Laatste update 13:45
4.486
152

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Het verschil tussen verkiezingen en een volksstemming

Het nee-kamp is een stampvoetende kleuter in de supermarkt

cc foto: IISG
cc foto: IISG

Het referendum ligt nu al bijna een week achter ons en het nee-kamp denkt nog steeds dat het zo ongeveer de geschiedenis heeft veranderd. Het wordt daarin gestijfd door het geknipmes van politici die geloven op deze manier bij de volgende verkiezingen hun huid te kunnen redden. Een grote meerderheid heeft zich immers tegen het associatieverdrag met de Oekraïne uitgesproken. De meeste stemmen gelden. Nou dan!

Hieruit blijkt een diep onbegrip voor het fundamentele verschil tussen verkiezingen en een volksstemming. Bij een volksstemming krijgen de kiesgerechtigden de gelegenheid om zich uit te spreken over een bepaald onderwerp. Ze houden hun bevoegdheden zelf in de hand. Bij verkiezingen gebeurt het omgekeerde. Zij delegeren macht en beslissingsbevoegdheden aan vertegenwoordigers die zij aanwijzen om namens hen het land te besturen of om het preciezer te zeggen de wetgevende macht uit te oefenen.

Afspiegeling
Het percentage thuisblijvers tast dan de legitimiteit van kamer, raad, provinciale staten of Europees Parlement aan maar niet de formele bevoegdheden. Er is zelfs wel eens voorgesteld om het aantal zetels te verminderen met het percentage thuisblijvers om dit zichtbaar te maken. Over de wenselijkheid van zo’n idee doe ik hier geen uitspraak. Wezenlijk is dat door middel van verkiezingen voor een vertegenwoordigend lichaam geen concrete besluiten worden genomen. Men tracht een afspiegeling te vormen van de verschillende politieke stromingen en opvattingen in de samenleving. Daarom zijn de debatten ook openbaar. Dan kunnen de kiezers beoordelen in hoeverre de personen die zij aanwezen , inderdaad hun opvattingen belichamen. Bij ontevredenheid nemen ze de volgende keer anderen.

Als het  op stemmen aankomt en het nemen van besluiten, moet die afspiegeling herkenbaar zijn. Daarom mag dat in de Tweede Kamer pas bij aanwezigheid van minstens de helft plus één lid.

Een referendum is dan ook eigenlijk niet vergelijkbaar met verkiezingen van raad, staten, kamer of Europees parlement, want dan delegeert het volk de beslissingsbevoegdheid over een bepaald onderwerp immers niet maar houdt het zelf in de hand. Zo’n procedure moet je dus niet op één lijn stellen  met verkiezingen voor een vertegenwoordigend lichaam maar met stemmingen in de Tweede Kamer. Niet voor niets heeft de wetgever strenge bepalingen uitgevaardigd rond het minimum aantal leden dat aanwezig moet zijn voor het nemen van een geldig besluit.

Quorum
Bij ons raadgevend referendum is dat ook het geval. Dit quorum bedraagt slechts dertig procent van de stemgerechtigden omdat het een advies is en geen opdracht. Het advies wordt dan ook krachtiger en zwaarwegender naarmate méér kiezers van hun beslissingsmacht  gebruik hebben gemaakt.  De opkomst van de kiezers is een wezenlijk element bij het antwoord op de vraag naar de betekenis van het referendum. Net als bij stemmingen in de kamer.

Die houdt bij het referendum van afgelopen woensdag niet over. Van alle stemgerechtigden heeft slechts een procent of twintig zich uitgesproken tégen het associatieverdrag met de Oekraïne. In de Tweede Kamer zou bij zo’n opkomst niet eens een stemming mogen worden gehouden.

Geen binnenlandse aangelegenheid
Dat is nog niet alles. Het betreft hier geen binnenlandse aangelegenheid en zelfs geen verdrag dat Nederland sluit met een andere staat. Het gaat om een verdrag van de hele EU met een ander land. Dat verdrag heeft binnen Europa de volledige goedkeuringsprocedure doorlopen. Alle parlementen in alle lidstaten hebben één vóór laten horen. Je kunt betreuren dat het voorstel in geen enkel ander land aan een volksstemming is onderworpen maar zo ligt het.

Bij elkaar vertegenwoordigen die parlementen meer dan een half miljard burgers. Van dat halve miljard hebben er nu twee miljoen tegen gestemd. Je kunt je helemaal het leplazerus speculeren over wat de uitkomst van plebiscieten in andere lidstaten zou zijn  geweest, maar zo zijn de feiten. Vergelijk het met het volgende: twintig procent van de kiesgerechtigden in de gemeente Zeevang spreekt zich uit tegen het lidmaatschap van de Navo. Zal Nederland uittreden? Twintig procent van IJsselmeervogels veroordeelt het lidmaatschap van de FIFA. Zal de KNVB dan deze organisatie verlaten?

Poolse landdag
Niettemin hebben die dwarsliggers het één en ander bereikt. Dat komt omdat aan de top van de Unie de democratie ver te zoeken is. Wezenlijke besluiten kunnen alleen genomen worden bij eenparigheid van stemmen. Dat was in de oude Republiek Polen van voor 1795 ook het geval – pas op wijsneuzen, ze hadden inderdaad een koning in Polen maar het was tóch een republiek – Daar komt de aanduiding Poolse landdag vandaan voor een chaotische vergadering waar geen behoorlijk besluit genomen wordt. Dankzij dit Poolse landdagsysteem kan Nederland nu spaken in het wiel gooien.

Als dat gebeurt, zal ons land daar de prijs voor betalen als er op het niveau van de EU besluiten genomen moeten worden die onze belangen echt raken. Daarom is een radicale democratisering van de top van de EU ook noodzakelijk. Het moet afgelopen zijn met de macht van de raden van nationale ministers die gevoed door machtige lobbyisten uit eigen land in Luxemburg buiten het zicht van de camera’s van alles en nog wat voorkoken.

De EU heeft een regering nodig die zich bezig houdt met de dingen die er werkelijk toe doen zoals een gezamenlijk buitenlands beleid, de defensie en de hoofdlijnen van economie. Die regering dient verantwoordelijkheid af te leggen aan een Europees Parlement met daadwerkelijke bevoegdheden. En voor mijn part staat er ook het nodige in de Europese grondwet over referenda.  Maar dat is een ander verhaal.

Hoe dan ook, het nee-kamp lijkt nog het meest op een kleuter die staat te brullen en te stampvoeten in de supermarkt terwijl moeder als versteend toekijkt. Dat verstoort de gang van zaken voor een tijdje maar uiteindelijk blijft de winkel gewoon open.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (152)