5.578
11

Documentairemaker

Sunny Bergman studeerde filosofie en politicologie. Ze is documentairemaker en schrijver. Sinds 1995 maakt ze films voor de VPRO, zoals 'Beperkt Houdbaar' en 'The Sunny side of sex'. Ook maakte en schreef ze de film en het boek Sletvrees.

Het smurfenuniversum

De identiteit van de mannensmurfen wordt gevormd door hun activiteit,  terwijl vrouwen op zich al uitzondering op de regel zijn en de categorie 'vrouw' dus genoeg identiteit is voor Smurfin

Mijn jongste zoon vertelde me laatst een raadsel: Een vader en zoon krijgen een auto-ongeluk. Vader is op slag dood en zoon komt op de intensive care terecht. In de operatiekamer werpt de chirurg een blik op de jongen en zegt: “Ik kan deze jongen niet opereren, want het is mijn zoon!” Rara, hoe kan dit?

Dit is een verkorte versie van een hoofdstuk uit het boek Sletvrees van Sunny Bergman.

Allerlei ingewikkelde familierelaties waren bij mijn zoon in de klas de revue gepasseerd. Misschien had de jongen een stiefvader én een biologische vader? Of was hij geadopteerd. Of had hij wellicht een homostel als ouders? In de klas van mijn zoon zitten twee kinderen van wie de moeder arts is, maar ook zij kwamen niet tot het logische antwoord van het raadsel: de chirurg is de moeder van het kind.

Onwillekeurig denken we bij het woord chirurg aan een man. En bij het woord rechter, politicus of filmmaker. De regel blijft: tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, is het een man. Dit zou je kunnen veranderen door bijvoorbeeld vrouwelijke rolmodellen zichtbaar te maken. Bij het woord minister denk ik niet noodzakelijkerwijs aan een man. Hoe komt dat? Omdat vrouwelijke ministers veel op tv te zien zijn.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat recentelijk tussen de twintig en dertig procent van de mensen die te zien waren in het Nederlandse medialandschap (krant, televisie en radio) vrouw waren. De schuld van dit geringe percentage wordt door de redacties vaak neergelegd bij de vrouwen zelf (zoals recentelijk in de ‘ladies night’-editie van Pauw & Witteman): er zouden te weinig interessante vrouwen zijn die het aandurven om bij de heren in talkshows aan tafel te komen zitten.

Als ik in mijn documentaires voornamelijk vrouwen interview, wordt daar door journalisten expliciet naar gevraagd: waarom zijn er zo veel vrouwen te zien? Heb ik daar een bedoeling mee? Programma’s over vrouwen of ‘vrouwenzaken’ wijken af, het zijn vrouwenprogramma’s. Ze verdienen een apart hoekje, terwijl programma’s met voornamelijk mannen erin gewoon programma’s zijn.

Bij sport wordt altijd verondersteld dat het om mannen gaat, tenzij expliciet wordt aangegeven dat het een vrouwencompetitie betreft. In literatuur en videogames krijgen we voortdurend en als vanzelfsprekend mannelijke protagonisten voorgeschoteld. Mannen worden nauwelijks verleid om het perspectief van vrouwen te snappen, terwijl vrouwen van af jongs af aan leren zich met een mannelijke hoofdpersoon te identificeren.

Ook in het nieuws valt op dat mannen de norm zijn, en vrouwen de uitzondering. Daardoor worden veel man/vrouw-problemen specifiek gepresenteerd als uitdagingen voor vrouwen, terwijl de verdeling van macht tussen mannen en vrouwen natuurlijk een algemene maatschappelijke kwestie is. Bij het ‘vrouwen zijn niet ambitieus genoeg’-debat ligt de focus bijvoorbeeld op het idee dat te veel vrouwen in deeltijd willen werken en daarom niet genoeg doorstromen naar topfuncties. Maar mannen doen, nog steeds, maar een klein deel van het huishouden. Dan lijkt het me logisch dat je als vrouw niet fulltime wilt gaan werken; de dubbele taken zijn simpelweg te zwaar. Het nieuws zou ook kunnen zijn: doordat mannen niet genoeg in het huishouden doen, stromen vrouwen niet door naar topfuncties. Het hangt af van welk perspectief je kiest.

Deze voorstelling van de werkelijkheid lijkt op het smurfenuniversum, waar van de honderd smurfen er maar één vrouw is. Deze genderratio van 99:1 wordt niet raar gevonden, sterker nog: Smurfin is gewoon de love interest van het hele dorp. Je hebt Moppersmurf, Dichtsmurf, Luilaksmurf, Grote Smurf, Potige Smurf en Smurfin. Dus de identiteit van de mannensmurfen wordt gevormd door hun activiteit, door persoonlijke eigenaardigheden, terwijl vrouwen op zich al uitzondering op de regel zijn en de categorie ‘vrouw’ dus genoeg identiteit is voor Smurfin.

Wat gebeurt er met het bewustzijn van vrouwen door het kijken naar media die een mannelijk perspectief kiezen? Volgens mij nemen vrouwen dit perspectief onwillekeurig over, waardoor ze zowel kijken vanuit het centrum (mannelijk perspectief) als vanaf de zijlijn (eigen subjectieve perspectief). Ons bewustzijn moet een rare salto maken, we internaliseren een derde-persoons ‘mannelijk’ bewustzijn en objectiveren ons eigen lichaam.

Schoonheidsjaloezie
Op een vrijdagavond zitten partner David en ik aan de keukentafel met onze vriend Jaap. Hij is vrijgezel. Ik onderzoek welke van onze vriendinnen misschien geschikt voor hem is. Dat wil zeggen, ik pols voorzichtig. Volgens mijn vrienden heb ik een ziekelijke koppelneiging en ik wil mijn slechte reputatie op dit vlak beperken. Stiekem vind ik Jaap zelf aantrekkelijk. Als ik hem aan een van mijn vriendinnen koppel, kan ik uit de tweede hand wat meegenieten van eventuele seksuele escapades. We bespreken verschillende partijen. Dan valt de naam van een vage kennis.

    ‘Suzanne! Die vind ik echt leuk!’ zegt Jaap enthousiast.
    ‘Ja inderdaad,’ beaamt David. ‘Ik vind haar ook lekker.’
    ‘Een echte vamp!’ roept Jaap.
    ‘Hoezo?’ zeg ik verontwaardigd. Wat is dit nu weer? Suzanne? Waarom is zij een vamp? Ik vind haar vooral vaag en weinig geïnteresseerd in anderen. Bovendien, toen we haar de laatste keer op een feestje tegenkwamen, had ze felrode lippenstift op die een beetje wegtrok in de rimpels rond haar mond, als verf die in kiertjes doorsijpelt. Ineens herinner ik me dat ze toen een heel strakke broek droeg, een felblauwe glimmende legging, waarin haar billen mooi uitkwamen.
    ‘Is het vanwege die glimmende blauwe billenbroek?’ vraag ik.
    ‘Ja, die broek.’ Jaap weet het nog goed. ‘De blauwe billenbroek was goed!’

    Is het zo makkelijk? Een strakke broek en je bent een vamp? Ik vind het onprettig van mezelf dat ik jaloers ben op Suzanne. Maar als David aangeeft een vrouw aantrekkelijk te vinden, sta ik op scherp. Nadat Jaap vertrokken is, ondervraag ik hem: ‘Wat precies vind je lekker? Zijn het haar lange benen? Heeft het ook iets met haar manier van doen te maken? Hoelang vind je haar al leuk?’

    Wanhopig draait mijn man zich om in bed en zegt dat hij het niet precies weet. Hij vindt haar gewoon wel leuk. ‘Mogen we nu gaan slapen?’
    ‘Het is niet per se zo dat ik jaloers ben,’ zeg ik, zijn vraag negerend. Ik kijk in het donker naar het plafond. ‘Ik ben gewoon benieuwd wat jij aantrekkelijk vindt aan een vrouw. Als een soort cultureel onderzoek.’

Het is een pijnlijke kwestie: schoonheidsjaloezie. Op kraamvisite bij een vriendin, die altijd als een enorme babe gezien werd, constateer ik met enige voldoening dat zij met een buikje en wallen minder aantrekkelijk is geworden. Vervolgens verbaas ik me over mijn gemenigheid. Doorgaans zie ik andere vrouwen niet als concurrenten, en probeer ik niet te evalueren of en hoe aantrekkelijk ze zijn in relatie tot mijzelf. Maar als David naar een andere vrouw kijkt, komt er een onhebbelijk gevoel naar boven. Alsof de waardering voor een andere vrouw mijn eigen aantrekkelijkheid devalueert. Mannen zeggen het vaak: vrouwen zijn zoveel gemener dan mannen. Inderdaad: vrouwen objectiveren zichzelf én andere vrouwen, en worden daarom ongewild naar een missverkiezing gekatapulteerd. En competitie maakt gemeen.

Wie kijkt naar wie
Veel cultuurwetenschappers hebben de zogenaamde objectificatie van het vrouwenlichaam geanalyseerd: naar een vrouw wordt gekeken (to-be-looked-at-ness), terwijl de man degene is die kijkt: hij is drager én eigenaar van ‘de blik’ (de male gaze). De Britse feministische filmwetenschapper Laura Mulvey  introduceerde deze terminologie. Ze schreef in 1973 over de manier waarop Hollywoodfilms zijn georganiseerd: mannen kunnen zich makkelijk identificeren met de personages in een filmverhaal, vrouwen veel moeilijker. De vrouwelijke personages zijn namelijk meestal een erotisch object voor zowel de personages in de film als voor de toeschouwer. Een object dat niet of nauwelijks handelt, slechts de held van het verhaal aanzet tot actie.

    Ook nu nog, zo’n veertig jaar later, is de manier waarop vrouwen worden neergezet vaak schrikbarend passief. Een methode om dat te doorzien is de Bechdel-test. In 1985 formuleerde feministe en striptekenaar Alison Bechdel drie regels waarmee je films kunt analyseren op gender-representatie:

1.    Komen er in het verhaal twee of meer vrouwen voor met ieder een eigen naam?
2.    Praten deze vrouwen met elkaar?
3.    Over iets anders dan mannen?

Er zijn maar weinig films die slagen. Bij Terminator ligt dit misschien in de lijn der verwachting, maar ook Shrek, The Big Lebowski, Pirates of the Carribean en Lord of the Rings, om maar een paar kaskrakers te noemen, slagen er niet in om vrouwelijke personages als gelijkwaardige, mensen neer te zetten. Want ook het ophemelen van de vrouw als ‘muze’ maakt haar niet menselijk. Het is een afstandelijke benadering; door van de vrouw een mystiek, geïdealiseerd wezen te maken, hoef je je niet met haar te identificeren. Eigenlijk zie je zelden onafhankelijke, geëngageerde vrouwelijke personages, met een persoonlijkheid, een verhaal, een verleden en een toekomst. Gelukkig verandert dit geleidelijk. De serie Girls laat een minder stereotype leefwereld zien en ook in de series Homeland en The Killing is het een vrouwelijke detective die de boeven vangt.

In het veelgelezen internetartikel 5 Modern Ways Men Are Trained to Hate Women, schrijft de Amerikaanse journalist David Wong dat mannen van jongs af aan leren dat vrouwen voornamelijk decoratief zijn. Vrouwen die niet aan dat ‘contract’ voldoen roepen pure haat op. Hij citeert commentaar van mannen op artiesten als Christina Aguilera – ‘Moet je dat vette, luie wijf zien, hoe durft ze?’ – maar ook publieke vrouwen die niet bekend zijn geworden als ‘lekker ding’, zoals opperrechter Elena Kagan, worden getrakteerd op tirades als ‘Dit is gewoon een walgelijk mens!’ en ‘Fugly!’ (een handige samenvoeging van fucking en ugly).

We Were Told That Society Owed Us a Hot Girl: volgens Wong een van de vijf oorzaken voor vrouwenhaat bij mannen. Jongens krijgen hun hele leven films voorgeschoteld waarin een mooie vrouw ‘de beloning’ is voor de krachttoeren van de mannelijke held.

    ‘Vanaf onze geboorte leren we dat we recht hebben op een mooie meid,’ schrijft Wong. ‘Het frustreert ons dan ook enorm, en ik bedoel zo erg dat we er gewelddadig van kunnen worden, als we niet krijgen waar we recht op denken te hebben. Een contract wordt niet nagekomen.’

    Door de oververtegenwoordiging van prachtige, ideale vrouwen in de media krijgen we onrealistische verwachtingen: vrouwen vinden zichzelf niet perfect en mannen verwachten een hot girl. En wat mij opvalt: de vrouw is altijd oogverblindend, de mannelijke hoofdrolspeler niet per se. In films zoals Lost in Translation en Knocked Up eindigen acteurs Bill Murray en Seth Rogen met Scarlett Johansson en Katherine Heigl. Ik kan me geen film of serie heugen waarin de man veel knapper is dan de vrouw. Behalve misschien in de eerdergenoemde serie Girls, waar Lena Dunham met een paar heel knappe mannen naar bed gaat, en er op internet vervolgens verhitte discussies ontstaan over of een onaantrekkelijk vrouw zo’n man wel ‘verdient’.

En bij de pinguïns?
Hoe onderhuids de dominante blikrichting is, blijkt uit het afstudeeronderzoek van mijn voormalige stagiaire Noor Spanjer naar de voice-over bij de natuurfilm March of the Penguins uit 2005 (er is inderdaad overal onderzoek naar gedaan, als je goed zoekt in de krochten van de academische wereld). In deze documentaire wordt de jaarlijkse, barre tocht van de keizerspinguïns op Antarctica vastgelegd. Van hun habitat aan zee trekken ze landinwaarts om een partner te zoeken en te paren. Vervolgens broedt het mannetje het ei uit terwijl het vrouwtje op zoek gaat naar eten. De voice-over blijkt volgens Noor bol te staan van traditionele man/vrouw-verhoudingen. Op een regenachtige zondagmiddag bekijk ik de film, maar tot mijn verbazing ontdek ik deze verborgen agenda niet.

    De volgende dag confronteer ik Noor met mijn vruchteloze kijkervaring. ‘Hoor je niet dat de voice-over het heeft over zwakke vrouwen en sterke mannen?’ vraagt Noor.

    ‘Maar in de film laten ze toch ook juist het omgekeerde perspectief zien, waarbij de mannenpinguïns op het ei passen terwijl de vrouwtjes naar zee gaan om eten te zoeken?’

    ‘Ja, dat is wel zo, maar ze belichten dat als iets bijzonders, als een unieke en exclusieve omkering. Op die manier wordt de dominante ideologie, waarbij vrouwen in essentie de rol van verzorgen toebedeeld krijgen, alleen maar bekrachtigd. En dat is extra verraderlijk omdat dit een natuurfilm is, waarmee wordt geïmpliceerd dat vrouwen die zorgen een natuurlijk gegeven is.’
    ‘Maar hoe uitte de voice-over dan die traditionele ideeën over vrouwen?’ vraag ik, hongerig naar de voorbeelden die ik klaarblijkelijk gemist heb.

    Noor bladert in haar scriptie. ‘Dit is een goed voorbeeld. In de verhaallijn over de vrouwen die naar zee gaan om eten te zoeken en de mannetjes die achterblijven om op het ei te passen, zegt de voice-over: “De uitgehongerde moeder moet onmiddellijk terug naar zee. Ze heeft eten nodig.” En even later: “Het uitgeputte wijfje moet nu snel vertrekken, anders sterft ze van de honger.” Vrouwelijkheid wordt hier in verband gebracht met zwakte en afhankelijkheid, terwijl de vrouwtjes feitelijk een gigazware taak volbrengen. Bij de mannetjes benadrukt de voice-over hun krachtige en onafhankelijke eigenschappen: “De mannetjes krijgen het zwaar: nog 125 dagen tot de volgende maaltijd. Dit doen ze allemaal voor het nageslacht.” De onuitgesproken aanname is: wat zijn die mannetjes toch stoer!’

    De voorbeelden die Noor geeft vind ik wel erg subtiel. Maar juist die subtiliteit maakt het verraderlijk; met kleine opmerkingen worden onbewust dominante ideologieën over mannelijkheid en vrouwelijkheid in stand gehouden.

Gooien als een meisje
Laatst was ik panellid bij een discussieavond. Voordat ik het podium op moest werden twee stoere buitenlandjournalisten geïnterviewd. Ze zaten op hoge krukken achter een tafeltje, en beiden hadden lange benen die ze losjes en ongegeneerd wijd lieten hangen, het publiek keek recht in hun kruis. De strakke spijkerbroeken benadrukten de contouren van hun geslacht.

    Mijn beurt. Op mijn hoge hakken stapte ik voorzichtig het podium op. Al zittend boog ik mijn knieën opzij, zodat het publiek niet onder mijn rok kon kijken, mijn lichaam oogde bescheiden en zelfs kwetsbaar. Waarom bestaat er zo’n onderscheid tussen hoe mannen en hoe vrouwen zich bewegen en hoe ze ruimte innemen?

    In haar essay ‘Throwing Like a Girl’ zegt de filosofe Iris Marion Young dat vrouwen tijdens zware fysieke arbeid vaak hun kracht onderschatten. Ook maken ze niet de juiste bewegingen om bijvoorbeeld hard te kunnen gooien. En als er een bal op hen afkomt beschermen ze zich met hun armen, in plaats van de bal tegemoet te gaan. De lichaamshoudingen van vrouwen zien er in vergelijking met mannen vaak uit als zwak, onhandig of kwetsbaar, wat ook nog gestimuleerd wordt door bijvoorbeeld het lopen op hoge hakken. Het verschil tussen mannen en vrouwen ligt volgens Young niet aan spierkracht, en vrouwen worden ook niet onhandig geboren. Deze lichaamsbeleving ontstaat doordat vrouwen van jongs af aan wordt geleerd hun lichaam als object te beschouwen, ofwel zich een derde persoonsperspectief eigen gemaakt hebben. Als subject krijg je dingen gedaan in de wereld, heb je een actieve rol. Je dient krachtige bewegingen te maken en de ruimte om je heen te beschouwen als binnen bereik en beïnvloedbaar. Als object ben je niet meer dan alle andere objecten: onbeweeglijk, de omgeving is niet beïnvloedbaar of binnen je bereik.

    Een voorbeeld van het onderscheid tussen object/subject-beleving: ik ben in Griekenland en beklim samen met mijn kinderen de rotsen langs het strand. Mijn jongste zoon zingt een liedje, ik ruik lavendel, wilde tijm en voel me sterk en lenig terwijl mijn handen en voeten zoeken naar richels voor de tocht omhoog. Ineens denk ik: ik zie er niet uit. Ik heb mijn bikinilijn niet gedaan en verschuif mijn broekje in een vruchteloze poging om de haren die er zijlings langsglippen te verhullen. Mijn buik: die moet ik inhouden, niet laten hangen. Ik heb donkere haren op mijn kuiten en ik draag open loopschoenen, die neigen naar de plompe uitstraling van gezondheidssandalen.

    Zo word ik van subject (lekker klimmen, geuren opsnuiven) naar object (te veel haar overal, lelijke schoenen). Ik bekijk mezelf vanbuiten, zoals een kritische buitenstaander mij zou zien, zoals de roddelpagina’s van glamourtijdschriften berichten over bekende vrouwen die – oh my god – een blubberbuik of – God verhoede – okselhaar vertonen. Niet dat er nog bekende vrouwen zijn die deze schandelijke misstap zouden maken: toen Julia Roberts tijdens de première van Notting Hill in 1999 ongeschoren oksels liet zien, vielen hoon en afschuw haar ten deel. Haar ‘okselhaarblunder’ verschijnt op verschillende ‘meest gênante momenten van de eeuw’-lijstjes.

Sunny Bergman is filmmaker en auteur van het boek Sletvrees. Dit is een verkorte versie van een hoofdstuk uit dat boek. Tot en met 9 juni is haar boek hier gratis te downloaden als e-book.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)