3.576
139

Het ranselen van ronselende Jihadstrijders

Een oorlog tegen vernedering: hoe doe je dat? 

De Europese jihadstrijders in Syrië en Irak vormen een probleem: terugkerende strijders blijken potentiële aanslagplegers, inspireren en ronselen leeftijdgenoten. Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie vergadert met collega’s uit diverse EU-landen over hoe deze dreigingen het hoofd te bieden. Burgemeesters uit Nederlandse en Belgische gemeenten breken zich het hoofd over preventieve maatregelen. Terrorisme-experts van uiteenlopend pluimage draaien overuren om bestuurders te adviseren.

Geen gebrek aan aanbevelingen: een combinatie van ‘harde’ en ‘zachte’ maatregelen. Enerzijds het intrekken van paspoorten, stopzetten van uitkeringen en drammerige justitiële bemoeienis, anderzijds inspanningen om radicaliserende jongeren aan regulier werk te helpen en hun ouders bij te staan in het overreden van hun telgen om thuis te blijven. Toch oogt de reactie van bestuurders en adviseurs als die van achttiende eeuwse artsen: zonder deugdelijke diagnose overgaan op laxerende middelen, stoombaden en aderlating, terwijl amputatie van een of meerdere ledematen dreigt.

DIAGNOSE
We leven niet in de achttiende eeuw en een steekhoudende diagnose is wel degelijk voorhanden. Met een indringende belangstelling bracht Jessica Stern jaren door bij militante groeperingen in de Arabische wereld, analyseerde hun gedrag, handelen en de achterliggende motieven, en kwam tot een overtuigend inzicht in de aard van de ‘ziekte’. Ze legde haar bevindingen neer in een overrompelende studie: Terror in the Name of God; Why Religious Militants Kill (New York, 2003). In een interview met Bas Heijne vatte ze het probleem en de oplossende richting als volgt samen: ‘Mij lijken gevoelens van vernedering en vervreemding de kern van het probleem. Ik zou daarom een oorlog tegen de vernedering willen afkondigen, maar hoe doe je dat?’ (in Heijnes Grote vragen, Amsterdam, 2006)

Stern is niet de enige, die nadrukkelijk heeft gewezen op de rol van schaamte als uitzonderlijk krachtige brandstof voor geweld. Ook internationaal vermaarde wetenschappers als Hans Magnus Enzensberger, Roy Baumeister en Abram de Swaan trekken strakke lijnen tussen (de angst voor) vernedering en geweldsuitbarstingen.

SCHAAMTE
Hoe overtuigend de diagnose van Stern en anderen ook mag zijn, ze geven geen antwoord op de vraag hóe om te gaan met wat we in het dagelijks leven ‘schaamte’ noemen: die vernedering en vervreemding én de angst ervoor. Het is mogelijk ook teveel gevraagd om zowel een scherpe diagnose als de remedie aan te bieden. We hebben inmiddels echter ruimschoots sociologische, sociaalpsychologische en neurologische kennis van schaamte, wat het is en uitricht, én hoe ermee om te gaan.

We weten met welk gecompliceerd fenomeen we te maken hebben. Daarmee wordt het mogelijk om het preventieve en curatieve handelen realistischer vorm en inhoud te geven. Zo weten we dat een opeenstapeling van schaamte-ervaringen – hoe dan ook opgedaan in de Westerse samenlevingen – een dusdanige ingrijpende uitwerking heeft, dat ‘genezing’ geen optie meer is. Dergelijke ervaringen staan in onze ziel gegrift als letters in marmer: voor de rest van ons leven. Ze zijn onuitwisbaar, uiterst pijnlijk en vormen de ader van een vrijwel onverzadigbare verlangen naar waardering en bewondering.

RESPECT
De keerzijde van schaamte is geborgenheid. Vernedering verlangt respect ter compensatie – heel veel respect. Meer dan eens is het ondoenlijk om die geborgenheid en dat respect hier in Nederland aan te bieden. Die wordt vervolgens in de koesterende jihadgroep wél gevonden, hoe kortstondig die soms mag zijn (in dit aardse leven). Wie meent die koestering te kunnen aftroeven hier in Nederland met werk, een woning en de druk van familie, weet niet wat schaamte-ervaringen uitrichten.

Het opdoen van ernstige schaamte-ervaringen in het eigen verleden, een gebrek aan bewonderende geborgenheid in het heden en een ontbrekend toekomstperspectief worden door de jihad ruimschoots goedgemaakt. Als jihadstrijder weet je je geborgen tot in het hiernamaals. Het is een betoverend droombeeld dat terugkerende strijders aan jongeren in de Europese landen voorhouden.

Helpt het, zoals wordt bepleit, wanneer Europese overheden nuancering aanbrengen en de gruwelen van de oorlogen tonen? Deze propagandistische voorlichting komt van overheden die zélf direct of indirect betrokken zijn bij die oorlogen en zodoende onvoldoende vertrouwen wekken. Schaamte voedt wantrouwen, wat de Europese overheden op hun beurt weer versterken. Dit vergroot slechts de kans op vertrek.

Met dergelijke propagandistische voorlichting wordt sowieso een beroep gedaan op het empathisch vermogen van de jongeren. Schaamte-ervaringen beperken de ontwikkeling van empathie aanzienlijk. Voor potentiële jihadstrijders is de vraag geworden: what’s in it for me? Wat is het voordeel voor mij om géén jihadstrijder te worden! Geen antwoord betekent het vertrek naar Syrië of Irak, zeker wanneer dergelijk afreizen voor loftuitingen uit eigen gelederen en in Arabische landen zorgt. Juist die koesterende bewondering voedt het vertrek.

Kortom, toch maar eens kennis nemen van de gewelddadige reikwijdte van schaamte. Bij een onbevredigend alternatief voor de jihad zou het antwoord op het ronselen inderdaad hedendaagse vormen van ‘ranselen’ moeten zijn. We hebben niets anders dan die harde aanpak om het hoofd aan schaamte te bieden.

Geef een reactie

Laatste reacties (139)