310
11

Programmamaker WSPA

Dirk-Jan Verdonk is hoofd programma’s van WSPA Nederland. In 2009 publiceerde hij Het dierloze gerecht, een geschiedenis van het vegetarisme in Nederland als mens-dierrelatie. Hij ontving hiervoor de Studieprijs Praemium Erasmianum, een prijs voor buitengewone dissertaties op het gebied van de Geestes-, Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Eerder was hij werkzaam voor onder meer Varkens in Nood. Met Jort Kelder lanceerde hij de campagne Eet geen dierenleed.

Het roer moet om in Rio

Nederland gaat totaal ambitieloos naar de topconferentie over duurzaamheid 

Met oog op de snel naderende topconferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving vorige week het rapport ‘Roads from Rio+20: paden naar mondiale duurzaamheidsdoelen voor 2050’. De conclusie: het roer moet om bij het duurzaamheidsbeleid, want tot nu toe is het overheden niet gelukt te komen tot mondiale afspraken die zoden aan de dijk zetten. Het Planbureau pleit er daarom voor om ook vooral ‘onderlangs te verduurzamen; via ondernemende burgers, bedrijven en lokale bestuurders. Dat is ongetwijfeld een belangrijke route, maar het ontslaat overheden natuurlijk niet van de dure plicht alsnog alles op alles te zetten om tot daadkrachtige akkoorden te komen. Nederland deelt dat uitgangspunt blijkbaar niet, want de Nederlandse overheid heeft het bijltje er al bij voorbaat bij neergelegd. Gezien de ernst van de mondiale problemen is dat even onbegrijpelijk als onverantwoord.

Rio+20 is een topconferentie waar regeringsleiders beslissingen moeten nemen die de mondiale economie vergroenen om de steeds nijpender milieuproblemen te bestrijden, sociaal onrecht tegen te gaan en nood te lenigen. Bovendien moeten er afspraken komen over de organisatie van het internationale duurzaamheidsbeleid. Naar verluidt zullen daarom meer dan honderd regeringsleiders acte de préséance geven. Rutte behoort helaas niet tot die groep. Nederland stuurt niet de premier, maar twee staatssecretarissen. Waarom? Omdat, zoals bronnen rond de regering het formuleren, ‘het niet de verwachting is dat de Rio+20 conferentie tot een grote doorbraak gaat leiden’. Als het begrip selffulfilling prophecy niet al bestond, zou het nu uitgevonden moeten worden.  

Dat de problemen niet mals zijn, moge duidelijk zijn. Neem de voedselvoorziening: zo’n één miljard mensen lijden honger, terwijl een dubbel aantal met overgewicht kampt – waarvan bijna een half miljard klinisch obees is. Door de groeiende wereldbevolking, stijgende welvaart én toenemende ongelijkheid dreigen beide problemen alleen maar groter te worden. Hoewel nu al genoeg voedsel geproduceerd wordt om meer dan tien miljard mensen te voeden (de verwachte populatie in 2050), is de verdeling zeer ongelijk en gaat veel voedsel verloren door ondeugdelijke opslag, verspilling en het voederen van vee. Volgens de prognose van het Planbureau zal de mondiale voedselproductie daarom met zestig procent moeten toenemen. 

Dat is vooral een probleem omdat voedselproductie – met name veeteelt – kolossale milieuproblemen veroorzaakt. De veeteelt is alleen al goed voor ongeveer een vijfde van de broeikasgasuitstoot, is een van de belangrijkste oorzaken van het verlies aan biodiversiteit, slurpt aardolie, chemicaliën en fosfaat, en is grootverbruiker van water. Voor één kilo plofkip is ruim vierduizend liter water nodig (inderdaad, de smaak is ernaar!). Niet voor niets ziet het Planbureau voor de Leefomgeving in vermindering van de consumptie van dierlijke producten dan ook een ‘robuuste’ maatregel te komen tot een duurzamere wereld. Opvallend genoeg gaat het rapport daarbij niet in op de sociaal/ethische dimensie van duurzaamheid. Want, zoals bekend, veroorzaakt met name de industriële veehouderij onnoemelijk lijden van dieren. En dat maakt niet bepaald onderdeel uit van ‘de toekomst die we willen’, het motto van Rio+20.

Mondiale afspraken over duurzame, humane voedselsystemen zijn kortom essentieel. En gezien de in Nederland aanwezige agrarische kennis – met name ook over de desastreuse fouten die in het verleden zijn gemaakt (legbatterij, plofkip, melkplas, mestmoeras) en waar we nog steeds hardnekkig last van hebben – had je mogen hopen dat Nederland hierin een constructieve rol zou spelen. Vergeefse hoop dus. Staatssecretaris Atsma vliegt naar Rio om via een modieus ‘public private partnership’ de aanleg van honderd kilometer fietspad in Rio te promoten. Hoe mooi ook, het is niet precies het ambitieniveau dat wordt gevergd.  

Dirk-Jan Verdonk, Hoofd Programma’s  WSPA Nederland en Coördinator van WSPA Rio+20 campagne

Geef een reactie

Laatste reacties (11)