1.817
4

Schrijfster

Christianne Offermans (Chrisje), 37, schrijfster / auteur en werkzaam bij de overheid, bezit van jongs af aan een natuurlijk communicatief talent. Op haar eigen website, www.chrisje.info, schrijft zij herkenbare, grappige en ontroerende columns. Sinds 2014 is zij opiniemaker voor Joop.nl (BNNVARA). In 2014 was ze één van de winnende finalisten bij de landelijke schrijfwedstrijd Jouw Verhaal. In 2017 werd Christianne het eerste vrouwelijke redactielid van de GayKrant, waar ze sinds haar eigen coming out als columnist voor schrijft: daarnaast is ze auteur van de eerste live online geschreven thriller genaamd BODEM.Op de populaire Facebook pagina Chrisje volgen meer dan 17.000 lezers haar columns en quotes, altijd andersom denkend: een aantal van haar spreuken werd dan ook door Omdenken gepubliceerd.

Het pashokje

Ik moet shoppen. En nee, dan bedoel ik niet: ik ben een vrouw, dus ik moet altijd shoppen

Ik bedoel: ik zit echt, werkelijk, zeer dringend verlegen om een aanvulling op de zomer garderobe.

Al tig keer ben ik vluchtig een H&M in gerend, om met drie rokjes voor mijn dochter en nul voor mij weer buiten te komen. 
Ook ben ik een keer opgejaagd de Didi binnen gelopen, om er vervolgens achter te komen dat ze ook kinderkleding hebben, waarna mijn budget al op was voordat ik bij de volwassen kledingrekken gekomen was.
De komst van mijn (lieve) dochter heeft roet in het shop eten gegooid. 
Want:
A) ze is veel te leuk om aan te kleden, dus koop ik vaak iets voor haar terwijl ik eigenlijk iets voor mezelf moest hebben, en 
B) als ik met haar samen in de stad ben, komt er niets van shoppen.
Maar dit keer dacht ik: het moet lukken. Wantrouwend kijk ik haar aan, met een opgetrokken wenkbrauw, terwijl ze de hond achter zijn oren zit te kriebelen. “Schat, als mama met je naar de stad gaat, ga je dan wel luisteren?” 
Met ogen als onschuldige schoteltjes: “Ja hoor, hoezo?”
“Mama heeft nieuwe kleren nodig.”
Met een blik op mijn versleten jeans en truitje: “Oh, ja, maar je hébt toch kleren aan?”
“Zeg, je bent papa niet hè.”
“Nee, ha ha ha!”
“Dus. Ga je met mama mee shoppen? En ga je dan bij mama blijven? Zonder dingetjes kapot te maken en zonder je te gaan verstoppen? En zonder het pashokje weer onverwacht open te gooien als mama nog in haar onderbroek staat?”
“Ja hoor. Krijg ik dan een ijsje?”  
“Misschien.”
“Joepie! IJsje! IJsje!”Ik wil nog herhalen dat ik misschien heb gezegd, maar ik ben te moe en te slecht gekleed om er verder op in te gaan.
Aldus, de stad in. Het begint nog gezellig, want er is een roltrap. Daarna gaan we de dichtst bijzijnde modewinkel binnen, waar ik probeer in een moordend tempo zo veel mogelijk leuke shirtjes, broeken en rokken op mijn arm te laden, zonder haar uit het oog te verliezen. De eerste halve minuut blijft ze netjes naast me lopen.
Dan loop ik opeens verder, maar hoor ik haar gewoonlijke, onophoudelijke gebabbel niet naast me. Ik kijk snel om me heen, en zie haar naar een paspop omhoog kijken.
“Oh, hallo! Ik ben Britt!”
“Britt, dat is geen echte mevrouw.”
“Nee, maar ze heeft wel mooie kleren aan!”
“Dat klopt. Kom nu maar mee.”
Nadat ze zich maar twee keer heeft verstopt achter een kledingrek (en daardoor weet ik dat ze zich heeft geprobeerd te beheersen) vertrekken we richting het pashok. Mijn arm is vol en mijn lichaamstemperatuur is al flink opgelopen, sinds het moment dat ze een wildvreemde mevrouw haar diadeem wilde opzetten.
Bij de pashokjes vindt ze het eerst nog heel leuk, dat ze met me mee het pashokje in mag. Maar na drie minuten tegen zichzelf te hebben gepraat in de spiegel, twee kabouter plop liedjes te hebben gezongen en een minuut gekke bekken trekken, wordt het opeens verdacht stil achter me terwijl ik een truitje aantrek. 
Met een ruk draai ik me om, en zie ik haar beentjes nog net onder de deur van het pashok uitsteken. Haar bovenlijf en hoofdje zijn al aan de andere kant. Ze mocht het pashok niet open maken, maar was er dus wel achter gekomen dat ze er ook ónder door kon. 
Nadat ik haar sissend terug maan in het pashokje, en ze hier gehoor aan geeft door als een militair terug te tijgeren, besluit ik dat ik – als ik realistisch ben – nog precies anderhalve minuut kindergeduld over heb, om zeven kledingstukken te passen. 
“Mama, ik moet poepen.”
“Dat gaat nu niet.”
“Maar ik moet écht!”
“Dan houd je het maar even op. Hier, ga maar even op het krukje zitten.”
In steeds een moordend tempo gooi ik – onder het achtergrond geluid van haar ononderbroken gevraag hoe lang het nog duu-huurt – nog een truitje aan en stap ik snel nog even in een broek. Mijn hoofd heeft inmiddels de kleur van een rijpe tomaat en ik besluit de laatste truitjes niet te passen maar gewoon zo ‘op het oog’ mee te nemen, als ik ontdek dat ze bijna voor de derde keer de verkeerde toegangscode in tikt in mijn – door haar uit de handtas geviste – I-phone.
Als we aankomen bij de kassa, en ik zie dat er een rij staat, overweeg ik de mogelijkheid dat ik mezelf op de grond gooi en hysterisch ga trappelen van frustratie, zoals die moeder in die reclame. 
“Mama, moet jij nog onderbroeken?” vraagt Britt, terwijl ze een pakketje strings door de lucht zwaait. De hele rij lacht om haar. Dat nodigt natuurlijk uit tot een demonstratie van haar discoschoenen, die licht geven als ze er mee springt. Ik lach mee en langzaam zakt mijn temperatuur. Zou het werkelijk kunnen dat ik echt een hele berg kleding in één keer heb gescoord, mét mijn kleuter er bij?
Terwijl ik toekijk hoe mijn dochter in de rij een demonstratie geeft van hoe een “kledingplakroller” werkt, “Kijk, zo krijg je de haartjes van je kleren af! En stofjes ook!” besluit ik dat ze gezien de omstandigheden en het wachten toch erg braaf is geweest. UItgerekend op het moment dat ik trots naar haar sta te kijken, grijpt ze à la Michael Jackson naar haar kruis, houdt haar knietjes tegen elkaar en roept “Mama! Ik moet nog stééds poepen hoor!”
Als we dan eindelijk afgerekend hebben en naar het terrasje-waar-gelukkig-ook-een-wc-is lopen, vraagt ze aan me, of ze toch een ijsje krijgt. In mijn hoofd maak ik de afweging: ze heeft veel geduld op moeten brengen… ze heeft het pashokje niet open gegooid dit keer, ze is niet de winkel uit gerend…. En ja, stiekem ook om mezelf een rustige tien minuten op het terras te garanderen, stem ik in met het ijsje. 
“Ik hoef trouwens niet meer te poepen.” zegt ze, terwijl we op het terras gaan zitten.
“Hoe kan dat nou?” vraag ik.
“Nou, ik denk dat het een zogenaamde nep keutel was.”
Ik zak uitgeput achterover in mijn stoel, kijk naar de zak vol met kleren en naar mijn mooie kleuter.
Tegen de tijd dat ze dertien is, zal het wel makkelijker zijn.

Het laatste boek van Christianne Ridderbeekx is ‘Christianne’s BlogBoek’

Volg Christianne Ridderbeekx ook op Twitter

Dit artikel staat ook op de website van Christianne

Geef een reactie

Laatste reacties (4)