Laatste update 15:31
2.517
44

Voorzitter Humanistisch Verbond

Boris van der Ham is de voorzitter van het Humanistisch verbond. Eerder was hij tien jaar lang Tweede Kamerlid voor D66. Hij studeerde geschiedenis in Amsterdam en doorliep de Toneelacademie in Maastricht. Vanaf zijn vijftiende werd hij politiek actief bij de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van D66, waar hij tussen 1998 en 2000 landelijke voorzitter van was. Hij was acteur bij verschillende toneelgezelschappen, werkte voor de Europese fractie in Brussel en de Tweede Kamerfractie in Den Haag. In 2002 werd hij gekozen tot Kamerlid en in 2006 met voorkeurstemmen herkozen. Hij voert onder meer het woord over economische zaken, onderwijs, vrijheden en milieu. In 2007 werd Van der Ham uitgeroepen tot internetpoliticus van het jaar. Boris' stukken schrijft hij op persoonlijke titel.

Het verborgen leed van de stille ouderen

Er zijn veel ouderen die door lichamelijke, sociale, psychische, geestelijke of financiële factoren kwetsbaar zijn en bij wie het ontbreekt aan ondersteunende burenhulp of mantelzorg

cc-foto: Mabel Lamour
cc-foto: Mabel Lamour

De sluiting van verzorgingshuizen past in een veranderende visie van beleidsmakers op de ouderenzorg. De maatschappelijke norm is dat mensen nu ‘zelfstandig’ oud worden, bij voorkeur met hulp vanuit de eigen omgeving. Wonen, zorg en welzijn moeten bovendien gescheiden zijn. Centraal staan ‘de individuele waardigheid van ouderen’, de ‘eigen regie’ waarbij uitgegaan wordt van de ‘vraag van cliënten’.

Maar wat vinden ouderen zelf? Daarin blijkt een grote kloof te zitten tussen het ideaal van plannenmakers en de beleving van ouderen. Natuurlijk, ouderen willen gezond blijven, zo lang mogelijk thuis wonen, regie houden, zinvol leven en steunende mantelzorg hebben. Maar zodra mensen lichamelijk of mentaal achteruitgaan, komt deze wens sterk onder druk te staan.

Zorgmedewerkers die bij ouderen thuis komen, zien dat niet iedereen vitaal en mondig is. Er zijn veel ouderen die door lichamelijke, sociale, psychische, geestelijke of financiële factoren kwetsbaar zijn en bij wie het ontbreekt aan ondersteunende burenhulp of mantelzorg. Ook als er professionele thuiszorg langskomt, is er nauwelijks tijd om meer dan medische zorg te verlenen. De hoeveelheid mensen die daardoor eenzaam en geïsoleerd zijn is schrikbarend. Het zijn vaak stille ouderen die niet klagen maar dragen.

Soms wonen deze ouderen al een halve eeuw in hetzelfde huis, maar ‘de buurtjes’ zijn vertrokken of overleden. Er is een nieuwe drukke en kosmopolitische wereld voor in de plaats gekomen. Als dan een partner ontbreekt, of een partner overlijdt, en de lichamelijke ongemakken toenemen, dan worden begrippen als autonomie, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid tamelijk hol.

Sommigen verhuizen naar een modern seniorencomplex, maar vinden daar geen aansluiting bij nieuwe medebewoners en het sociale gebeuren. Als dat er al is. Want in tegenstelling tot het AWBZ-bekostigde verzorgingshuis is het huidige Wlz-aanbod uiterst krap gefinancierd. Daarnaast is de afstand tot de gemeenschappelijke ruimte lichamelijk of sociaal soms onoverbrugbaar. Als je slecht kan lopen of weinig weerbaar bent, zit je ook hier al snel in een isolement.

Uit onderzoek blijkt dat de hoger opgeleide, mondige ouderen met meer financiële armslag, zich met zelfgeorganiseerde steun goed weet te redden. Hen lijkt het te lukken om het huidige ideaal in de praktijk te brengen. Maar ook deze groep van senioren kan te maken krijgen met verlies van naasten, rouw, levensvragen, verlies aan lichamelijke zelfredzaamheid, of een beginnende vorm van dementie. Waar je ook woont, overal hebben mensen behoefte om hun verhaal kwijt te kunnen.

Beleidsmakers stellen dat ouderen in dit soort gevallen om hulp kunnen vragen. Maar die vraaggerichte benadering doet groot onrecht aan hoe dit in de praktijk werkt. Mensen vragen immers niet via een klinische doorverwijzing om een gesprek over bijvoorbeeld hun gevoelde eenzaamheid. Uit onderzoek, en ervaring van onze humanistische begeleiders, blijkt dat ouderen de voorkeur hebben voor een actief aanbod van ondersteuning. Wanneer iemand zegt: ‘ik kom je op gang helpen en hou de vinger aan de pols’ wordt dat door veel ouderen niet als betuttelend ervaren, maar juist als steunend. Sterker nog: mensen geven aan dat welzijn en welbevinden voor hen op nummer 1 komt. Gezondheid is belangrijk, maar aandacht, het gevoel ergens bij te horen, zinvolle bezigheden te hebben, ‘gezien worden’ – dat alles maakt het leven veel waardevoller. En juist die vorm van essentiële zorg staat al jaren in het financiële verdomhoekje.

Bij de opening van het Willem Dreeshuis sprak Willem Drees de volgende wens uit: “Ik wens u allen dat hier jaren aan uw leven worden toegevoegd. Maar ik wens u ook dat hier leven aan uw jaren wordt toegevoegd.” Een mooie spreuk waarmee hij 59 jaar terug al het belang van de kwaliteit van zorg aangaf. Indachtig Drees, hoop ik dat het toevoegen van leven aan onze jaren, weer hoog op de politieke agenda komt te staan.

Toespraak gehouden bij het sluiten van het ‘Willem Dreeshuis’ in Amsterdam op 6 april, in aanwezigheid van staatsecretaris Van Rijn


Laatste publicatie van Boris van der Ham

  • De koning kun je niet spelen

    Toneelwetten voor kiezers en politici

    2014


Geef een reactie

Laatste reacties (44)