1.949
136

Schrijfster, werkt met kindsoldaten

Ginny Mooy is schrijfster, antropologe, en grafisch ontwerper. Inmiddels woont en werkt Ginny ruim negen jaar in Sierra Leone, waar ze onderzoek doet naar de gevolgen van extreme geweldpleging, reïntegratie van (en de daarmee samenhangende positie van vrouwen) in de naoorlogse samenleving. Ginny volgt in Sierra Leone de lange termijn reïntegratie van voormalig kindsoldaten voor verder onderzoek.

Over haar eerste onderzoek schreef Ginny de roman 'De wil om te doden'. In April 2009 verscheen Ginny’s tweede boek 'Moordjongens'. Een boek voor jongeren vanaf 12 jaar, gebaseerd op waargebeurde verhalen en situaties.

Bekijk ook haar website www.ginnymooy.nl

Het ‘Survival of the fittest’ klimaat

Over pesten en leedvermaak

Twee onderwerpen hielden ons de afgelopen dagen behoorlijk bezig: de bezuinigingsplannen van het nieuwe kabinet en de zelfdoding van Tim Ribberink, een 20-jarige jongeman die niet verder wilde leven omdat hij zijn hele leven werd buitengesloten. Ogenschijnlijk hebben die twee onderwerpen weinig met elkaar te maken. En toch liggen ze in elkaars verlengde. De reacties op beide onderwerpen, namelijk, hebben iets met elkaar gemeen: ze leggen een totale desinteresse en gebrek aan inlevingsvermogen in de situatie van een ander bloot.

Ik geef eerlijk toe, ook ik heb best even schik gehad om de teleurstelling van VVD-stemmers in ‘hun’ partij. Niet omdat ik het mensen gun om in koopkracht achteruit te gaan, dat wens ik voor niemand. Hoe rijk of arm ze ook zijn. Ik had schik om het totale gebrek aan inzicht van de gemiddelde kiezer in de visie van de VVD. Mensen stemden op verkiezingskreten, op een bepaald stukje van hun inkomstenplaatje of hun uitgavenpatroon. Zonder er bij na te denken welke inkomensgroep de VVD als doelgroep heeft. En dat is niet de middenklasse. Die er wel op stemde. En dat kwam hen duur te staan.

Verblind door financieel eigenbelang was het voor hen niet mogelijk verder te kijken dan de neus lang was. Dat we in Nederland compromispolitiek hebben, bijvoorbeeld. Dat je in de middenklasse nog steeds heel makkelijk naar een lagere klasse kan vallen, en dat het daarom misschien best handig zou zijn om iets socialer te denken. En dat VVD plus PVDA best een dodelijke combinatie zou kunnen zijn. De VVD die de elite hoog in het vaandel houdt, het mes wil zetten in het sociale vangnet en de PVDA die de middenklasse graag dat stapje naar beneden ziet doen.

De middenklasse staat op een zeer kwetsbaar punt. In hoogtijdagen beloond met salarissen die men eigenlijk niet verdiende, waarbij velen die wankele positie nog verzwaarden met tophypotheken en andere wurglasten. Wat in hoogtijdagen mooi leek, blijkt in crisistijd een strop om de nek. Daar hadden velen beter bij na kunnen denken. Eens. Dat een receptioniste en een eigenaar van een klussenbedrijfje, bijvoorbeeld, samen een huis van anderhalve ton konden kopen (waargebeurd verhaal) en zich niet even bedachten dat dat meer een bizar mazzeltje dan een verworven positie was, vind ook ik behoorlijk ondoordacht.

Verdienen die mensen daarom een faillissement als één van hen de baan of het bedrijfje verliest en door het snoeien in het sociale vangnet nergens meer terecht kunnen? Waarom zou je het iemand gunnen op straat te belanden? En toch gebeurt het, dat mensen zich verkneukelen om dat vooruitzicht. Puur hypothetisch leedvermaak natuurlijk, waardoor het misschien onschuldig lijkt. Maar toch niet minder dan een totaal gebrek aan inlevingsvermogen. Het is niet lachwekkend als mensen slapeloze nachten hebben over hun ‘verworven’ zekerheden, die nu in het gedrang komen. Hoe arrogant sommigen van hen dan misschien ook zijn.

Tenenkrommend was de reactie van mensen uit de hogere middenklasse die zichzelf vanwege de loonstrook uitriepen tot de ‘ware hardwerkende Nederlanders’. De lagere sociale klassen kregen er ongenadig van langs. Vette, luie uitvreters waar men niet voor wenst te betalen. Vooral de bijstandsmoeders kregen er van langs. Alsof het om miljoenen uitvretende vrouwen gaat. Volgens de hogere middenklasse moet de hele bevolking de fabriek maar in. Ook de huismoeders die door hun partner worden onderhouden. De mantelzorgers. En ga zo maar door.

Er waren zelfs mensen uit de hogere middenklasse die vonden dat iedereen maar fulltime moet gaan werken, zodat zij er zelf niet op achteruit zullen gaan. En dan zelf wel aan die hypotheekrenteaftrek willen vasthouden. Niet omdat ze anders hun hypotheek niet meer zouden kunnen betalen, maar omdat ze anders minder vaak op vakantie kunnen. Dat zij gedwongen worden om mee te betalen aan de luiheid van anderen, is blijkbaar erger dan wanneer anderen gedwongen zouden worden mee te moeten betalen aan hun luxe. Want luxe is de norm voor hen. En die luxe moet er alleen voor hen zijn.

Dat het andere gezinnen niet dát oplevert wat zij nastreven in het leven, doet er niet toe. Het leven draait om werken, inkomen, veiligheid en luxe. Mensen die hun kinderen zelf willen opvoeden, hun oude ouders uit een verzorgingshuis proberen te houden of hun gehandicapte kinderen zelf een veilig thuis willen bieden, zijn vette, luie uitvreters met een ongezonde levensstijl. Zo zwart-wit is die bril. Iedereen kan in de professionele opvang terecht. Want zorg is natuurlijk gewoon te koop. En als je ‘hard’ werkt, blijk je dat allemaal makkelijk te kunnen betalen.

Dat een fulltime werkende schoonmaakster en een fulltime werkende bouwvakker – zelfs als die zo keihard werken als menselijk mogelijk is – nooit dat ‘hardwerkende Nederlanders salaris’ binnen zullen kunnen halen, daagt gewoon niet. Dat de eigen kinderen willen opvoeden best een heel natuurlijk verschijnsel is ook niet. Dat sommige mensen hun ouders of kinderen met een hogere zorgbehoefte liever zelf verzorgen, wat ook heel natuurlijk is, past ook niet in het plaatje van de hardwerkende Nederlander. Dat ze dat vinden, daar zijn natuurlijk een miljoen redenen en excuses voor aan te voeren. Maar een totaal gebrek aan inzicht en inlevingsvermogen in een ander is en blijft het.

De wereld is niet groter dan de eigen leefwijze. En dan is er ook nog eens een ‘algemeen geldende norm’ waar iedereen maar aan moet voldoen. Maar wie bepaalt die norm? Wij burgers? Of de elkaar opvolgende overheden? Ik kan hier een miljoen verschillende voorbeelden noemen. Ik licht er zomaar één uit. De werkende moeder.

Eerst was het het beste voor kinderen als moeders thuisbleven om voor hen te zorgen, omdat het in economisch opzicht zo uitkwam. Nu komt het in economisch opzicht zo uit dat vrouwen gaan werken, en hup, ineens is de professionele kinderopvang het allerbeste voor het kind. Dat inzicht wordt gesteund door wetenschappelijke onderzoeken, die met dubieuze motieven worden verricht en gefinancierd worden door direct belanghebbenden bij die economische ontwikkeling. Maar omdat voor ons doodnormale burgers toch onzichtbaar blijft dat het hier om overheidspropaganda gaat, kraait er geen haan naar. De propaganda kruipt werkelijk uit alle hoeken en gaten.

Een baan is ineens de enige manier waarop wij ons als mens kunnen verwezenlijken. Onderzoek bewijst dat immers. Huismoeders zijn ongelukkiger, werkende vrouwen leven langer, werkende vrouwen hebben een beter seksleven en ga zo maar door. We trappen er massaal in. En hup, ineens beweren vrouwen links en rechts dat hun wereld zo groot wordt door hun werk. Kan best hoor, dat dat voor sommige vrouwen zo geldt. Maar wat precies wordt er verwezenlijkt aan jezelf door acht uur per dag naar een computerscherm te staren, bezig  met de business van een ander, wat niet meer is dan veredeld lopende band werk en waar al te veel sociale omgang de productiviteit in de weg staat? Ik geloof het hoor, ik wil het ook best in die waarde laten. Maar dat getrap van die zelfverwezelijkende vrouwen naar niet-werkende vrouwen, onder het mom van een ‘kleine wereld’ is niet meer en niet minder dan een totaal gebrek aan inzicht en inlevingsvermogen in een ander. Dat dát pas een hele kleine wereld is, daagt gewoon niet.

Werken in loondienst is de norm. Fulltime zelfs. Omdat het in economisch opzicht zo uitkomt. En omdat het de elite meer oplevert als de rest van de bevolking continu aan de lopende band staat. Kwaliteit van leven staat niet centraal. We moeten allemaal in de maat meelopen. Zo zijn wij. Wie niet meekomt met de norm klopt niet. Of die norm redelijk is, daar staan we niet bij stil.

We hebben een systeem waarin mensen volledig in een hoek gedrukt worden. Je kan je er gewoon niet aan onttrekken. Als je even krap bij kas zit kan je niet met je eigen gemaakte jam op de straathoek gaan staan om tijdelijk dat gat op te vullen. Creatief zijn in de vergaring van inkomsten is tegen de wet. Je moet een adres hebben, een bankrekening, je wordt op alle mogelijke manieren in de gaten gehouden. Voor veel beroepen moet je een diploma hebben, wat feitelijk niet veel meer is dan voorkennis van een verzameling handleidingen voor fabriekswerk. Dan kan je misschien fantastisch knippen en stylen, zonder opleiding kom je als kapster niet aan de bak. Alleenstaande moeders die vader en moederrol op zich moeten nemen en zich parttime werk niet kunnen veroorloven omdat de kosten van de kinderopvang niet weggestreept kunnen worden, moeten maar gewoon fulltime aan de slag. Of het gezin dat nou aankan of niet. Om maar wat dwarsstraten te noemen. Een totaal gebrek aan inzicht en inlevingsvermogen in de situatie van mensen ligt hieraan ten grondslag.

Dat het ‘natuurlijk’ niet anders kan, dat zie ik in. De norm geldt voor de gemiddelde Nederlander. Die bestaat blijkbaar. En het zou toch ondoenlijk zijn om rekening te houden met de verschillen tussen mensen. Een systeem is niet voor niets een systeem. Echt, dat begrijp ik. Maar ik sta er niet van te kijken dat er ook mensen zijn die buiten de boot vallen. Vind ik niets abnormaals aan. Een gemiddelde bestaat immers alleen, als er ook een ‘lager’  en een ‘hoger’ bestaat. Een gemiddelde is immers een klasse waar ‘slechts’ een grote meerderheid aan voldoet. Wat dat gemiddelde aankan, wordt de norm. Wie niet aan de norm voldoet, mag verketterd worden.

Want zo zijn wij, blijkbaar. Productiemachines met een bepaalde snelheid van denken en uitvoeren, een bepaald begrip en een bepaalde manier van gedragen. Mensen die niet mee kunnen komen, en dan maakt het niet uit of ze nou ‘hoger’ of ‘lager’ dan het gemiddelde uitvallen, pesten we kapot. Door ze af te zeiken, verder in de hoek te drukken, ze regelrecht te terroriseren, of door ze te dwingen zich te voegen naar de norm. Of ze die aankunnen of niet. Want zo zijn wij. Omdat we een totaal gebrek aan inzicht en inlevingsvermogen in een ander hebben. Niet dat we pesten zo leuk vinden natuurlijk, we vinden het ronduit afschuwelijk! Het moet stoppen! Nu! Maar ja. Zo extreem als Tim Ribberink, tja, dat ligt natuurlijk ook wel een beetje aan het individu hè? Geen incasseringsvermogen. Andere dingen die spelen. Een zwakkeling. Het gekneusde appeltje in de schaal. Er zijn nou eenmaal mensen die zichzelf doden. Kunnen we met z’n allen helemaal niets aan doen of voorkomen.

Ik kan ‘het’, dus jij kan het ook. Ik gedraag me zo, dus jij moet dat ook. Ik vind dit leuk, dus jij ook. En dat gieten we onze kinderen met de paplepel in. “Gedraag je!” “Doe niet zo, anders vinden de andere kinderen je stom.” “Het buurjongetje kan dat allang, waarom jij niet?” De druk op ons mensen is enorm. Presteren. Denken volgens de norm. Gedragen volgens de norm. Werken. In loondienst. Fulltime. Fysiek niet minder bedeeld mogen zijn. Je als een robot over emoties en verdriet heen moeten zetten. FUNCTIONEER! Volgens de norm. En als je dat niet doet, dan mag je gewoon kapot. Ieder stukje eigenheid wordt de grond ingeboord. Maar hey, zelfverwezenlijking haal je uiteindelijk wel uit je fulltime kantoorbaan. Als je mazzel hebt scoor je dan als een zichzelfverwezenlijkende secretaresse in hoogtijdagen een koophuis met tophypotheek, om in crisistijd door anderen kapotgetreiterd te worden om zoveel hoogmoed. De groep waar je je eens zo mee identificeerde, staat dan te dansen op je graf. Want ja, zo kan het zomaar gebeuren, dat je van de ene op de andere dag ineens niet meer aan die norm kan voldoen. Of dat die norm ineens verschuift. En ik denk dat je dan best zou willen dat wij als samenleving, of als individuen, wat meer inzicht en inlevingsvermogen in jouw situatie hebben. Maar ja, zo zijn wij niet. We laten mensen immers alleen in hun waarde, als die aan de norm voldoet.

Dit artikel is overgenomen van de website van Ginny Mooy

Ginny Mooy schreef het boek Ana

Geef een reactie

Laatste reacties (136)