11.735
62

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Het was geen demonstratie in Rotterdam, het was een oproer

Wat in Rotterdam gebeurde, is niet zomaar een incident. Vers twee is of de autoriteiten nu zullen proberen de oorzaken van die onvrede weg te nemen

Oproer in Crooswijk 1934

De verontwaardiging over de gebeurtenissen in het Rotterdamse centrum is groot. Minister Ferdinand Grapperhaus maakte zich ongetwijfeld tot tolk van miljoenen Nederlanders door te verklaren: “De rellen en het extreme geweld tegen agenten, ME en brandweermensen gisteravond in Rotterdam zijn weerzinwekkend om te zien. Mannen en vrouwen die elke dag de straat op gaan voor onze veiligheid, zijn belaagd en bekogeld met stenen en vuurwerk. Ook hebben journalisten te maken gehad met geweld en zijn er forse vernielingen aangericht.”

Het gezag is blijkens de boze woorden van de bewindsman nog niet klaar met de daders. Er zal zware repressie volgen: “De politie en het Openbaar Ministerie doen er alles aan deze relschoppers op te sporen, te vervolgen en te straffen. Naar de schietincidenten doet de Rijksrecherche onderzoek, zodat duidelijk wordt wat er precies gebeurd is.”

De volkswoede is voorstelbaar maar mag ons niet blind maken over wat er daadwerkelijk gebeurde. Dit was geen demonstratie. Het was een oproer. Die komen in Nederland behoudens het supportersgeweld weinig voor. De tonelen van vernieling die dit weekend in de media te zien zijn, hebben in ons land weinig parallellen. Dat zijn de beelden van het Amsterdamse kroningsoproer in 1980. Of die van het Jordaanoproer in Amsterdam en vergelijkbare onlusten in het Rotterdam van de jaren dertig. Hieruit blijkt eens te meer hoe zeldzaam oproeren zijn in de Nederlandse geschiedenis.

Er zijn in Rotterdam aan alle kanten grenzen overschreden. De oproermakers wisten de politie aanvankelijk te verjagen. Ze maakten patrouillewagens buit en staken er minstens een in de hens. Ze stookten hoog oplaaiende vuren. Ze hielden de brandweer tegen. In de nacht van vrijdag op zaterdag lag de Coolsingel erbij als een slagveld. De politie kon alleen maar de overhand krijgen door versterkingen te laten aanrukken uit heel het land. Bovendien is er gericht geschoten. Ook werd het treinverkeer van en naar de stad stilgelegd. Dat is ongehoord: gericht schieten op oproerig volk en een hele stad isoleren.

Historisch gezien maken de machthebbers in Nederland korte metten met oproer. Na een keiharde aanpak op de dag van de onlusten zelf, volgt repressie en het stellen van stevige voorbeelden. Tijdens het oproer zelf wist de politie maar een beperkt aantal deelnemers in te rekenen – daarbij lijkt de wapenstok royaal gebruikt. Hierbij zal het echter niet blijven want de autoriteiten beschikken over moderne opsporingsmiddelen: de Coolsingel en omliggende straten hangen vol met camera´s. Wie met onbedekt hoofd en een voorwerp in de hand op beeld staat, mag een klop op de deur vrezen.

Oproer te Rotterdam, 1690, Simon Fokke (toegeschreven aan), 1722 – 1784. Collectie Rijksmuseum.

Een traditioneel oproer in de Nederlandse traditie werkt aldus: de menigte valt de woningen aan van de gedragsdragers op wie men de pik heeft. De deur wordt ingetrapt. Iemand pakt de bijbel en geeft die bij de buren af. Daarna gooien de oproerlingen de hele inboedel op straat. Niets wordt heel gelaten. Alles gaat de vernieling in. Stelen of plunderen gebeurt nadrukkelijk niet. De oproerlingen wensen één ding duidelijk te maken: dieven zijn zij niet. Wie toch iets probeert mee te nemen, zal het voor altijd heugen. De buit wordt kort en klein geslagen of in de gracht gegooid. Een mooi Rotterdams voorbeeld is het Costermanoproer uit 1690. Het zal interessant zijn om te zien of en hoeveel er dan in Rotterdam is geplunderd.

Uit de berichtgeving valt in ieder geval nu al een andere overeenkomst met die heel oude oproeren te distilleren: de betrokkenen leken uit alle segmenten van de bevolking afkomstig te zijn. De meesten waren jong en beweeglijk maar Baudetfans, Wildersadepten en jonge moslims gingen zij aan zij de politie te lijf. Al verschilden de oorzaken, in hun gemoed broeide dezelfde drift.

Maak niet de fout dat het de armen en de slachtoffers van het kapitalisme waren, die hun onvrede naar voren brachten. Voor de rechter zal straks blijken dat de meeste daders werk hebben en een gezin. Daarom zullen hun advocaten clementie bepleiten. Het is immers in niemands belang het economisch fundament weg te trekken onder hun tot dan toe oppassend bestaan. De verdachten zullen op hun beurt verklaren dat ze ook niet wisten wat er in hen voer. Dat zij zich mee hadden laten slepen. Dat zij in essentie niet waren zoals zij zich op de Coolsingel hadden gemanifesteerd. Het zou mij verbazen als er verdachten optreden die proberen hun proces te politiseren.

Toch zijn oproeren in Nederland altijd een uiting van diepe onderhuidse onvrede. Dat moet nadrukkelijk worden vastgesteld. Wat in Rotterdam gebeurde, is niet zomaar een incident. Vers twee is of de autoriteiten nu proberen de oorzaken van die onvrede weg te nemen. Dat hebben ze in Nederland zelden gedaan. Integendeel: zij lieten hun tanden zien en uiteindelijk reageerde het volk met moedeloosheid. Ook nu zullen de machthebbers in ons land op deze afloop gokken: stel de nodige voorbeelden, tolereer niks en dan ebt het vanzelf wel weg. Er zijn tenslotte genoeg onderdanen die er bang voor zijn dat straks oproerlingen bij hen voor de deur de geliefde middenklasser in brand steken. Zij zorgen voor je verkiezingswinst.

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (62)