558
5

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Het verschil tussen bewoners en burgers

Als bewonersorganisaties een toekomst willen hebben, moeten ze met hun tijd meegaan

Wat een goed initiatief van Leefbaar Rotterdam om mensen die niet bekend staan als grote supporters van die partij uit te nodigen voor een bijdrage. Zonder wrijving geen glans en ‘debat’ wordt een stuk spannender als er sprake is van verschillen van mening. Hieronder mijn eerste bijdrage.

Rotterdam blijft me bezighouden. Als geboren Amsterdammer, opgegroeid in Leiden en wonend in Den Haag heeft Rotterdam me gegrepen. Ik heb er drie jaar met veel plezier gewoond en gewerkt en kom er nog steeds graag.

Aan bepaalde zaken heb ik erg moeten wennen. Ik werd in Feijenoord onder andere verantwoordelijk voor de ‘participatie’, waarvan ik dacht dat het wat te maken had met het laten meedoen en betrekken van de inwoners van de deelgemeente. Uit die droom werd ik snel verlost. ‘Participatie’ ging over het distribueren van subsidie en (informele) macht. Over het subsidiestelsel heb ik inmiddels genoeg geschreven, maar ik herinner me het ongeloof van veel aanwezigen toen ik aankondigde dat de deelgemeente de subsidies aan de bewonersorganisaties (waarvan ik eerst nog dacht dat het organisaties van bewoners waren, maar daarover zo meer) mede zou laten afhangen van hun begroting en gestelde en behaalde doelen. Ik had de aanwezigen net zo goed kunnen voorstellen te gaan paaldansen. De volgende bijeenkomst over hetzelfde onderwerp moest dan ook onder het toeziend oog van de politie plaatsvinden.

Mijn indruk is dat een gedeelte van de bewonersorganisaties in het verleden is blijven hangen. Het hangt samen met drie andere ontwikkelingen; er is steeds minder animo voor mensen om langdurig actief te worden bij organisaties, de overheid stelt zich steeds meer communicatief op en de wijken zijn veranderd. Mensen willen dolgraag betrokken zijn en meepraten, maar het organiseren daarvan komt bij een steeds kleinere groep terecht. De bewonersorganisaties krijgen alleen daardoor al steeds minder aansluiting bij de wijk. Waar de wijk veranderde, bleven het bovendien vaak dezelfde mensen die actief waren in de organisaties. Ten tweede: de communicatie tussen inwoners onderling en met de overheid gaat op een andere manier dan in de hoogtijdagen van de bewonersorganisaties. Sneller, en men verwacht op andere manieren benaderd te worden. Ook overheden zelf hebben steeds meer aandacht voor communicatie. Ten derde zijn veel bewonersorganisaties niet vernieuwd ten aanzien van hun eigen rol. Waar ze vroeger het alleenrecht hadden om mee te praten over stedelijk beleid, betrekt de overheid nu ook andere groepen. Ten slotte kost het veel organisaties moeite om rekenschap af te leggen over hun organisatie: niet alleen financiële verantwoording, maar het kost ook vaak moeite duidelijk te maken namens wie ze praten, en met welk gezag ze meningen vertegenwoordigen.

Kortom: hoewel ik veel respect heb voor het werk dat verricht wordt, de betrokkenheid met de wijk, vaak de kennis van zaken en de persoonlijke inzet, kan je niet anders dan tot de conclusie komen dat het doel van de participatie, namelijk het langdurig betrekken van inwoners niet of nauwelijks bereikt wordt.

Tegelijkertijd wordt er door overheden veel geld gepompt in activiteiten die dat wel beogen. Het klinkt logisch; wel de activiteiten subsidiëren, niet de organisaties. Dat de bewonersorganisaties er tegen in het geweer komen met een brief aan Donner over de hernieuwde aandacht voor de ontwikkelingen op Zuid is even voorspelbaar als een teken van het bovenstaande. Uit de brief spreekt geen enkele visie over welke kant het dan op moet met Zuid. Wat er moet gebeuren, waar we op uit willen komen anders dan… dat de bewonersorganisaties erbij betrokken moeten worden.

De maatschappij maken we met elkaar. Burgerzin, het daadwerkelijk meedoen met de maatschappij, met alle rechten en plichten die daarbij horen, heeft een ander vertrekpunt dan ‘bewonersrechten’; de overtuiging dat je bepaalde rechten kan ontlenen aan het enkele feit dat je ergens woont. Als bewonersorganisaties een toekomst willen hebben, moeten ze met hun tijd meegaan; transparant, betrokken bij álle inwoners, gericht op concrete activiteiten en standpunten, het vergroten van burgerzin (met rechten en plichten) en niet alleen hun eigen rol bevechten ten behoeve van hun eigen, achterhaalde positie.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Robbert Baruch

Geef een reactie

Laatste reacties (5)