2.517
45

Europarlementariër GroenLinks

Judith Sargentini (1974, Amsterdam) was de GroenLinks-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen. Nu is ze delegatieleider van GroenLinks in het Europees Parlement. Judith Sargentini is in het parlement lid van de commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken. Sargentini is ook plaatsvervangend lid van de commissie Ontwikkelingssamenwerking. Tenslotte is Sargentini de eerste vice-voorzitter van de interparlementaire delegatie met Zuid-Afrika. Sargentini was eerder gemeenteraadslid in Amsterdam. Ze heeft geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en woont in Amsterdam.

Het wantrouwen voorbij

Er bestaat geen wondermiddel in de strijd tegen terrorisme, maar we hebben een goede kans om onszelf beter te beschermen zonder dan maar alles en iedereen te wantrouwen

Aanstaande maandag gaat op IDFA de film van Jan-Philippe Albrecht in première, over de data-wetgeving in Europa. Samen met Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) vraagt hij zich nu af of in reactie op de terreur in Parijs nu meet data verzameld zal zal worden.


De aanslagen in Parijs leiden naar steeds dezelfde vraag: Hoe kunnen we ons beter tegen zulke barbaarse aanslagen beschermen? De reflexmatige reacties van politici in Frankrijk en in Europa kwamen snel en bevatten stevige taal. Niet alleen de president Hollande sprak over oorlog.

De roep om meer veiligheid wordt luider. Na de eerdere aanslagen in Europa moest vooral meer surveillance helpen tegen terreur. Maar dat is precies de verkeerde richting. Deze weg leidt ons naar een angst- en surveillancestaat, een staat waarin onze waarden, die de terroristen juist bevechten, van ondergeschikt belang worden, een staat die ons veiligheid beloofd, maar die nooit kan garanderen.

In plaats van massasurveillance van alle burgers door het opzetten van een Europese database van passagiersgegevens, is de weg naar meer veiligheid een betere toerusting van opsporingsdiensten. Dit zal veel mensen verrassend in de oren klinken: Wij Groenen eisen meer politie en meer geld voor zinvol opsporingswerk.

Juist in tijden van bezuinigen is het onverantwoord om al het geld te steken in het doelloos opslaan van passagiersgegevens. Twee getallen maken dat duidelijk: Een Europees systeem zou volgens de Europese Commissie ongeveer vijfhonderd miljoen euro kosten. De Europese opsporingsdienst Europol, met hoofdkantoor in Den Haag, heeft een jaarbudget van een paar honderdduizend euro voor gezamenlijke opsporingsteams waarin medewerkers uit verschillende EU-landen samenwerken. Deze teams, na de aanslagen van 11 september in het leven geroepen, worden amper ingezet en het ontbreekt ze aan de middelen voor effectief opsporingswerk.

Daarvan profiteren terroristen: Veel te vaak eindigt een onderzoek als een gevaarlijke persoon naar een andere land verhuist. Zelden geven de betroffen autoriteiten in een EU-lidstaat alle informatie door aan een buurland. Veel gegevens zijn trouwens al gewoon voorhanden: We weten wie in welk vliegtuig zit. Wanneer een Syrië-strijder terugkeert en de Europese Unie binnenkomt dan moeten andere landen ook op de hoogte gebracht worden.

Al jaren wordt er bezuinigd op politiewerk. Alleen al in Parijs werden er in 2014 1.700 banen geschrapt. In Duitsland 15.000 minder banen. In Nederland verdwijnen er tot 2017 bijna 3.000 banen bij de politie. Agenten zijn nodig in wijken waar radicalisering toeneemt en jongeren mogelijke terroristen worden. Het zijn deze agenten die veranderingen signaleren en die op tijd kunnen ingrijpen.

Preventie is niet alles. Maar op de lange termijn krijgen we het probleem alleen onder controle als we op tijd ingrijpen tegen radicalisering. Zodat politieagenten een vertrouwensband op kunnen bouwen met bijvoorbeeld imams. Zodat sociale werkers met jongeren samen aan de slag gaan met hun problemen. En ook dan kunnen we het risico op radicaliseren nog niet uitsluiten, maar we kunnen het op z’n minst verminderen. Maar helaas is daar geen geld voor.

Deze lijst met gebreken kan nog langer: In Duitsland ontbreekt het veel politiekorpsen nog steeds aan een betrouwbare en snelle internetverbinding. Er is geen budget voor vertalingen bij werk over de grens. In Parijs hebben de officiers van justitie nog niet eens een smartphone.

Hoe moeten die zich bezig houden met de razendsnelle communicatie van  haatpredikers op sociale media?Het verzamelen van data is belangrijk en goed, maar alleen wanneer het gaat over verdenkingen of concrete dreigingen. Hoe dat Europabreed kan werken, toont de wet tegen witwassen van crimineel geld en terrorisme financiering, onlangs door het Europees Parlement aangenomen. Op basis van heldere criteria kunnen ‘risicovolle’ personen geïdentificeerd worden: Politici, maar ook hun medewerkers. Om er zeker van te zijn dat het door hen ontvangen geld ‘schoon’ is, worden zij  systematisch gecontroleerd, wanneer ze bijvoorbeeld een bankrekening openen. Dat is een gerichte controle die burgers niet belast. Deze wet moeten lidstaten zo snel mogelijk invoeren, zo dat ook de financiering van terrorisme zo aangepakt kan worden.

We hebben een betere uitwisseling van informatie en meer grensoverschrijdende opsporingsteams nodig. Een gezamenlijke Europese database van verdachten bestaat al, maar de EU-lidstaten vullen die maar amper. Tot nu toe blokkeerden regeringen in EU-landen altijd betere samenwerking van geheime diensten.

Er bestaat geen wondermiddel in de strijd tegen terrorisme. Absolute veiligheid tegen de plegers van zelfmoordaanslagen, die geen geweten lijken te hebben, is er niet. Maar we hebben een goede kans om onszelf beter te beschermen zonder dan maar alles en iedereen te wantrouwen. Dat moet ons gezamenlijk Europees doel zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (45)