1.108
6

Freelance journalist

Jorg Kennis is freelance-journalist. Hij schrijft over ontwikkelingen in de media (gedrukte pers, Internet en televisie) en maakt analyses over de markt van digitale media distributie, met daarbij een specifieke interesse voor de Apple-platforms. Jorg is op Twitter te vinden als @JorgK, zijn website vindt u op www.kennisonline.com.

Het televisiekanaal van de toekomst: de playlist

De TV-stations zoals we die op dit moment kennen zullen op den duur verdwijnen

Iedereen is het er over eens dat de scheidslijn tussen traditionele TV en het interactieve internet steeds verder zal verdwijnen. “Video-on-demand”, het in grote mate zelf kunnen samenstellen van het TV-aanbod door de kijker, speelt in de meeste van deze visies een grote rol. Toch verwacht ik dat ook het gewone tv-kijken belangrijk blijft. In de discussie over de televisie van de toekomst wordt hier opmerkelijk genoeg weinig over gesproken.

Mediabedrijf vs zender
De lineaire TV-stations zoals we die op dit moment kennen zullen op den duur verdwijnen. In de huidige situatie kennen we een aantal grote uitzendgemachtigden en mediabedrijven  die elk een aantal zenders uitbaten. Dat aanbod van honderden, op het oog op zich zelfstaande kanalen zal verdwijnen ten bate van een primaire indeling per tv-organisatie.

De kijker zal bij het inschakelen van zijn toestel niet langer terecht komen in de lopende programmering van één van de lineaire Tv-kanalen, maar zal een keuze kunnen maken uit een overzicht van mediaorganisaties, zoals de Publieke Omroep of een commerciële partij.

Nadat deze keuze is gemaakt, wordt de kijker een scherm voorgeschoteld waarop de aanbieder een overzicht kan tonen van het aanbod, zowel uit het on-demand archief als van de beschikbare lineaire “kanalen”.

De voordelen van een dergelijk scherm waarop een televisie-organisatie een kijker welkom heet zijn legio. Zo wordt veel beter duidelijk welke programma’s beschikbaar zijn, programma’s die traditioneel verspreid over verschillende zenders werden uitgezonden. Het biedt de aanbieder veel meer mogelijkheden om de kijker een voor hem of haar aantrekkelijk programma aan te bieden. Een kijker valt niet meer spontaan in een lopende uitzending. En het biedt de organisatie veel mogelijkheden voor branding en herkenbaarheid.

Het is evident dat een Tv-kijker andere verwachtingen heeft bij het neerploffen op de bank, dan een kijker die gebogen over zijn bureau op het internet op zoek is naar videomateriaal. De bediening van de TV moet zo laagdrempelig mogelijk zijn.

Interactief
Interactie gaat een grote rol spelen bij de televisie van de toekomst. Voor zowel kijkers als aanbieders biedt het ongekende mogelijkheden. De afgelopen jaren is er geëxperimenteerd met het aanbieden van de mogelijkheid te interacteren met een TV-uitzending, waarbij de “rode knop” van Sky in Engeland misschien wel de bekendste is. Tijdens een commercial kan een gebruiker bijvoorbeeld op de knop drukken om een proefrit met een auto te boeken.

Dit is echter een alles behalve ideale gebruikerservaring. Zo loopt de uitzending van waaruit de kijker de interactie is aangegaan gewoon door en zal hij of zij dus een gedeelte van het programma missen, iets wat de bereidwilligheid om de interactieve elementen op te roepen danig verkleind. Maar bovendien zijn de vormen van aanvullend materiaal die hier geboden worden veelal beperkt zijn tot teksten en statische afbeeldingen, die veel beter tot hun recht komen via andere platforms, zoals op het tweede scherm. Deze interface leent zich bovendien beter voor het lezen van grotere hoeveelheden informatie of het invoeren van tekst dan het TV-scherm met zijn afstandsbediening.

“Visuele hyperlinks”
Op welke interactie zit de gebruiker dan wel te wachten? Ik denk dat de twee bovengenoemde problemen in elk geval aangepakt moeten worden. Op de eerste plaats moet een programma tijdelijk “pauzeren” op het moment dat de gebruiker het beeldscherm gebruikt voor interactieve elementen. En op de tweede plaats moeten de interactieve opties aansluiten bij de verwachtingen van iemand die voor een TV zit. En dat betekent dat die interactie vooral zou moeten verwijzen naar ander videomateriaal.

In het hierboven genoemde voorbeeld zou het bijvoorbeeld kunnen dat de commercial verwijst naar een uitgebreidere productfilm. Maar ook in tal van andere programma’s zou “bonus materiaal” aangeboden kunnen worden. Wanneer er in De Wereld Draait Door kort gesproken wordt over een schilderij, kan er verwezen worden naar een langere documentaire die over deze schilder beschikbaar is. Of wanneer er in Pauw & Witteman wordt gerefereerd aan een optreden van een politicus uit het verleden, kunnen deze beelden met een druk op de knop worden opgeroepen.

In het vroege stadium zal waarschijnlijk een additionele redactie de selectie van deze visuele hyperlinks op zich nemen. In een later stadium kun je je voorstellen dat ze hechter in het programma worden geïntegreerd, en kan de presentator de kijker bijvoorbeeld tijdens het programma op het extra videomateriaal wijzen.

Uiteraard hoeft het niet altijd zo te zijn dat de kijker op dat moment direct wil overschakelen naar het interactieve materiaal. Vergelijk dit met het lezen van een tekst op Internet, waarin diverse links naar andere pagina’s zijn aangebracht. Veel mensen zullen de links eventueel openen in een nieuw tabblad of ze opslaan voor latere referentie. Ook dit zal met de visuele links mogelijk zijn. Ze kunnen zodoende in een lijstje met “favorieten” (of zo je wil: je persoonlijke “playlist”) worden geplaatst, of worden doorgestuurd naar andere personen, bijvoorbeeld via social media.

Het belang van lineaire programmering
Ik wil de gelegenheid gebruiken om een lans te breken voor lineaire programmering. In vrijwel alle discussies over de toekomst van de televisie wordt hier nauwelijks over gesproken. Interactief en on-demand voeren de boventoon. Toch zijn er argumenten aan te voeren om het lineaire model ook in stand te houden.

Allereerst rijst de vraag of de kijker het niet gewoon heel prettig vind als zijn TV-avond grotendeels voor hem wordt samengesteld, zonder dat hij daar veel inspanningen voor hoeft te verrichten. Zelfs het wisselen van kanaal is in veel huishoudens een vorm van “interactie” die men tot een minimum wil beperken. De lineaire presentatie voorkomt de noodzaak voor de kijker om zich te verdiepen in het (ongetwijfeld omvangrijke) on-demand aanbod, iets wat met name ongewenst is in situaties waarin de TV “op de achtergrond” aanstaat. Het aanbieden van een lineair programma is dus op de eerste plaats gewoon een service naar de gebruiker.

Met name de publieke omroep zou bijzondere aandacht moeten houden voor het lineaire programmeermodel. De omroepen hebben geen commercieel belang bij het vasthouden van kijkers, maar hebben stuk voor stuk wel hun motivaties om kijkers te interesseren voor een programma. Omdat ze de inhoud ervan belangrijk vinden, omdat ze een bepaalde levensvisie willen uitdragen, of simpelweg omdat ze de kijker met iets nieuws of belangwekkend in aanraking willen brengen. Omdat ze willen verheffen.

Veel programma’s op de publieke omroep die nu redelijk tot goed worden bekeken, zouden marginaliseren wanneer zij niet werden geprogrammeerd op brede, open kanalen met veel programma’s voor een groot publiek. Dergelijke programma’s zouden niet meer worden opgemerkt wanneer zij geen plaats krijgen op deze populaire zenders. Slechts een handjevol mensen weet ook de weg naar bijvoorbeeld de huidige themakanalen te vinden. Over het gevaar dat de publieke omroep verwordt tot de marginale Amerikaanse publieke omroep PBS, door bijvoorbeeld alle lichtere programma’s te schrappen, schreef ik twee jaar geleden een artikel op Joop.

Het televisiekanaal van de toekomst: de playlist
Maar hoe moeten die lineaire televisiekanalen er in de toekomst dan uitzien? Zoals gezegd denk ik dat we af moeten stappen van de lineaire kanalen als “primaire presentatie” van het aanbod van de mediabedrijven. Maar binnen het welkomst-scherm van de individuele organisaties zal nog wel ruimte moeten zijn voor lineair aanbod. Programma’s die vooraf in een aantrekkelijke volgorde zijn geplaatst door redacteuren die we voorheen “netmanagers” zouden noemen. In de vorm van afspeellijsten, of “playlists”, kunnen diverse programma’s achter elkaar geplaatst worden.

Dergelijke playlists kunnen worden samengesteld op basis van onderwerp (vergelijkbaar met de huidige themakanalen), maar er kunnen natuurlijk ook algemenere lijsten worden opgezet. Wanneer de terminologie “kanalen” wordt gebruikt voor deze afspeellijsten, en ze wat mij betreft namen als “Nederland 1” mogen dragen, is dat een groot voordeel voor wat betreft herkenbaarheid door de kijkers.

Uiteraard kan de gebruiker ook zelf playlists samenstellen, of dit doen op basis van suggesties van vrienden (via geïntegreerde social media-koppelingen). Maar dit alles zal een aanvulling zijn op de redactioneel samengestelde “kanalen”.

De live-ervaring
Er is nog een groot voordeel van dergelijke playlists als aanvulling op het volledig interactieve video-aanbod wat ik nog niet genoemd heb, en dat is de mogelijkheid tot het bieden van een “live” ervaring.

Een playlist kan zijn opgebouwd uit aanbod uit het on-demand archief, maar dat is natuurlijk geen vereiste. Een programma kan ook live in een playlist worden geïnjecteerd. Nu liggen er een aantal programma’s voor de hand waarbij het live uitzenden grote voordelen met zich meebrengt, dan wel een must is. Denk aan journaals, actualiteitenprogramma’s, talkshows of talentenjachten en spelprogramma’s waaraan kijkers kunnen deelnemen.

Maar zelfs bij programma’s zonder dit gevoel van urgentie kan het handig zijn ze live uit te zenden. Al was het maar om de gezamenlijke kijkervaring en het bijbehorende gesprek bij de koffieautomaat in stand te houden. De aandacht voor en het succes van programma’s als Boer Zoekt Vrouw zijn mede gebaseerd op de gemeenschappelijke kijkervaring.

Niets weerhoudt een organisatie ervan om “nieuwe” programma’s vanaf een bepaald moment in een playlist te programmeren, het moment dus waarop het programma voor het eerst bekeken kan worden. Kijkers die later willen kijken kunnen dat alsnog doen via de on-demand functies, maar zij die bij de eerst mogelijke gelegenheid van het programma te genieten kunnen dat dus doen op hetzelfde moment als andere kijkers. Bovendien maakt dit ook een gemeenschappelijke real-time discussie via bijvoorbeeld Twitter of een specifieke applicatie op het tweede scherm mogelijk.

Conclusie
De wereld van de televisie schuift langzaam maar zeker op naar meer interactieve modellen, waarbij kijkers kunnen kiezen uit grote hoeveelheden on-demand aanbod.

De publieke omroep moet zich oriënteren op een dergelijke toekomst: een goede koppeling tussen het aanbod van de diverse omroepen en een dus zo aantrekkelijk mogelijk televisieaanbod met visuele hyperlinks. Projecten om uitzendingen van de juiste meta-data te voorzien zijn al ruimschoots geïmplementeerd, en er wordt geëxperimenteerd met systemen om dat alles te automatiseren, zoals bij het Social Video Player-initiatief van de Universiteit van Amsterdam en de VARA. De omroep doet er goed aan dergelijke zaken, waarvan de bruikbaarheid wellicht op het eerste oog niet zichtbaar is maar die van een ongekend groot belang zijn in de toekomst, te handhaven en te intensiveren. De televisie-organisatie met het rijkste maar vooral ook het zorgvuldigst onderling gekoppelde media-archief heeft straks de beste kaarten in handen.

Jorg Kennis is op Twitter te volgen

Geef een reactie

Laatste reacties (6)