2.010
115

Antropoloog UvA

Paul Mepschen is verbonden aan de afdeling Sociologie en Antropologie van de Universiteit van Amsterdam. In het verleden was hij fractiemedewerker van de SP in Rotterdam.

Het sociaal-neoliberale midden van Halsema

We moeten terug naar een werkelijk emancipatoire visie; eentje die niet de afkeer van ‘gewone mensen’ als uitgangspunt heeft, maar serieus neemt wat er onder mensen leeft

Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van GroenLinks hield Femke Halsema, al weer heel wat jaren achtereen de partijleider (wat conservatief!), pas een speech over de toekomst van progressieve politiek in Nederland. Daarin maakte ze wel heel expliciet de keuze voor het sociaal-individualisme van D66 versus het zogenoemde “sociaal-conservatisme” van de SP. En ze riep de PvdA op met evenveel passie voor Pechtold en tegen Roemer te kiezen. Anders zou het arme D66 zich maar weggedrukt voelen.

Voor zover ik weet was ze nog nooit eerder zo duidelijk over haar voorkeur voor het sociaal-neoliberalisme. Na haar speech twitterde Halsema dat boze SP’ers in plaats van “boe” roepen maar eens moesten aangeven waarom ze ongelijk had, vooral wat betreft de diagnose “conservatief” voor de SP.

Nu zijn er goede redenen om over de ontwikkeling van de Socialistische Partij niet onverdeeld positief te zijn. Ik vind de SP vaak te nostalgisch, te gematigd en te braaf. En op het vlak van seksualiteit, feminisme, emancipatie, groene politiek en alternatieven voor de neoliberale globalisering heeft de SP structureel te weinig profiel. Maar het kan vele malen erger. Kijk maar naar GroenLinks.

Zeker, in haar reactie op de neoliberale crisis is de SP te nostalgisch en voorzichtig. Die eeuwige verwijzing naar het glorieuze Rijnlands verleden – je wordt er gek van. Waarom is de SP in 1971 eigenlijk opgericht, als het toen heersende politieke en sociaal-economische paradigma zo geweldig was? Maar Halsema reageert op de huidige crisis van het neoliberalisme met voorstellen om de neoliberale bestaansonzekerheid te veralgemeniseren.

Haar analyse: de samenleving is verdeeld in ‘insiders’ en ‘outsiders’ – mensen met vaste arbeidscontracten, georganiseerd in vakbonden, versus flexwerkers, mensen met tijdelijk werk, niet-georganiseerden. Haar oplossing: iedereen tot outsider maken. Dat is niet alleen vrij elitair, het is vooral ook niet sociaal. Het versoepelen van het ontslagrecht; het beperken van de WW. Welke gevolgen denkt Halsema dat deze maatregelen hebben voor mensen met gewone banen? Wie profiteren er van – werkgevers of werknemers? En hoe dragen deze maatregelen bij aan een sterker gevoel van sociale veiligheid in een wereld die snel verandert en onzekerder wordt?

Waarom heeft GroenLinks het eigenlijk niet meer over de tegenstelling die in het verleden ook voor de voorlopers van GroenLinks de leidraad was: de tegenstelling dus tussen de belangen van werkgevers en die van werknemers? Met Femke Halsema aan het roer omarm GroenLinks een sociaal-neoliberaal ethos. Dat verklaart waarom de partij nu zo expliciet kiest voor D66 in plaats van voor de SP, voor het liberale midden in plaats van voor links.

Een recent voorbeeld, elders uit de partij. De Rotterdamse GroenLinks fractievoorzitter Arno Bonte illustreerde onlangs op zijn weblog prachtig hoe in GroenLinkse kringen tegenwoordig naar de samenleving wordt gekeken:

“Er is een toenemende tegenstelling tussen mensen die in de veranderende samenleving vooral de kansen zien en mensen die die veranderingen vooral als bedreiging ervaren. […] Die analyse is in mijn ogen de belangrijkste basis voor Paars-plus. Er tekent zich een nieuwe politieke waterscheiding af: een tegenstelling tussen de optimisten en de pessimisten. De optimisten, de mensen die vooral de kansen zien in de veranderende samenleving, vind je bij GroenLinks, D66, VVD en (in iets mindere mate) bij de PvdA. En de pessimisten, de mensen die de veranderende samenleving vooral als bedreiging ervaren, vind je bij de PVV, SP, SGP en (in iets mindere mate) bij CDA en ChristenUnie.”

Zo, dat is maar even gezegd. Bij de SP zitten dus de boosdoeners die samen met PVV’ers en SGP’ers lekker pessimistisch zitten te zijn, bang voor de wereld. Daar zitten de mannen en vrouwen die de samenleving als bedreiging zien. Liever dan met SP’ers duikt dit aanstormend GroenLinks-talent de ballenbak in met zijn vrinden van de VVD. Dat zijn immers rasoptimisten met mooie idealen over een betere wereld – een wereld van asfalt en auto’s in plaats van goed openbaar vervoer; van ‘gated communities‘ en segregatie in plaats van solidariteit; van liever de “rechter-” dan de “linkerhand van de staat”.

Natuurlijk zijn mensen bang. De samenleving zoals die zich ontwikkelt is voor veel mensen daadwerkelijk een bedreiging. Het karakter van werk verandert fundamenteel; de markt wint terrein op de publieke moraal; zekerheid wordt flexibilisering. In deze context kun je als ‘progressieve intellectueel’ wel een verhaal ophangen waarin je eigen morele superioriteit nog eens wordt herbevestigd, waarin jij  het die bange pessimisten nog een keer uitlegt. Maar wat win je daarmee? Behalve dat de kloof met mensen die geen reden zien voor veel optimisme, die zich buitengesloten en niet vertegenwoordigd voelen, steeds groter wordt?

Waarom bedenken Bonte en Halsema geen voorstellen die de angst van mensen verminderen, de toenemende onzekerheid en angst tegengaan? Waarom geven we mensen niet daadwerkelijk meer zeggenschap over hun eigen omgeving, zoals links vroeger wilde? Democratisering; daadwerkelijke participatie; solidariteit; sterke wijken; eerlijk werk. Waarom niet kiezen tegen de flexibilisering, voor het recht op zekerheid op de arbeidsmarkt, tegen de koppelbazen die zich uitzendbureaus noemen?

Het antwoord is dat veel linkse mensen zich geen politiek buiten de neoliberale kaders meer kunnen voorstellen. Hoeveel kritiek op de SP ik ook mogelijk acht en nodig vind, het is de enige partij die probeert een geloofwaardig alternatief, voor gewone mensen, op het vlak van werk, inkomen, wonen en sociale veiligheid en zekerheid te formuleren. In die zin is de SP het enige alternatief voor Wilders’ PVV.

De nieuwe woordvoerder sociale zaken van de GL-fractie, Jesse Klaver, stelde onlangs dat hij liever twee liberalen op sociale zaken ziet dan twee socialisten (ANP, 4 november). Een onbegrijpelijke uitspraak van het nieuwe kamerlid. We zitten met een kabinet dat als belangrijkste doel heeft: afrekenen met de zogenaamde geluksmachine. Daarmee doelt Rutte op de voorzieningen die ooit in het leven zijn gekomen om de scherpe kantjes van het kapitalisme af te halen; de in het systeem ingebakken reproductie van ongelijkheid tegen te gaan; ervoor te zorgen dat wie voor een dubbeltje geboren werd ook daadwerkelijk een kwartje kon worden. Voor het eerst in de geschiedenis van het naoorlogse Europa leven we in een tijd waarin nieuwe generaties het minder goed kunnen krijgen dan hun ouders. Omdat de “geluksmachine” moet worden afgeschaft. Omdat sociaal beleid en solidariteit anachronismen zijn geworden. Tekenen van conservatisme wellicht?

Veel progressieve Nederlanders blijven gehecht aan GroenLinks, want dat is toch meer de partij van ‘ons soort mensen’. Maar ging het bij links niet juist om een anti-essentialistische basishouding? Om het ideaal van een emancipatoir individualisme, ingebed in een zekere mate van solidariteit en sociale en ecologische discipline, voor iedereen haalbaar en mogelijk en aantrekkelijk te maken? We moeten terug naar dat ideaal, naar een werkelijk emancipatoire visie; eentje die niet de afkeer van ‘gewone mensen’ als uitgangspunt heeft, maar serieus neemt wat er onder mensen leeft – ook de angsten en het ressentiment. Laat de progressieve elite wat dat betreft eens wat discipline tonen! Minder armoedige arrogantie en een meer open houding ten opzichte van de ander – ook de ‘sociale ander’.

De SP is de belichaming van die open houding – de enige partij die nog mensen in zich verenigd uit verschillende sociale lagen in de samenleving: fabrieksarbeiders en promovendi; hoogleraren, verpleegsters en kleine ondernemers. De SP probeert te werken aan een brede alliantie tegen bezuinigingen en maatregelen die de zwakste groepen het hardst zullen treffen. Halsema laat juist die mensen totaal in de kou staan als ze met een neoliberale marktpartij als D66 in zee gaat. Haar flirt met het sociaal-neoliberalisme is onbegrijpelijk. Nog onbegrijpelijker is dat ze er mee wegkomt omdat veel linkse en progressieve mensen, ook veel GroenLinks-leden, zich wat prettiger en wat chiquer voelen bij Halsema dan bij Roemer.

Lees hier het stuk van Femke Halsema: Van de straat naar de staat

Geef een reactie

Laatste reacties (115)