen hield VVD-leider Klaas Dijkhoff zich wijselijk op de vlakte bij dit thema. Voor hem viel hier meer te verliezen dan te winnen. Jetten benoemde dat: Dijkhoff is “misschien een beetje bang (..) voor de kiezers die naar het FvD lopen, maar hij is eigenlijk groen.” Daarnaast claimde Jetten dat de VVD “langzaamaan in de groene stand” komt doordat de partij met zijn partij, D66, in één coalitie zit.

Onderhandelingen
Opmerkelijk was dat gespreksleider Frits Wester plots onderhandelingen opende. Hij richtte zijn blik op Klaver: “Meneer Klaver zei zojuist: ‘De nieuwe Eerste Kamer gaat Nederland groener maken.’ Dat zou (..) betekenen dat u (..) het kabinet (..) op onderdelen moet gaan steunen. Tegen welke prijs?” En, vervolgde Wester, “dan hoor ik daarna graag van meneer Dijkhoff of hij daarmee akkoord gaat.”

De achtergrond van Westers vraag is dat het er nu uitziet dat de regeringscoalitie haar meerderheid in de Eerste Kamer verliest. Het zal erom spannen of GroenLinks die coalitie in haar eentje alsnog aan een meerderheid kan helpen – in elk geval wat betreft haar groenere en linksere maatregelen – of dat er een zesde partij moet aanschuiven. Hoe dan ook, GroenLinks stevent af op een sleutelpositie.

Klaver peperde dit Dijkhoff maar eens in: “Na 20 maart zijn we nodig voor een meerderheid en kan het kabinet ook niet gaan shoppen (..) Dan zult u naar GroenLinks moeten kijken en dan is er dus niet zo heel veel keuze meer (..) De heer Dijkhoff kan ervoor weglopen maar ik beloof u één ding: we gaan de grote bedrijven laten betalen.” Bijzonder, openlijk onderhandelen in een verkiezingsdebat.

Een eis
Sterker, Klaver legde een eis op tafel: “Ik vind dat er een CO2-belasting moet komen.” Dit omdat het volgens hem de beste manier is “om ervoor te zorgen dat grote bedrijven in Nederland mee gaan betalen voor de aanpak van klimaatverandering. Zodat de rekening van burgers in Nederland op hun energie naar beneden kan (..) Als we dat niet doen, dan daalt het draagvlak in Nederland, en terecht.”

Dijkhoff hield de kaarten tegen de borst: “Als dat de beste manier is (..) sta ik daarvoor open. Maar we krijgen de cijfers van de doorrekening nog en dan zal ik kiezen wat het beste is.” En hij redde zich uit zijn benarde electorale positie op dit thema via een middenweg tussen enerzijds Klaver en Jetten, “die denken dat het een wedstrijd is,” en anderzijds FvD-leider Thierry “cherry picking” Baudet.

Kortom: het debat ging over de Senaat, niet over de Provinciale Staten. De openlijke onderhandeling maakte duidelijk dat GroenLinks, mits groot genoeg, de regering zal dwingen tot invoering van CO2-belasting, waardoor grote bedrijven meer betalen en kiezers minder. Invoering, na jaren van praten, zou een grote stap zijn. Als die boodschap blijft hangen kan ze Klaver veel stemmen opleveren.

Dan is hij ook na 20 maart “onwijs optimistisch.”

Geef een reactie

Laatste reacties (36)