Laatste update 13:36
1.860
49

Politicoloog

Jouke Huijzer is politicoloog en schrijft een proefschrift over de ‘leegte van links in de Lage Landen’ aan de Vrije Universiteit Brussel. Voorheen studeerde hij sociale wetenschappen aan de UvA

Het wordt tijd dat linkse partijen Ruttes magnetische werking weerstaan

Voor het realiseren van echte verandering is het vereist dat linkse partijen de aantrekkingskracht van de macht weten te weerstaan.

De afgelopen weken verbaasde men zich dagelijks op twitter over de aanhoudende populariteit van Mark Rutte en zijn VVD. Ondanks de toeslagenaffaire, de Rutte-doctrine en het steeds moeizamere management van de coronacrisis en de lange reeks van eerdere debacles – de dividendbelasting, de stikstofcrisis, burgerdoden in Irak en het correctieve referendum – torent de VVD nog steeds ver boven alle andere partijen uit in de peilingen en komt Ruttes positie in het torentje nog op geen manier in gevaar.

Maar afgelopen week verstomde deze kritiek even omdat de pijlen zich elders op richtten: de lancering van het kieskompas. Het kieskompas zou een verkeerde weergave van de Nederlandse (partij)politiek geven, tendentieuze stellingen toe hebben gevoegd en wetenschappelijke fundering missen. Die kritiek is grotendeels terecht. Daarom is het tijd dat we een nieuw model hanteren om de Nederlandse politiek te begrijpen die niet alleen een accurate voorstelling van de politieke dynamiek geeft, maar ook verklaart waarom Ruttes VVD zo dominant blijft. In plaats van de Nederlandse politiek te begrijpen volgens het assenkruis van het Kieskompas, is de huidige dynamiek beter te bevatten volgens wat ik hier het ‘magneetmodel’ van de politiek zal noemen.

Het principe van het magneetmodel werkt als volgt: één partij of politieke familie is dominant, maar heeft geen absolute meerderheid. Bij deze partij ‘ligt’ de figuurlijke ‘magneet’ – in Nederland is dat Ruttes VVD die altijd, ‘linksom of rechtsom’, op zoek zal zijn naar een meerderheid. Omdat deze partij het grootst is heeft ze niet alleen een magnetische aantrekkingskracht op kiezers, maar ook op alle andere partijen die het belangrijker vinden om zaken te doen met het kabinet, dan om oppositie te voeren.

Om allianties te kunnen smeden met deze dominante partij, moeten andere partijen ideologisch echter steeds meer naar de partij toe groeien (zie figuur 1). Willen partijen als D66 en GroenLinks bijvoorbeeld hun gedroomde ‘paars-plus’ coalitie (VVD, PvdA en D66 + GroenLinks) mogelijk maken, dan moeten ze steeds meer richting de VVD opschuiven. En inderdaad hebben deze partijen zich zeker in de jaren 1990 en 2000 steeds meer als liberaal geïdentificeerd.

Figuur 1. Het magneetmodel toegepast op de Nederlandse poltiek

Na 2010 bood de SP, de VVD in eerste instantie nog tegenwicht waardoor de socialisten er, in elk geval in de peilingen, hard op vooruitgingen. Maar tegenwoordig is ook de SP vooral uit op samenwerking met het kabinet. Zo werkte het kabinet met 50PLUS, SGP en de SP samen om steun voor hun stikstofakkoord te verwerven en gaf Lilian Marijnissen onlangs aan dat ze bijna net zo graag samenwerkt met de ChristenUnie en het CDA als met de linkse partijen. Ook heeft de SP voor het eerst de VVD niet uitgesloten als coalitiepartner.

Terwijl de SP langzaam in de richting van de conservatieve ‘pool’ van de VVD-magneet beweegt, oriënteren partijen als GroenLinks en D66 zich nog steeds op de liberale ‘pool’. Agelopen vrijdag gaf Jesse Klaver bijvoorbeeld nog aan dat hij hoopte dat GroenLinks, PvdA en D66 aan elkaar vast zouden houden komende coalitieonderhandelingen. In een onwaarschijnlijk geval kan dan misschien toch nog paars-plus worden gerealiseerd, al zal het ook in dat geval de VVD zijn die de termen van het akkoord zal bepalen.

Het magneetmodel is tot op zekere hoogte verenigbaar met andere modellen die gebruikt zijn om de Nederlandse politiek te begrijpen zoals ‘de ideologische driehoek’, het zogeheten ‘hoefijzermodel’ of het ‘assenkruis van Nypels’ dat overeenkomt met de representatie in het Kieskompas (figuur 2).

Toch heeft het magneetmodel een aantal distinctieve eigenschappen waardoor een deel van de partijpolitieke dynamiek inzichtelijk wordt gemaakt die in de andere voorstellingen onderbelicht blijft. In plaats van uit te gaan van twee of drie statische dimensies die de politiek structureren, laat het magneetmodel toe dat de belangrijkste dimensies of onderwerpen veranderen, onder meer door toedoen van partijen. Daarin speelt de dominante (of hegemoniale) partij waar de figuurlijke magneet ‘ligt’ de belangrijkste rol. Uiteindelijk bepaalt de dominante partij op welke thema’s er verandering kan worden doorgevoerd. Tegelijkertijd zullen bepaalde onderwerpen van de politieke agenda worden gehouden of wordt er geen vooruitgang geboekt wanneer die magneet niet bij een andere partij komt te liggen. Zolang de VVD veruit de grootste partij is zal er bijvoorbeeld weinig worden gedaan op het gebied van armoedebestrijding, om te voorzien in voldoende sociale woningbouw, of om de noodzakelijke maatregelen te nemen om klimaatverandering tegen te gaan.

Figuur 2. Bestaande voorstellingen van de Nederlandse politiek (Bronnen: Pellikaan et al., 2007: p. 289; Pels, 2003: p. 26; Hesseling & Beun, 2001: p. 147)

Net als de andere modellen zou je het magneetmodel kunnen historiseren. Zo lag de ‘magneet’ in Nederland tot ver in de jaren 1980 bij het CDA of zijn confessionele voorgangers. Zij gaven er doorgaans de voorkeur aan om over rechts te regeren (met de VVD), maar ‘bij uiterste noodzaak’ werkten ze ook met de PvdA samen en werd er progressie geboekt op sociale thema’s. Wetgeving ten aanzien van de secularisering van het onderwijs of thema’s als abortus en euthanasie zijn of waren lange tijd echter onbespreekbaar.

Net als de andere modellen, gaat deze voorstelling van politiek als magnetisch krachtenveld eveneens op voor sommige andere landen; in de eerste plaats België. Net als in Nederland waren in Vlaanderen de christendemocraten lange tijd oppermachtig, maar sinds het begin van dit decennium ligt de magneet vooral bij Bart de Wevers Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA). Bij iedere belangrijke politieke ontwikkeling kijken partijen en journalisten in eerste instantie naar de positionering van de N-VA, die vervolgens maatgevend is voor de andere partijen. Tijdens coalitieonderhandelingen en belangrijke beleidsdossiers houden partijen als Open-VLD (liberaal) en zeker CD&V (christendemocratisch) dan ook angstvallig aan de N-VA vast, deels uit vrees dat ze de N-VA tegenover zich te krijgen.

De situatie is echter geheel anders wanneer we niet alleen naar Vlaanderen maar naar heel België kijken. Wanneer er ook met het Franstalige deel van het land moet worden onderhandeld staat de N-VA ineens recht tegenover de in Wallonië nog steeds oppermachtige Parti Socialiste (PS) onder leiding van Paul Magnette (what’s in the name?). Een coalitie smeden tussen de N-VA en de PS lijkt onmogelijk: alsof je twee magneten met gelijke polen tegen elkaar aan probeert te duwen. Vandaar dat de afgelopen coalitieonderhandelingen van de Vlaamse en de Waalse regeringen in 2019 slechts een zomer duurde, terwijl het, niet voor het eerst, meer dan een jaar duurde voordat er een regering werd gevormd op het federale niveau van België. Echter, ondanks het moeizame proces, slaagde de PS er uiteindelijk wel in om de N-VA buiten de regering te houden. Bovendien behaalden linkse partijen in België, mede dankzij het geboden tegenwicht, afgelopen verkiezingen 41% van de stemmen; de grootste electorale steun sinds de jaren 1960.

De politieke ervaringen uit België tonen aan dat het realiseren van echte verandering immers precies vereist dat een partij buiten het ‘magnetische veld’ blijft en linkse partijen de aantrekkingskracht van de macht weten te weerstaan. Maar het tegenwicht dat Bart de Wever in België wordt geboden, vindt nauwelijks gelijkenis in Nederland. Hier werken de linkse partijen juist graag samen met Rutte, of ze nou bij hem in het kabinet zitten of niet. Behalve de eerdergenoemde toenadering van Lilian Marijnissen, staat ook Jesse Klaver erop voor dat hij vooral graag zakendoet met het kabinet. Daarmee lijkt een links blok dat tegenwicht kan bieden aan Rutte verder weg dan ooit. Want een tegenkracht bieden aan Rutte betekent niet dat linkse partijen zich aan elkaar vast moeten houden, maar vooral dat partijen duidelijk maken wie hun politieke tegenstanders zijn en ze zich daartegen afzetten. Het valt te hopen dat de linkse dealmakers nog vóór de verkiezingen begrijpen dat je Rutte alleen verslaat door tegenwicht te bieden, anders wordt het steeds waarschijnlijker dat ze hun akkoorden met het kabinet met nog vier lange jaren in de oppositiebanken zullen moeten bekopen.

Geef een reactie

Laatste reacties (49)