1.904
4

VRT-journaliste

Sabine Vandeputte is journaliste voor de Vlaamse omroep VRT. Sinds januari 2013 werkt ze vanuit Den Haag als correspondent. In haar columns tekent ze haar ervaringen in Nederland op.

Het woud der voorlichters

Over buitenwippers en beveiligers ... Zo erg is het met de Nederlandse persvoorlichters

Af en toe hang ik zeurend aan de lijn met het thuisfront. Het is hier ijskoud, het eten is niet lekker en we hebben alweer een slopende week achter de rug. “Maar dat wist je allemaal toch vooraf”, klinkt het dan spiegelend vanuit het warme, Bourgondische Vlaanderen. Dat is natuurlijk zo, maar verliefden tuinen nu eenmaal overal in, met open ogen.

Gevechten
Wie me hier tijdens die slopende weken regelmatig het leven zuur maakt, zijn de vele Nederlandse voorlichters. En ja, ik wist vooraf dat het er veel waren. Maar het blijkt een woud waar ik dagelijks in verdwaal. Je kan natuurlijk als Pownews iedereen overvallen met de microfoon in de hand. Maar dat is niet mijn stijl en het levert ook niet de beste stukken op. Dus moet ik hier voor elk officieel interview of belangrijk onderwerp langs voorlichters. En dat zijn in de praktijk vaak gevechten.
Nu heb ik de tijd meegemaakt dat persvoorlichters ofte woordvoerders nog niet bestonden. Je belde als journalist zomaar naar een belangrijk iemand. In het slechtste geval moest je langs een secretaresse die je vriendelijk doorverbond. Het was dezelfde tijd waarin geïnterviewden nog antwoord gaven op je vraag. Er waren ook nog geen mobiele telefoons die je stoorden noch computers waarmee je je materiaal meteen moest doorsturen. Heerlijk rustige tijden.

Maar sinds een paar jaar zitten overal voorlichters: in de politiek, in bedrijven, in allerlei organisaties. Ze schoten als paddenstoelen uit de grond. In Nederland gaat het erg ver. Zet drie Nederlanders samen en ze duiden een voorlichter aan. De meest onnozele vereniging heeft hier een perswoordvoerder, en o wee als je die passeert. Dan kan je het voor altijd schudden.

Van welk bedrijf bent u?

In Vlaanderen waren de meeste woordvoerders geen probleem. Het Huis van Vertrouwen is bekend en heeft een goeie reputatie. Veel mensen waren zelfs blij en vereerd ons snel en efficiënt te kunnen helpen. Hier in Nederland is dat een ander paar mouwen. De meeste mensen die ik aan de telefoon krijg, denken dat de VRT een soort waterbedrijf is. Ik begin elke telefoontje daarom altijd met omstandig uit te leggen waar de VRT voor staat: Vlaamse radio en televisie, publieke omroep, vergelijkbaar met de NOS, … Zelfs professionele voorlichters vallen daarna nog uit de lucht. “Van welk bedrijf bent u?”

In kleine organisaties en culturele instellingen valt het doorgaans mee. De voorlichters doen hun best om je vooruit te helpen, ze denken mee, nadat ze natuurlijk het fiat gekregen hebben van een eindeloos aantal betrokkenen. Maar vooral in de politiek en bij overheidsbedrijven zijn de voorlichters vaak regelrechte obstakels, al zijn er natuurlijk schatten van uitzonderingen. Als ik de tijd heb om op een doordeweekse middag dit stukje te tikken, is het omdat een voorlichter daarnet weer een afspraak afbelde. Ik probeer via hem natuurlijk bij z’n baas te raken. Maar met dat verplichte “voortraject” ben ik al dagen bezig: mailen, telefoneren, wachten op de uitkomst van nog een overlegje… Het is om hoorndol van te worden, maar je moet je kalmte bewaren.

Buitenwippers en beveiligers
In het begin schreef ik mislukkingen toe aan mezelf: verkeerde aanpak, dwingend karakter en overmoed. Tot ik via de Buitenlandse Persvereniging in contact kwam met collega’s die hier al jaren werken voor Franse, Duitse en zelfs Chinese media. Zij hebben bijna allemaal een trauma opgelopen van de Nederlandse voorlichters.
Zopas organiseerden ze er zelfs een heus symposium over. Een van de Duitse collega’s spuwde daar nog eens haar gal over hoe ze dagelijks wordt tegengewerkt door allerlei voorlichters. Ze zijn er nooit, bellen nooit ofte nimmer terug, ook dringende vragen moet je op mail zetten en je hoort er uiteindelijk nooit meer iets van. Ze vergeleek het gild met buitenwippers, beveiligers: ze zien de pers als vijand en zetten alle legale middelen in om je van je doel te houden.

Ik liet daar noteren dat het juist belangrijk is dat ze ons als buitenlands medium snel en goed te woord staan omdat we vaak de enigen en eersten zijn die in ons thuisland over iets berichten. Andere media nemen het over en de bevolking baseert er z’n mening op. Ik betwijfel of de boodschap aankwam: in de zaal zaten vooral ontevreden journalisten, weinig woordvoerders. Die zaten ongetwijfeld weer in vergadering.

Ultieme belronde
Maar je blijft proberen natuurlijk, want soms heb je als journalist gewoon snel een interview, bevestiging of officiële cijfers nodig. Zo wilde ik bij de voorbije stormen graag wat eenvoudige gegevens over de waterhuishouding in Nederland. Parate kennis voor iedereen die bij Rijkswaterstaat werkt. Dat zou je denken. Ik wilde de cijfers gebruiken voor een stukje in het middagnieuws en begon veiligheidshalve bij het ochtendkrieken al te bellen.

U wilt niet weten hoeveel mensen ik die ochtend aan de lijn heb gehad. Ik kreeg continu andere nummers en werd eindeloos doorverbonden. Natuurlijk moest de vraag uiteindelijk nog es op mail en tussendoor sms’te ik ook nog ‘ns driftig, in de ijdele hoop de blijkbaar strikt geheime cijfers van iemand te ontfutselen.
Tegen elven begon ik uitgeput een ultieme belronde. Over een uur moest ik op de radio en er was nog altijd niemand die mij kon helpen. Om half 12 heb ik dan maar gedaan wat ik meteen had moeten doen: ik belde naar een goeie universiteit waar een vak-professor mij de gevraagde cijfers meteen uit het hoofd doorgaf. Op het antwoord van het leger voorlichters bij Rijkswaterstaat wacht ik nog altijd.

Groeten uit bar Nederland

Een tijd geleden wijdde de Volkskrant een uitgebreid artikel aan deze ellende. “Groeten uit bar Nederland” was de titel en ik was het mildst van alle collega’s. Fransen en Italianen leken de moed al te hebben opgegeven om in dit leven ooit nog een bruikbaar antwoord van een Nederlandse voorlichter te krijgen.
Het stuk verscheen op zaterdag en op maandagochtend belde ik voor de zoveelste keer een voorlichter van een minister. Ik wou de politicus 2 onschuldige vragen stellen voor een radio-bijdrage en had de aanvraag twee weken daarvoor gedaan. Dit kon onmogelijk fout gaan: de minister is dagelijks in Den Haag en ik had ‘m hoogstens 3 minuten nodig. Plaats en tijd bepaalden zij, ik was op afroep beschikbaar. Maar mijn stuk moest op dinsdagmiddag uitgezonden worden, dus moest ik de minister nu echt vandaag of morgen zien te kruisen. En toen kwam de voorlichter met de bekende, gevreesde zin.

Hij had kunnen zeggen: “Daar hebben we geen belang bij”. Dat is me ook al verschillende keren gebeurd en de eerste keer wist ik niet wat ik hoorde. Het impliceert dat er alleen meegewerkt wordt als de betrokkene er iets bij te winnen heeft. Waarheidsvinding, nieuwsgaring, informatie verspreiden ten behoeve van de democratie, een bevriende natie verder helpen..? Ik ben altijd weer te perplex om ook maar iets tegen te werpen. Een Nederlander kun je ook niet ompraten. Het is mij althans nog nooit gelukt.

Dodende zinnetje
Nee, deze woordvoerder kwam met dat andere, dodende zinnetje dat ik intussen maar al te goed ken. Het wordt hier vaak gebruikt: in zaken en zelfs tussen vrienden en geliefden. “Het gaat me niet lukken.” Wie naïef is, kan dan denken dat de spreker het érg graag zou willen en werkelijk àlles geprobeerd heeft om het te laten doorgaan. Maar het betekent natuurlijk gewoon dat hij niet wil en dat jij de pot op kan.

Die maandag verloor ik m’n geduld, ik werd boos. Iets dat me slechts om de paar jaar gebeurt, wanneer me overduidelijk en bewust groot onrecht wordt aangedaan. Twee weken geleden beloofde deze man me enkele minuten met de minister. De redactie in Brussel en de Vlaamse bevolking zaten daar inmiddels op te wachten. Sindsdien werd ik gegijzeld door talloze trainerende mails en telefoontjes. En nu kreeg ik, net voor mijn deadline nota bene, te horen dat “het niet zou lukken”?!
Ik voelde m’n bloeddruk stijgen maar nam diep adem en probeerde mijn boosheid te maskeren. Na een korte stilte vroeg ik de man of hij het voorbije weekend de Volkskrant had gelezen. Verbijstering aan de andere kant van de lijn. Ik legde uit dat daar toevallig een interessant artikel gestaan had over exact deze situatie. Dienstbaar als ik ben, heb ik de man achteraf nog een linkje gemaild met het bewuste artikel.
Nooit meer iets van gehoord natuurlijk.

Dit artikel verscheen eerder op de website van de VRT.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)